Kinderjaren in Betondorp I

In aanloop naar de oorlog

Betondorp

Kortelings, al zwervend op Internet, “Het geheugen van Oost” tegengekomen. Ik ben in Betondorp geboren en heb er tot 1955 gewoond. Daar wil ik wel wat over vertellen. Het zal bij U waarschijnlijk ook opnieuw herinneringen oproepen. Ik, Andries van der Graaf, schreef dit ergens in 2021 op Een overdenking die 80 Jaar geleden is aangevangen en strekkende over de vijf jaren met weinig vreugde en heel veel zorgen voor mijn Ouders in een poging mijn zuster, mij en zichzelf in leven te houden.

Tuinbouwstraat 26-28-30 v.r.n.l. - 1985  <p>.<br />
<em>Foto: Beeldbank Amsterdam</em></p>

Tuinbouwstraat 26-28-30 v.r.n.l. - 1985

.
Foto: Beeldbank Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

 

Ik wil ik proberen om terug te gaan in de tijd om zo, voor de vuist weg, wat herinneringen op te schrijven. De meeste zijn niet zo leuk omdat de oorlog heel dichtbij en manifest was. Ze zitten dan ook onuitwisbaar in mijn hersenen gegrift, hoewel ze, vergeleken bij kinderen die, heden ten dage nog, de afschuwelijkste dingen meemaken, niet echt traumatisch lijken. Toch zit je er je hele leven mee.

Van het huis in de Tuinbouwstraat 59 in Amsterdam, waar ik geboren werd, weet ik eigenlijk maar twee dingen. Het gezin Storm, dat onder ons woonde, had een kindje gekregen. Als ik op de vloer ging liggen, met mijn hoofd op het kleed, kon ik Harry, zo heette ‘ie, horen huilen. Van Oma Van der Graaf kreeg ik een mooi rood autootje met witte banden. Op een kwade dag was het weg. Nooit meer gezien en dat maakte veel indruk.

Ik ben op de z.g.n “kakschool” geweest. Zo werd in Amsterdam een kleuterschool genoemd. Wat ik niet meer zeker weet is, of ik er één of twee jaar op gezeten heb. Als we uitgaan van één jaar, dan was dat in het schooljaar 1941–‘42 De school stond op de Zaaiersweg. Wat ik mij daar in het bijzonder nog van herinner, was dat er heel aardige juffrouwen waren en dat we, als we niet met werkjes in de klas bezig waren, we in de buitenzandbak speelden bij droog weer en in een overdekte zandbak als het regende of waaide. Die buitenzandbak was veel leuker, juist omdat er wel eens een bui regen viel. Van dat zand kon je bergen maken en je kon er kuilen in graven. Die overdekte had alleen maar “dun” (droog) zand. Daar kon je niks van maken en kuilen graven ging al helemaal niet.

 

Na de kleuterschool ben ik in 1941 naar de lagere school gegaan op het Zuivelplein. De Pieter Nieuwlandschool heette die. Ik weet nog dat je de hal inkwam en daar was een tegeltableau waarop te lezen stond: “Het is moeilijk maar het moet.” Nou, moeilijk was het zeker en dat het moest was het ergste. Ik heb er, volgens mij, alleen maar de eerste en tweede klas doorlopen. Ik weet nog dat ik een keer ’s middags vergat om naar school te gaan. Met mijn vriendje Robbie Schrijver, zijn we aan het “zwerven” gegaan. We zijn nog op de volkstuin van Pa, langs de spoorbaan in Duivendrecht geweest en toen doorgelopen naar Oma Hess. Daar hebben we wat te eten en drinken gekregen en ik meen dat ze ons toen naar huis heeft gestuurd. Pas toen we de Brinkstraat in kwamen lopen ontdekten we dat we iets verkeerds hadden gedaan. Pa was heel nijdig, maar Ma was blij dat ze me weer zag. De volgende dag ging Ma mee naar school. Ik moest bij de hoofdonderwijzer, meester Boswinkel komen. Hij heeft mij vriendelijk vermanend toegesproken en mij laten beloven dat ik het nooit weer doen zou. Dat wilde ik graag beloven en ik geloof ook niet dat het ooit nog is voorgekomen.

Ik moet toch al wat ouder zijn geweest als ik luisterde naar de verhalen mijn Vader. De militaire dienst. Ik kan me je niet helemaal meer in uniform voor de geest halen. Niet de broek en de jas bedoel ik. Wat ik nog wel weet, waren die hoge schoenen, puttee’s en je kepi. Jullie hadden een tuniek, vertelde je dan, dat hoog om de hals sloot. Je droeg er geen overhemd onder en als het ’s zomers warm was dan zweette je je een ongeluk. Toen in mei 1940 de moffen kwamen, was je gelegerd bij de Moerdijk bruggen. De kazematten om de brug te verdedigen, waren verkeerd gebouwd. Al de vuurgassen van de eigen wapens werden de bunker ingezogen. Jullie moesten je overgeven en je vertelde hoe uitstekend die moffen zich op de oorlog hadden voorbereid. Zwarte bekken en Schmeisser geweren. Je verloor je vrijheid, want je werd krijgsgevangen gemaakt. Je verloor al je persoonlijke eigendommen, waaronder ook je gereedschap. Het modelschip dat je voor mij aan het bouwen was had je eerder al mee naar huis genomen. Het was heel mooi en naar mijn idee ongeveer 60 cm lang. Een zeilschip had het moeten worden. Het is nooit van tuigage voorzien en waar het is gebleven weet ik niet. Waarschijnlijk geruild voor eten. Wel die mooie verhuiswagen die ik mij nog herinner. De portieren konden open net zoals de grote deuren achter. “A. van der Graaf - Verhuizingen”, stond erop. Tijdens de oorlog is het opgestookt in de noodkachel.

 

 

lees verder:Kinderjaren in Betondorp II

Alle rechten voorbehouden

287 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe