Rouwjaponnen

Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt

Je hoefde je het dus niet af te vragen over hoeveel dooien ze toen al niet hadden. Dat moet in 1942 zijn geweest.

Nieuwezijds Voorburgwal 119 t/m 127 (v.l.n.r.) - Naast nr. 119: ingang Gravenstraat. Links: Koffiehuis van den Volksbond. Rechts: Schaaps en Driessen. op de voorgrond: handkarren langs met diverse koopwaar.<br />Datering 1940 ca<br />Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Nieuwezijds Voorburgwal 119 t/m 127 (v.l.n.r.) - Naast nr. 119: ingang Gravenstraat. Links: Koffiehuis van den Volksbond. Rechts: Schaaps en Driessen. op de voorgrond: handkarren langs met diverse koopwaar.
Datering 1940 ca
Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

Tijdens de oorlog

Nadat ik ontslagen was bij het atelier in de Karel du Jardinstraat, ben aan de slag gegaan aan de Nieuwe Zijdsvoorburgwal. Ik had daar een Duitse baas, een goede man met een joodse schoonzoon. Ik ging daar werken bij een man die rouwjaponnen maakte. Die waren bedoeld voor Duitsland. Je hoefde je het dus niet af te vragen over hoeveel dooien ze toen al niet hadden. Dat moet in 1942 zijn geweest. Tussen de meisjes onderling werd daar trouwens niet over gesproken.

Ik kreeg daar bijvoorbeeld de opdracht om 10 japonnen in een bepaalde maat in elkaar te zetten. Je maakte dan eerst de aparte delen, daarna zette je ze in elkaar. Alleen het handwerk hoefde je niet te doen. Onder handwerk werden de zomen en de knoopsgaten verstaan. Maar verder zette je zo’n jurk helemaal zelf in elkaar, wel volgens een patroon. Ik heb het naaiwerk zodoende goed geleerd. Toen ik later zelfstandig ging naaien, heb ik daar veel aan gehad. Ik had na de oorlog een bende klanten: die liepen weg met mij.

Na de oorlog

In 1946 ben ik voor de tweede keer getrouwd (lees ook: Verloven na de oorlog). Ik kreeg toen al snel twee kinderen. Mijn man had maar een klein rotbaantje bij de gemeente. Het was ook nog eens geen vaste baan want hij was communist. Omdat ik mijn kinderen wilde laten studeren en dat niet kon met het inkomen van mijn man, ben ik thuis achter de naaimachine gaan werken. Ik heb toen bijna dertig jaar achter mijn machine gezeten om kleren te maken voor andere mensen. Tot mijn man ziek werd en mijn zoon zei: ‘Nou is het genoeg mam, hou er nou maar mee op’. Voor het geld hoefde het ook niet meer.

Alle rechten voorbehouden

503 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe