De kachel van mijn vader

Hoe kon mijn vader dat nu zomaar zeggen?

Verteller: Rondje Oost, DSC00565 (800x600) Anneke Koehof

Hoe mijn vader zijn oude kachel wilde repareren onder protest van de buren

De kachel van mijn vader

De kachel van mijn vader

 

De kachel

 

Of ik zo snel mogelijk wilde komen vroeg de benedenbuurvrouw van vader, anders kon ze niet voor de gevolgen instaan. Ze was anders nogal laconiek, dus ik nam de boodschap serieus.

“Wat is er aan de hand,” wilde ik weten, maar ik werd niet veel wijzer van haar antwoord. Het had iets te maken met het lenen van een soldeerbout en dat ze allemaal zouden ontploffen en als ik niet gauw kwam zou ze de politie bellen.

“Toch niet weer iets met je vader?” Mijn man zag zijn met spanning verwachte voetbalwedstrijd al aan zijn neus voorbij gaan. Op mijn knikken trok hij berustend zijn jas aan.

Vader was tegen de negentig, woonde nog zelfstandig en wilde dat vooral zo houden, maar stelde ons voor de nodige problemen.

Zo voelde hij regelmatig, bij voorkeur middenin de nacht, zijn einde naderen en moest daartoe dringend met ons spreken. Een kopje thee met een beschuitje later zat de stervende ons rechtop in bed uit te leggen welke handelingen we moesten verrichten om de huiskamer te betreden, die hij had beveiligd met een alarmsysteem, in zijn werkzame jaren meegenomen van zijn toenmalige werkgever, het Gemeentelijke Energiebedrijf. Wanneer er zou worden ingebroken zou de inbreker worden verrast door een geloei dat door de hele Baweanstraat, de verre omtrek van de Indische Buurt, ja zelfs in heel Amsterdam Oost, te horen zou zijn omdat het werd voortgebracht door een afgedankte sirene, ooit gebruikt voor de alarmtest op de eerste maandag van de maand...

Wij reageerden er wat lacherig op, maar wisten toen nog niet dat het ding ooit zijn nut zou bewijzen, want er werd later een keer ingebroken, waarbij de inbreker niet alleen een schok opliep - de installatie werkte op tweehonderdtwintig volt - maar ook zijn enorme bos sleutels de lucht in zag vliegen voordat hij in blinde paniek de trap afstormde. We vonden de sleutelbos later op meters afstand van de huiskamerdeur.

De buurvrouw wachtte ons al op en legde de situatie uit. Vader was een soldeerbout komen lenen omdat zijn gaskachel defect was en die moest hij even repareren. De buren hadden niet veel vertrouwen in zijn soldeerkunst, buurman was al eens poolshoogte gaan nemen, maar vader was vastbesloten om het karwei aan te pakken.

“Jullie moeten hem tegenhouden hoor”, drongen de buren aan. “Anders zijn we toch echt genoodzaakt de politie in te lichten, we hebben geen zin om de lucht in te gaan”. Daar hadden wij alle begrip voor.

Vader lag in zijn pyjama voor de kachel. Om hem heen lagen allerlei onderdelen en hij hield de soldeerbout in de aanslag. Het was er ijskoud, de kachel bleek al enkele dagen niet te werken.

Mijn man zag in één oogopslag dat er geen redden meer aan was, de kachel was na veertig jaar trouwe dienst gewoon op. Maar vader dacht daar anders over, hij zag in ons welkome hulptroepen om de klus te klaren en hoe we hem ook probeerden te overtuigen van het gevaar, hij was niet voor rede vatbaar.

De buurman kwam een kijkje nemen en zag in vaders onverzettelijkheid een argument om nu toch echt maatregelen te nemen, dit tot groot ongenoegen van pa.

Hij was immers een vakman, altijd geweest. Wie elektricien was had ook verstand van gas en daarmee uit.

Ik stelde voor het Energiebedrijf te bellen, daar zouden ze misschien de oplossing hebben. Morrend ging hij akkoord. Binnen korte tijd was er iemand. Ik lichtte hem op de gang in, hij overzag de situatie en sprak vader aan als oud- collega, wat in goede aarde viel.

“Tja, meneer, deze kachel heeft zijn beste tijd gehad. Eerlijk gezegd is hij helemaal aan zijn eindje, als ik u raden mag, doe hem weg. U kunt van ons een splinternieuwe huren, die kunnen we morgenochtend al voor u installeren. Ik schat deze toch al gauw op veertig jaar, ja, dan is het oude beestje echt wel op, er zijn ook geen onderdelen meer voor te krijgen".

“Hoe komt u erbij,” repliceerde vader boos, “Hij is pas twintig jaar!”

Met open mond keken wij hem aan, hoe kon hij dat zomaar zeggen?

“Weet u dat nu wel zeker meneer? Het serienummer is van veertig jaar geleden”, antwoordde de geduldige ambtenaar.

 

“Dat kan wel zijn, maar zomers brandt ie niet”.

 

Anneke Koehof ©

geschreven op 5 maart 2009

lees ook : Sadodinges

lees ook : De rat

 

 

 

Alle rechten voorbehouden

211 keer bekeken

2 reacties

Voeg je reactie toe
Lynda Mulder

De kachel van mijn vader

Wat een leuk verhaal! Ik zie hem al voor me, een eigenwijze, krasse, oude baas, alleen hij heeft gelijk. Toen ik in 1999 in Hoograven, een wijk in Utrecht kwam wonen, stond daar exact dezelfde kachel van het plaatje! Uit de vroege jaren '50. Maar wat deed hij het geweldig! Tot het einde is hij bij mij gebleven, was nóóit kapot ofzo. Bedankt voor het delen van uw verhaal!

Roelie Spanjaard-Visser

De kachel van mijn vader

Wat een meesterlijk mooi verhaal, prachtig zo'n oude baas. Hij had wel een beetje gelijk, 20 dienstjaren :-)