Kinderjaren in Betondorp III

brandstof verkrijgen

Betondorp

Andries de Graaf schrijft een overdenking die 80 Jaar geleden is aangevangen en strekkende over de vijf jaren met weinig vreugde en heel veel zorgen voor mijn Ouders in een poging mijn zuster, mij en zichzelf in leven te houden.

brandstofschaarste Kolen zoeken op het terrein bij<br />de Wibautstraat Kolen zoeken op het terrein bij<br />de Wibautstraat .   foto beeldbank<br /> Stadsarchief Amsterdam  10009

brandstofschaarste Kolen zoeken op het terrein bij
de Wibautstraat Kolen zoeken op het terrein bij
de Wibautstraat . foto beeldbank
Stadsarchief Amsterdam 10009

Alle rechten voorbehouden

Op de warande was een kolenhok. Zo lang als ik bij de kolen kon reiken, moest ik kolen scheppen. Als de voorraad minder werd deed Vader dat. Op een slecht moment waren de kolen op en er was ook niet meer aan te komen. Kacheltje uit, kou lijden en geen mogelijkheid te koken als er geen gas was. Daarvan weet ik nog… In de straat stonden iepen bomen als ik het goed heb. Voor ons huis stond er ook een. Op een ochtend zag ik tot mijn schrik dat er voorin de straat enige bomen waren verdwenen. Ik begreep onmiddellijk dat die gekapt waren om tot brandstof te kunnen dienen. Mijn vader durfde niet zelf zomaar die boom voor ons huis te kappen. Hij was trouwens ook een beetje van de buren vond ik. Toen ik ’s avonds, het was al donker, in de voorkamer door het raam keek of “onze” boom er nog was, zag ik dat er een man bijstond die aanstalten maakte de boom te kappen. Ik rende gelijk naar m’n Vader toe en ik vertelde wat ik had gezien. Hij vloog gelijk naar buiten. Ik schrok vreselijk, want ik dacht dat hij zou gaan vechten. Ik zag echter dat de man doorliep naar de volgende boom, bij De Vries en Edwards voor de deur en daar aan het werk ging. Je zaagde toen “onze” boom om en ik mocht niet bij je zijn om je te helpen. Je mocht immers in het donker niet buiten zijn. De hele avond en een deel van de nacht is hij bezig geweest om die boom in moten te zagen en op de warande te brengen. Van der Busse, de buren beneden, die al erg oud waren, kregen er ook van.

Na de oorlog zijn er sierkersen (Prunus) gepoot in de lege gaten in het plaveisel. In april en mei geven deze bomen een orgie aan roze bloemen. Dan is de Brinkstraat een feeststraat.

Omdat mijn vriendje en buurjongen Rob Edwards en ik ons verplicht voelden ook wat te doen aan het bestrijden van de narigheid, gingen we op een middag, na schooltijd, ieder gewapend met een bijl op pad om te zien of er niet ergens aan brandhout te komen was. Overal werd hout gekapt en omdat dat niet altijd even vakkundig gebeurde stonden er soms nog grote stronken. Van die stronken hoopten wij wat stukken af te kunnen hakken. Al vlak na het begin van de werkzaamheden aan een grote stronk, raakte de bijl van Robbie los van de steel en vloog met een wijde boog in het water langs de Zaaiersweg. Robbie in paniek. Robbie’s Moeder vreselijk boos, want hoe kwam je aan een nieuwe bijl? Waarom weet ik nog steeds niet… maar ik kreeg de schuld. Ik mocht niet meer met hem spelen. (drie dagen duurde dat!)

Als je zelf ouder wordt begrijp je pas aan welke enorme risico’s de ouders van kinderen zich bloot stelden om er toch vooral maar voor te zorgen dat de kinderen in leven bleven. Pa ging, met een ploegje buurmannen nota bene, de bielzen onder de treinrails vandaan halen om hout te hebben voor de kachel. Als de moffen jullie daarbij hadden betrapt, was je weet ik waar terecht gekomen of ze hadden jullie meteen doodgeschoten, wegens sabotage. Dan ook begrijp ik de angst die m’n Moeder moet hebben gehad, als je die kerels ’s nachts weg zag gaan op hun hachelijk avontuur. Ik denk dat ze geen oog dicht deed, tot ze hem weer hoorde.

 

In Duivendrecht haalden ze die bielzen. Er kruiste daar een enkelspoor de Rijksstraatweg. Ze gingen met een gehuurde handkar met Korevaar, Van der Mei, Jansen, Oosterwal en mogelijk nog een paar meer. Iemand had een grote sleutel om de verbindingen los te maken en dan moest zo’n biels worden uitgegraven om hem onder de rails door weg te kunnen trekken. Ik herinner me nog dat Meneer Jansen zijn gezicht ernstig verwondde, omdat hij niet had begrepen of in het aardedonker niet had gezien, dat toen jullie gezamenlijk de biels optilden, hij juist met zijn gezicht naar onder ging, omdat hij bukte om mee te gaan tillen. Maar goed, hij leefde nog. Ik kan mij bijna nog herinneren hoe dat hout rook omdat er altijd meer of minder creosoot of andere conserveringsmiddelen in zaten. Ik herinner me ook, dat Pa tevreden was als hij een eiken biels had getroffen in plaats van een grenen.

 

lees verder:KInderjaren in Betondorp IV

 

Alle rechten voorbehouden

83 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Houtblokjes verzamelen voor Barlaeus Gymnasium.  Inwoners verzamelen in de Hongerwinter tramspoorbielzen nabij het Barlaeus Gymnasium om als brandhout te gebruiken, Amsterdam (1944-1945).

Houtblokjes verzamelen voor Barlaeus Gymnasium. Inwoners verzamelen in de Hongerwinter tramspoorbielzen nabij het Barlaeus Gymnasium om als brandhout te gebruiken, Amsterdam (1944-1945).

Geen reacties

Voeg je reactie toe