De harde praktijk van de oorlog

Verteller: Ruurd Kooiman
Transvaalbuurt

We moesten allemaal kijken naar de drie neergeschoten mannen.

 Oorlogsschade op de Reitzstraat, hoek President Brandstraat in 1946 (Foto: Gemeentearchief Amsterdam).

Oorlogsschade op de Reitzstraat, hoek President Brandstraat in 1946 (Foto: Gemeentearchief Amsterdam).

Alle rechten voorbehouden

In de koude winter van 1944 zocht iedereen naar iets brandbaars om de kachel te laten branden. Wij keken uit op de speeltuin waar mijn Oom Portier was. Daar was een groot terrein van rood gravel. Mijn broer en ik wroetten toen wat in de grond en vonden daar cokes. Daar konden we de kachel goed op laten branden! Enfin, ik haalde een emmer en we spitten in de grond en hadden zo een emmervol cokes. In een mum van tijd was het hele terrein vol met mensen met scheppen en pikhouweels en het terrein veranderde snel in maanlandschap. Het bestuur van de speeltoen ontsloeg meteen onze oom. In die tijd moesten ook de huizen het ontgelden, alles wat brandbaar was werd er uit gesloopt. Ook de bomen moesten het ontgelden. Alles werd met de grond gelijk gemaakt,

Als jongetjes van 9 à 10 jaar speelde we tegen de spoordijk op de hoek Reitzstraat — Tugelaweg. Opeens hoorden wij knallen en we zagen op de de Tugelaweg, richting Ben Viljoenstraat drie mannen op de grond liggen die waren neergeschoten door mensen in zwarte pakken. Een man richtte zich op en een van die kerels schoot hem alsnog dood. Een vrouw wilde een wit laken over die drie mannen leggen, maar zij werd verhinderd. We moesten allemaal kijken naar die drie mannen. Op 4 mei denk ik daar altijd aan.

Ongeveer tegen het einde van oorlog stonden onder het viaduct van de Wibautstraat en het President Steynplantsoen Duitsers te schuilen voor de Tommies (Engelse piloten). Ze hadden geen water meer en als jongetje was je nieuwsgierig. Als je water gaf, dan kon je soep krijgen. Wij liepen toen hard hollend naar huis om een emmer water daar na toe te slepen en sleepte vervolgens in emmer soep weer vlug naar huis. Om daarna weer snel terug te gaan met een emmer water. Dat herhaalde zich zo steeds. Een mooi verhaaltje op papier, maar de harde praktijk was dat we moesten eten.

Alle rechten voorbehouden

8544 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

 Leegstaande huizen in de Reitzstraat, gesloopt ten behoeve van brandstof, 1945 (Foto: Gemeentearchief Amsterdam).

Leegstaande huizen in de Reitzstraat, gesloopt ten behoeve van brandstof, 1945 (Foto: Gemeentearchief Amsterdam).

Alle rechten voorbehouden

24 reacties

Voeg je reactie toe
Jo Haen - van Langen

Opgedragen aan de drie gefusilleerden op de Tugelaweg.

Willem F.van Breen was ook, verplicht, aanwezig bij bovengenoemd drama en beschreef dit in zijn boek ‘De laatste winter’. Hieronder de betreffende passage.
.
De schrijver is in december 1944 19 jaar oud en gaat, ondanks het risico om opgepakt te worden voor de arbeidsdienst toch de straat op zoek naar hout. Op de Tugelaweg rijdt hem een Duitse legertruck tegemoet. Hij wordt niet opgepakt maar gesommeerd zich bij een groepje mensen op de stoep te voegen.
.

“Raus!” schreeuwde de Feldwebel en richtte zich tot de mensen die in de legertruck waren achtergebleven. Drie mannen op klompen met een dun hemd en broek aan en zonder jas, vielen struikelend en bibberend van de kou en angst uit de truck.
Daarna voltrok zich voor onze verplicht toekijkende ogen in luttele minuten een drama. Voor ik begreep wat er ging gebeuren, werden de drie mannen tegen de dijk gezet, stelde het vuurpeloton zich op en braakten de geweren op commando hun (ver)moordend vuur in de richting van de drie mannen.
Even nog, een fractie van een seconde, bleven ze staan: toen zakten ze bloedend en geluidloos ineen.
“Nu zijn wij aan de beurt!” flitste het door mij heen.
Ik keek naar de man die vlak naast mij stond en ik zag aan zijn verschrikte ogen dat hij hetzelfde dacht. Verstijfd van schrik stonden we daar met het groepje mensen. Elk moment verwachtten we een schreeuw van de Feldwebel om aan de overkant tegen de dijk te gaan staan. Seconden die eindeloos leken.
En toen kwam zijn bevel…. “Einsteigen” en hij richtte zich tot zijn soldaten die gehoorzaam de truck in klommen.
Zonder om te kijken naar de drie die daar in de roodkleurende sneeuw lagen en zonder verder aandacht te besteden aan het van doodsangst verstijfde groepje mensen, dat net getuige was geweest van een barbaarse vergeldingsmaatregel, reed de truck weg.
Toen de werkelijkheid van het gebeuren tot mij doordrong voelde ik me, zover ik me herinner, opgelucht, omdat ik niet hetzelfde lot had moeten ondergaan en zelfs niet voor transport naar Duitsland was opgepakt.
Thuis was het nog steeds koud en ik bleef die dag koud én hongerig.

De schrijver heeft zijn boek opgedragen aan de drie gefusilleerden op de Tugelaweg in Amsterdam op de 15e december 1944.

Jan Hendrik Faber, geboren 31 maart 1893
August van Ginkel, geboren 16 juli 1911
Dirk de Bruin, geboren 17 juni 1908

Het Buikschot - het monument voor de 3 mannen op de Tugelaweg.

Het Buikschot - het monument voor de 3 mannen op de Tugelaweg.

Alle rechten voorbehouden
Ruud Kooiman

De harde praktijk van de oorlog

Beste Wijnand er gaat een lampie bij mij branden,dat je daar op 26 heb gwoond,Dan de naam Hampie dat was de broer van Harrie hemmelrijk daar heb nog op de boks school gezeten opde Linden gracht bij Schaap en daarna zij naar Ome Piet v/d Meulen gegaan aan de Teertuinen,dat is allemaal nieuw bouw,maar ben niet verder gegaan mijn voor keur was voetballen.

GR.Ruurd

Wijnand Groot

wijnand groot

hallo Ruurd. heb nu pas je reactie gelezen op mijn bericht aan jou.
De namen die je noemde,ken ik allemaal.Bij Harry (Hampie) Hemelrijk zie ik nog een broer die toen in die tijd bokste.Ik noem nog een paar namen "Nico Juwet ,de jongens van Bastiaanse,Prins,Mostaard ,Wim (Kouwenhoven??) die met Gea v ingen is getrouwd. Dan de Dames Smidt van de voddeman uit de Pres Brandstr 36 1 hoog. en daar boven de Fam Gaalensloot. Karel Johanissen enz. .Meestal verzamellen bij Harry Bos voor de deur en dan Bok bok berry (als het zo werd genoemd) tyegen het hek van de speeltuin.Ik was zo,n beetje de jongste van de ploeg dus zal ik jullie belevenissen wel niet allemaal meegemaakt hebben.De tijd van de heren Roe en Fierelier in de speeltuin kan ik mij goed herinneren.Later was ik actief in de speeltuin in de diverse clubs,Korfbal en draaide zondags meestal de film..O.k Groetjes Wijnand groot

Ruurd Kooiman

gevonden vrienden via G.H.V.O

Beste Piet Joon Ik kan je nu vertellen dit Ik via G.H.V.O .Wim Keur heb gevonden die woont sinds 1968 in Canada,Ik kan je vertellen dat Hij het hele maal gemaakt hebt daar.

Rebecca Brady

Rebecca Marcus (Brady)

Intressant om weer van voeger te lezen
Woonde in de Christiaan de wetstraat en ging naar de Oranje vrijstaat school in de oorlog
Ik vraag mij af of Jerry Gerrit Meents op het Afrikanerplein gewoond heeft. Ik had ook de neer geshoten mannen gezien liggen op de Tugelaweg en ook moest ik altijd voor kolen zorgen op het veld
Ik woon nu al meer dan 50 jaar in California als er mensen zijn die mij nog herkennen email mij rebeccabrady1@cox.net

null

Ruurd Kooiman

Leuk om weer eens wat tehoren uit de president brandstr.Ik mkan jou niet voor mijn geest halen maar Wijnand komt me wel bekend voor.Heb boven de fietsen stalling op 19 3 hoog met nog twee broers.Wij kwamen daar wonen in 1942,inderdaad Wim was een van de vriendjes,was veel in de weer met het zenden en de spullen werden gehaald bij Loe Lap op het waterlooplein.Zij woonden op no 32 .Dan moetje ook de andere jongens( kennen) zoal Jan van Loon Appie Soep Harrie Bos Harrie Hemelrijk Joop vd Berg Jos van Ingen Jopie Emmerik enz.De groetjes Ruurd

Een bezoeker

wijnand groot 1936.

Toevallig kom ik jullie namen op dit net.
Vlak na de oorlog zijn wij in de Pres.Brandstraat 36 komen wonen.
Afschuwelijk al die kapotte huizen met hun geschiedenis.
Wat de fam Keur betreft, die hadden toen 3 zoons en een dochter.De oudste (Richard) studeerde voor vliegenier en was niet zo vaak thuis. Hij heeft een plaatsroom apparaat voor mij in elkaar gedraaid,voor een door mij gebouwde draagbare radio. Dan waren er Wim en Arie,die wilde steeds met mij naar Santpoort fietsen,maar door zijn ziekte was het al op het Beukenplein einde verhaal.
Bij de fam,heb ik een maal gegeten,omdat Hanna het graag wilde.
Pa Keur was toen al werkzaam bij de Gem.Waterleiding. Arie heb ik het laatst gesproken in De La Reistraat,waar ze toen op de hoek Kraaipanstraat woonde.
Ruurd kan me je nog el voor de geest halen.Je had nog een jongere broer wat ik mij herinner,een woonde boven de fietsen stalling.
Groetjes Wijnand

Een bezoeker

wil happé-kerkhove

Reactie over de Keur familie
Arie zat bij mij in de klas op de Willem de Zwijgerschool, een lieve jongen Zijn zuster heb ik in de zestiger jaren ontmoet in Hilversum, zij was getrouw, geloof ik met een jongen,uit de Majubastraat, waar ik de naam van vergeten ben Ze vertelde toen dat Arie niet meer leefde. Inderdaad was het afschuwelijk om die huizen zo te zien, en het was logisch dat iedereen al het hout wegzaagde
In de Majubastraat, waar ik woonde werden elke 4 dagen andere joodse mensen gebracht die dan weer weggevoerd werden Ik denk dan aan de namen Vlessing (Flessing?) de slager en de ijscoman
Het waren verschrikkelijke dagen
wil happé

Een bezoeker

ruurd kooiman

Nee dat was zeker oorlogs schade de winter ,44 was koud en er waren geen kolen meer in de kist en op zolder,de legen huizen moesten het ontgelden al wat brandbaar was werd er uitgesloopt zelfs de trappen werden ontdaan van al het hout,hele deurn werden naar beneden op straat gegooid,de draag balken werde langs de muren afgezaagd etc,en wearden kaal geplukt,en we hadden weer brandhoud om de pot kachel telaten branden,

Een bezoeker

janvandegroep@home.nl

Ik liep met mijn vader als kleine jongen(1938)we moesten geloof ik een boodschap doen toen we geknal hoorden en toen heb ik die mensen zien liggen steeds als ik in A.dam kom (woon nu in Almelo )en daar rijdt moet ik aan dat moment denken en toevallig lees ik uw verhaal en kom dat tegen.

J v d Groep

Een bezoeker

ruurd kooiman

Ja dat klopt dat daar vleeschdrager die winkel had hij zat in de bont handel.
Het is toch oorlogs schade in die zin als er geen oorlog as geweest dan was alles bij het oude gebleven.Naast vleeschdrager zat Bomars de aardappel boer en had een paard en wagen die stond ook in dieloods.daar naast zat Bode de kolen boer en had ook een paard en wagen maar in 1944 was er geen aardappelen en kolen meer.

Een bezoeker

piet joon

Jerry Gerrit Meents. Gelukkig voor mij heb je gelijk. De huizen werden van alles wat hout was ontdaan door buurtgenoten die dit gebruikten om de kachels te stoken. Ik woonde op de hoek tegenover de hoekwinkel beneden die op de foto staat (de oude winkel van Simon Vleeschdrager) dus als er inderdaad bommen waren gevallen was ik er niet meer geweest. Ik ga zoeken of ik Loekie Siegers voor je kan vinden. Als ik het vind hoor je dat nog van mij. Groeten, Piet Joon

Een bezoeker

Jerry Gerrit Meents

Onder de foto staat: Oorlogsschade.
Dat geeft de indruk schade door bommen of gevechten.
Het gebouw was gesloopt voor het hout in de honger winter 1944-1945.

Een bezoeker

Ruurd Kooiman

He Piet leuk dat je gereageerd heb op mijn verhaaltje over de Familie Keur. Ter aanvulling: hij heette inderdaad Arie en toen wij speelden op straat kreeg hij een epilepsie aanval. Wij schrokken en veel mensen om ons heen. Niemand had er nog geen weet van die ziekte. Hij liep blauw aan en hevige stuiptrekkingen. Wim is doorgegaan met radio reparatie's en daarna ook met tv toestellen. Hij was daar erg goed in, maar helaas zoals dat gaat, je verliest elkaar uit het oog, maar niet uit het hart. Groetjes Ruurd.

Een bezoeker

Piet Joon

Ruurd, de zonen van Keur heetten toch Wim en Arie? Er was ook een dochter Hanna Keur. Volgens mij heette Keur zelf Piet van zijn voornaam. Wim was goed gezond en trok meer met jou op en Arie had dat blauwe gezicht omdat zijn hart niet goed werkte en hij had een flinke bochel. Hij was veel ouder dan wij en is, dacht ik, maar 31 jaar geworden. Heel leuke jongen trouwens. Van het enthousiasme van Wim voor de radiotelegrafie was ik zo onder de indruk dat ik, toen ik 12 jaar was, al zeker wist dat ik later marconist wilde worden. Dat ben ik ook geworden, alleen niet op een schip (wat ik zelf het liefst wilde). Mijn moeder had bezwaar tegen de Zeevaartschool omdat zij mij niet op een schip wilde laten varen. Ik ben toen op de opleiding radiotelegrafist van de PTT gegaan op het hoofdpostkantoor achter het paleis op de Dam en heb jarenlang telegrammen vertaald uit morsetekens. Met de opkomst van de telex kwam er een einde aan het morse-tijdperk en dus ook aan mijn baan als telegrafist. Ik ben toen voor mijzelf begonnen en dat altijd blijven doen totdat ik op 57 jarige leeftijd ben gestopt met werken. Nog steeds kan ik snel typen en morsetekens vertalen. Groeten.

Een bezoeker

R. Kooiman

Volgens mij was de Hr Keur, die had twee zonen Wim en Piet Keur, en Wim had toen een illegale radiozender in zijn slaapkamer en daar konden wij verzoekplaatjes op draaien dan hoorde men die in de huiskamer, maar dat was wel voor korte tijd. Alles werd in beslag genomen door de opsporingsdienst.

Een bezoeker

Cor Kooiman

I weet mij te herinneren ik had een vriendje, z'n vader bewaakte de huizen. Een lange man met blauw gezicht, hij droeg een blauwe overall, als hij weleens weg moest, wist ik het als eerste van z'n zoon. Dan konden we weer slopen, hout voor de kachel.

Een bezoeker

C.J. Kooiman

Ik was in de President Brandstraat in een benedenhuis een houten balk aan het door zagen, ik was net klaar met doorzagen toen verdween de balk door de muur. Aan de andere kant zat ook iemand te zagen en die was even vlugger dan ik. C.J. Kooiman.

Een bezoeker

C.J. Kooiman

Het verhaal is waar gebeurd, met de de boom ik ben wel eens gepakt door de politie. Moest toen houtjes hakken voor de politie op het buro Linnaeusstraat. Cor Kooiman.

Een bezoeker

Piet Joon

Hallo Ruurd. Wat een boeiend verhaal. Het Gemeentearchief heeft alleen abusievelijk bij de onderste foto vermeld dat het leegstaande huizen in de Reitzstraat betrof. De foto laat echter een detail zien van de leegstaande huizen in de President Brandstraat (kun je ook op de bovenste foto rechts zien). Links achter in de Reitzstraat zie je op die foto nog het reclamebord van Bode boven hun opslagruimte hangen.
Ik herinner mij nog dat ik (in 1944 - 5 jaar oud) veel mensen naar buiten zag komen met huisraad uit het eerste portiek links van de hoek af, naast de winkel van Simon Vleesdrager. Even daarvoor was daar een joods gezin uit een bovenwoning gehaald door de Duitsers. Overal was behoefte aan dus voordat de moffen het in konden pikken was het huis al totaal leeggehaald door buurtbewoners.
Door het uitgebroken raamkozijn beneden, helemaal rechts op de foto nog zichtbaar, klommen wij altijd naar de achterliggende tuinen om te spelen als wij weer eens spijbelden van de Willem de Zwijgerschool die daar tegenover was. Als de school uit ging hoorden wij de bel gaan en gingen dan snel weer onopvallend via het tegenover liggend trottoir met de uit school komende kinderen naar huis. Onze winkel (en ons woonhuis) is net niet zichtbaar op de tegenoverliggende hoek rechts naast de foto. Mijn ouders hebben dat nooit gemerkt gelukkig, want dan zwaaide er wat.
Ik heb toch nog wat goeds overgehouden aan mijn spijbelgedrag. Mijn drie zonen en twee dochters kregen daarom minder kans om te spijbelen. Dat hield ik erg goed in de gaten (voor zover ik niet door hen in de maling ben genomen). Wil ik eigenlijk ook maar niet weten.
Groetjes, Piet Joon.