Vriendjes van buurt en school (2)

Salo Lopes Quiros (Ruyschstraat 121 I) Amsterdam: 11 oktober 1926 – Sobibor: 23 juli 1943

Verteller: Portret Samuel Cohen.2.JPG Samuel Cohen
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht

Samuel had natuurlijk meerdere vriendjes uit zijn tijd tot zeg maar 1938-1940. In zijn boek heeft hij twee vrienden wat uitgebreider besproken.

 

 

Naast Lion Blanes had Samuel nog een vriendje van Portugees Joodse afkomst. Dat was Salo (van Salomon) Lopes Quiros. Samuel kende hem mogelijkerwijze alleen als Salo Quiros. De vader van Salo, Abraham, had een koosjere slagerij in de Jodenbreestraat, samen met zijn broers Mozes en David. Abraham staat bij het Stadsarchief overigens vermeld zonder de toevoeging ‘Lopes’. Salomon is alleen met de toevoeging terug te vinden (waarom?). Salo was enig kind, hij zou een ouder broertje gehad kunnen hebben, maar die was helaas kort na de geboorte overleden.

Slagerij Quiros Jodenbreestraat. Foto van de gevel van vleeswarenhandel Quiros aan de Jodenbreestraat, nr. 43, met de slagers en slagersjongen met fiets, circa 1938. Bron: JHM

Slagerij Quiros Jodenbreestraat. Foto van de gevel van vleeswarenhandel Quiros aan de Jodenbreestraat, nr. 43, met de slagers en slagersjongen met fiets, circa 1938. Bron: JHM

Salo was voor wat betreft lichaamsbouw een totaal andere jongen dan Lion Blanes. Hij was voor zijn leeftijd nogal groot en fors (misschien wel dik) uitgevallen. Verder was hij in de herinnering van Samuel een brave en gevoelige jongen. Salo woonde overigens niet boven de slagerij, maar in de Ruyschstraat, op nummer 121 I.

Op school was hij het mikpunt ven velen, maar in het bijzonder van onze gymnastiekleraar. Deze fanatieke sport enthousiasteling had zijn eigen strijd aangebonden tegen de in zijn ogen te volgzame gettojood. Hij stond voor een strijdbaar Joods volk!

 

Salo had eigenlijk maar een strijdmiddel, zijn verstand. In intellectueel opzicht was hij ons allemaal de baas. Net als ik hield hij enorm van de door mij verzonnen ‘alsof’ spelletjes.

“Zonder uitleg te vragen ging hij meteen op in zijn denkbeeldige rol. We hadden ondermeer een ‘opsporingsbureau’, in grote geheimzinnigheid gehuld (geen van ons twee wist precies wat we aan het opsporen waren). Zonder voorafgaande waarschuwing gingen we op speurtocht om de misdadigers op heterdaad te betrappen in de een of andere stadswijk waar ze hun toevlucht hadden gezocht in steegjes, in huizen en kelder…. We voelden een enorme bevrediging over de prde die we op straat hersteld hadden.”

Slotwoord Samuel

Lion Blanes en Salo Quiros zijn verdwenen in het puin, in de verschrikkelijke maalstroom; er is niets over; niet van hen nog van hun families.

Terug naar de inhoudsopgave.

Alle rechten voorbehouden

256 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe