Samuel Englander en de Joodse verenigingen (2)

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Kazernestraat 10

Over twee verenigingen in de 'Oude Jodenbuurt', de buurt waar Samuel deels is opgegroeid.

Tekst op de afbeelding, bron: het Tijdschrift De Joodsche Illustratie, juli 1929

Tekst op de afbeelding, bron: het Tijdschrift De Joodsche Illustratie, juli 1929

Bachoerei Sjangarei Tsion

Eén van de eerste verenigingen waar Samuel bij betrokken raakt is Bachoerei Sjangarei Tsion (vereniging ter bevordering van de Thorastudie onder de Joodse jeugd, adres: Valkenburgerstraat 195). Hij wordt daar zelfs benoemd tot voorzanger en leider van het kinderkoor van de vereniging. Volgens diverse bronnen zou hij dat al op vijftienjarige leeftijd hebben bereikt. Helaas klopt dit niet. Dit blijkt uit het feit dat op 25 februari 1919 het vijfjarig jubileum wordt gevierd (Bron: NIW van 21-02-1919). De feestelijke ‘propaganda bijeenkomst’ ter gelegenheid van dit jubileum vindt plaats in Gebouw Odeon aan de Singel 460. Als in 1914 de vereniging Bachoerei Sjangarei Tsion wordt opgericht, dan is Samuel al achttien jaar oud (Bron: NIW van 10-07-1914).

Reisjies Touv

Synagoge Reisjies Touv Korte Houtstraat 13, bron: Beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Synagoge Reisjies Touv Korte Houtstraat 13, bron: Beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

In oktober 1925 heeft Samuel belangeloos met een koor gezongen ter gelegenheid van het 70-jarige bestaan van Reisjies Touv. Het gaat hier, zoals het NIW op 30 oktober stelt, om ‘dat vriendelijke sjoeltje in de Korte Houtstraat 13’.

Momenten uit het Amsterdamse straatleven. In den Jodenhoek "Levendige Ling", Korte Houtstraat. Uitgave Berg Co, ca. 1905. Uit de Collectie Stadsarchief Amsterdam: prentbriefkaarten, beeldbank.

Momenten uit het Amsterdamse straatleven. In den Jodenhoek "Levendige Ling", Korte Houtstraat. Uitgave Berg Co, ca. 1905. Uit de Collectie Stadsarchief Amsterdam: prentbriefkaarten, beeldbank.

Tot voor kort kon ik weinig terug vinden over zowel deze ‘sjoel’ als over deze vereniging. Maar sinds Delpher haar bestanden fors heeft aangevuld met tijdschriften van Joodse signatuur is er meer te vinden. Zo bijvoorbeeld ook in het Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen; uitgegeven vanwege de Vereeniging van Joodsche Wetenschappen te Rotterdam, jrg 56, 1925, no 44, 30-10-1925. In dit tijdschrift stond een mooi artikel over de viering en over de herinneringen aan de ‘kleine sjoel’ van deze vereniging. Lees hier het artikel.                   Vijf jaar later wijdt het Centraal blad voor Israëlieiten in Nederland een groot artikel aan het jubileumjaar (75 jaar). In het hiervoor al genoemde Weekblad voor Isr. Huisgezinnen wordt verder nog in april 1939 gememoreerd dat het 83-jarige bestaan wordt gevierd.

Eén van de vele ‘Kiekjes‘ van Rabbijn Meijer de Hond, bron: Centraal Blad voor Isr. In Nederland van 23-10-1925

Eén van de vele ‘Kiekjes‘ van Rabbijn Meijer de Hond, bron: Centraal Blad voor Isr. In Nederland van 23-10-1925

Een tijdschrift dat regelmatig melding maakt van de vereniging is De Joodsche Jeugdkrant ‘Betsalel’. Dat is niet verwonderlijk, de grote motor achter Betsalel, Rabbijn Meijer de Hond zit namelijk ook in het bestuur van Reisjies Touv. In 1939 zelfs al 25 jaar! Een aardige aanvulling is één van zijn ‘Kiekjes’ die hij schreef  voor het Centraal Blad. Het gaat over 'het sjoeltje van Vlooienburg'.

Terug naar de inhoudsopgave.

Alle rechten voorbehouden

7 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe