Een kritisch artikel in het NIW van 26 november 1926

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Portret van Samuel Englander, bron JHM.

Portret van Samuel Englander, bron JHM.

Aan de vooravond van het grote jubileumconcert (op 27 oktober 1926) verschijnt er in het NIW een tamelijk kritisch artikel over een interview dat Samuel heeft gegeven aan het Joodse tijdschrift De Vrijdagavond. De titel van het artikel luidde: ‘De geestelijkheid en het synagogekoor’.

Het artikel begint nog wel met een hartelijke felicitatie ‘met deze blijden tijd’, daarna is de schrijver (helaas onbekend) kritisch van toon. De schrijver valt over het gedeelte waarin Samuel kritiek uit op de censuur door het Rabbinaat. Het bewerken van composities voor gemengd koor vergt al het nodige van degene die dit stuk moet ‘omwerken’. Als daarna dan ook nog eens het Rabbinaat gaat snoeien, dan blijft er niet veel meer over. Onrechtvaardig meent de auteur: “Hij vergeet, dat er een Joodsche godsdienstcodex is, waaraan ook een koordirigent zich heeft te onderwerpen. Hij vergeet, dat een Synagoge geen concertzaal is en een Synagogedienst niet in de eerste plaats een kerkelijk muziekfeest, dat gearrangeerd wordt om componisten en muzikale executanten te laten schitteren. Wij bemerken, dat dit voor een koordirigent alleszins het geval is, en deze uit 'n kerklijken dienst muzikaal alles wil halen, wat erin kan zitten, maar de rabbijn heeft rekening te houden met de eischen van wet en traditie en te zorgen, dat de perken niet al te zeer worden overschreden.”

De heer Englander zou moeten beseffen dat het Rabbinat toch niet bekend staat om haar onredelijkheid of intolerantie. Mogelijk heeft de dirigent zich teveel laten leiden door zijn kunstenaarstemperament en is hij daardoor te kritisch op de geestelijkheid. Beseft Englander wel dat hij zich op terreinen begeeft die niet de zijne zijn? De taak van het Rabbinaat is zwaar, het bemoeit zich niet met ‘de stimmliche en muzikale eisen’ van de dirigent, laat de dirigent dan na het ‘rabbinaat voor te schrijven of zelfs te adviseren, welke eisen het voor zijn deel aan de Synagogezangers zal moeten stellen’.

Tot slot krijgt ook het blad De Vrijdagavond nog een sneer. Het blad noemt zichzelf een blad voor het intellectuele gezin, maar dergelijke interviews maken het functioneren van het toch al waar belaste Rabbinaat alleen maar zwaarder. Het poneren van meningen zoals hier geventileerd zouden het vertrouwen in het Rabbinaat kunnen doen wankelen.

Artikel over het boek van Rabbijn de Vries, bron: Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad van 18-01-1928

Artikel over het boek van Rabbijn de Vries, bron: Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad van 18-01-1928

Nawoord

Het noemen van het begrip ‘concertzaal’ is gezien het tijdsbeeld niet zo vreemd. Niet zo vreemd binnen de Joodse godsdienstbeleving en de synagogale gebedsdiensten. Rabbijn De Vries in het standaardwerk: ‘Joodse Riten en Symbolen’ waarschuwde al voor dit gevaar. Alleen had hij het over de chazan die zijn ‘optreden’ in de synagoge niet mocht zien als een concert. Een chazan was en is geen optredende zanger. Opvallend genoeg heeft hij geen enkel woord over voor het koor, de rol van het koor!

Terug naar de inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

22 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe