De Joodsche Mannenzangvereniging ‘De Harpe Davids’ (3)

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Kazernestraat 10
Harpe Davids treedt op voor de gemobiliseerde soldaten in Krasnapolsky, bron: het NIW van 20-10-1939

Harpe Davids treedt op voor de gemobiliseerde soldaten in Krasnapolsky, bron: het NIW van 20-10-1939

Waarom lid worden van een Joodse mannenzangvereniging?

Onder deze titel heeft Samuel een lezing, misschien wel een pleidooi, gehouden voor het lidmaatschap van een Joodse zangvereniging. Hij spreekt als directeur, lees dirigent, van de ‘Joodsche Mannenzangvereniging Harpe Davids’. De lezing is in de Plantage Franschelaan 14, in de grote zaal het ‘Amsterdamsche Schaakhuis’. Zijn publiek bestaat uit bestuurders, leden en aspirant leden van Harpe Davids. Waarom zou men lid moeten worden, hij geeft daarvoor drie redenen:

“Deze vraag doet, naar Joodsche wijze, een wedervraag bij ons opkomen: waarom is voor een Joodsch cultureel centrum het bestaan van een Joodsche mannenzangvereniging onder leiding van een Joodschen dirigent gewenst en noodzakelijk? Het antwoord op deze vraag is meerledig. In de eerste plaats: bij Joodsche bijeenkomsten is Joodsche zangkunst, geboren uit de Joodsche ziel en gebracht door de dragers van de Joodsche cultuur een onmisbaar ornament. In de tweede plaats: alleen de Joodsche dirigent kan de Joodsche ziel en het Joodsche gemoed van zijn zangers peilen en in de derde plaats — kijk, heren, in deze dagen, waarin het Joodsche volk overal vertrapt en vernederd wordt, moeten wij onze vitaliteit dubbel demonstreren, moet de wereld nog meer en nog sterker dan gewoonlijk gewaar worden, dat wij dood, laster en venijn ten spijt, zijn en blijven een levend en levenwekkend element in het bestel der algemene cultuur en beschaving.” Bron: het NIW van 28-08-1939

Vooral het derde punt van Samuel geeft aan hoe bewust hij is van de stand van zaken in Europa en waar hij voor staat. De Joodse identiteit en de Joodse cultuur liggen hem na aan het hart. In het vervolg van zijn verhaal staat Samuel pal voor het behoud en het verheffen van de Joodse koorzang. Hij haalt daarbij de Vlaamse dichter Verriest aan die de woorden: ‘Een volk dat niet zingt, is geen volk’. Dus, zo spreekt Samuel, laat ons van Joodse zijde zingen en vooral ook: laten we mooi zingen. Van Harpe Davids wil hij ‘een der meest gerenommeerde Joodsche zangverenigingen van de wereld worden’. Hij wil en zal zich daar met alle energie die hij heeft voor inzetten: “Als dirigent van deze vereniging zal ik het mij een grote eer rekenen, met deze grote Joodsche Mannenzangvereniging Harpe Davids de Nederlandse koorzang te dienen en de joodsche zaak, die wij door ons cultureel werk verdedigen, bevorderen. Als Joodsche dirigent heb ik altijd twee idealen voor ogen gehad: een groot Joodsch Mannenkoor met een groot Joodsch repertoire”. (Bron: het NIW van 28-08-1939)

Zijn slotwoorden betreffen de hoop die hij heeft, dat hij van Harpe Davids in de naaste toekomst weer het elitekoor kan maken dat het eens was! Deze lezing was op 23 augustus 1939, acht dagen later breekt de Tweede Wereldoorlog uit en wordt alles anders. Ook de nabije toekomst zoals Samuel zich die voorstelde. In de maand november van 1939 is er een kleiner optreden en wel voor de gemobiliseerde militairen in Krasnapolsky.

Terug naar de inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

23 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe