CORONA IN MIJN BUURT

Verteller: Anneke Koehof

Hoe een interview voor 'Oorlog in mijn Buurt', over de oorlogsperikelen van mijn tante Roos, een 22-jarig meisje van de Kastanjeweg in Oost, niet kon worden afgesloten met een eindpresentatie omdat Corona roet in het eten gooide...

Bij Anneke thuis wordt ademloos naar het oorlogsverhaal geluisterd. (Foto : Danny van het Kaar)

Bij Anneke thuis wordt ademloos naar het oorlogsverhaal geluisterd. (Foto : Danny van het Kaar)

Corona in mijn Buurt

Op vrijdag 6 maart om 10 uur zouden ze komen, Wende, Saartje, Luca en Kasper, vergezeld door een begeleider en een fotograaf. Ik hoor hun gekwetter al in de verte en daar gaat de bel. 'Hallo jongens, kom binnen, kom binnen, leuk dat jullie er zijn! Zeg maar Anneke hoor.'

De begroeting is hilarisch, voor het eerst word ik geconfronteerd met de 'elleboog- en – voetgroet'. Er wordt wat rondgekeken, dit interieur hadden ze niet verwacht bij een oudere, wat opmerkingen over het uitzicht op het park en daarna ploffen ze naast elkaar op de bank. Zoals gewoonlijk heb ik het gezellig gemaakt, wat lekkers op tafel gezet, chocomel voor de kinderen en koffie voor de volwassenen. Ik verheug me er altijd weer op, maar hoe zullen ze reageren op dit heftige oorlogsverhaal?

Sinds 2017 doe ik mee aan 'Oorlog in mijn Buurt', een project waarbij leerlingen van de hoogste groepen van de basisschool een oudere bezoeken, om uit de eerste hand over de Tweede Wereldoorlog in hun buurt te leren. Ik vertel het verhaal van mijn tante Roos, een meisje van de Kastanjeweg in Oost dat tot haar afgrijzen heeft moeten toezien hoe haar Joodse collega's bij Hollandia Kattenburg, een regenjassenfabriek in Noord, op 11 november 1942 apart werden gezet en in vrachtwagens werden gedreven om samen met hun familie te worden afgevoerd. Velen woonden in de Transvaalbuurt. In totaal waren het 826 mensen, waarvan slechts een enkeling terugkwam... Een aangrijpende geschiedenis die doorgegeven moet worden, waarbij de leerling de nieuwe verteller wordt en daardoor erfgoeddrager van het verhaal.

'Fijn dat je weer mee wil doen, Anneke,' zegt Sabine, een van de projectleiders van de stichting, aan de telefoon. 'Er komen vier leerlingen, twee meisjes en twee jongens, alleen, het is dit keer een beetje anders dan anders, je mag de kinderen bij begroeting geen hand geven, dat heeft te maken met de Corona epidemie.' Het verbaasde me niet dat het zover zou komen. Bij mijn vriend in De Jordaan zag ik regelmatig grote groepen Chinese toeristen, daar zouden beslist wel dragers tussen lopen voorspelde ik toen al. En bovendien had het virus ook in Italië toegeslagen, eerlijk gezegd voelde ik me in de tram al niet erg op mijn gemak toen daar een groep Italiaanse toeristen instapte. Maar zó snel al? Dat had ik niet verwacht.

Nadat iedereen is voorzien van 'koek en zopie' vertel ik het verhaal zoals mijn tante Roos het had ondergaan. De kinderen zijn behoorlijk onder de indruk, maar van te voren zó goed voorbereid dat er intelligente vragen worden gesteld. Niet alleen over de gebeurtenissen bij Hollandia Kattenburg maar ook hoe tante Roos, toen nog een jonge vrouw, de oorlog had ervaren en hoe de oorlog werd beleefd in het gezin waaruit ik kwam. Ze hebben over alles nagedacht. Hadden mijn ouders onderduikers gehad en zat mijn vader of iemand anders van de familie in het verzet? De kinderen zijn geïmponeerd als ik vertel dat mijn oom in zijn lederwerkplaats aan de Ringdijk pistoolholsters voor de ondergrondse maakte die in een kinderwagen onder het matrasje werden vervoerd. En ook de vluchtpoging van mijn vader via een brede sloot, waarbij hij zijn hoofd telkens langdurig onder water moest houden, wekt bewondering voor zijn moed. Het feit dat ik al meteen na mijn geboorte in 1943 moederloos was en hoe ik daarna bij de melkboer op de hoek terecht kwam heeft hun speciale belangstelling. Foto's gaan van hand tot hand.

De ochtend vliegt om, maar we zullen elkaar terugzien op vrijdag de 13e (!) maart, dan presenteren de kinderen op school, samen met hun klasgenoten die bij andere ouderen op bezoek zijn geweest, het geleerde in interviewvorm. Dit is altijd een hoogtepunt waarop de kinderen, hun belangstellende ouders, de leerkracht en vooral de ouderen zich verheugen.

Voordat de kinderen vertrekken wordt er nog een gezellige groepsfoto gemaakt, van anderhalve meter afstand is nog geen sprake. 'Tot ziens, tot volgende week', klinkt het als ik ze na zwaai...

In de daaropvolgende week begint de ernst van de Corona epidemie door te dringen. Dag na dag wordt de berichtgeving verontrustender, maar van afstel op de 13e maart is nog geen sprake. Toch word ook ik overvallen door zorgelijke gedachten. Moeten we wel naar de presentatie gaan? Soms heeft het verstand en dan weer het gevoel de overhand. We kunnen de kinderen toch niet teleurstellen, die hebben er zo hard hun best op gedaan!

Uiteindelijk, de avond van tevoren, komt er een telefoontje van Sabine van 'Oorlog in mijn Buurt' :

'Helaas, de eindpresentatie kan niet doorgaan omdat het RIVM adviseert het bezoek aan (en dus ook van) kwetsbare personen (ouderen) te beperken. Heel jammer voor jullie, voor de kinderen en ook voor ons'. Enigszins opgelucht maar ook teleurgesteld moeten we ons hier bij neerleggen.

De ansichtkaarten die de kinderen sturen bieden troost en van de week hebben ze hun verhalen digitaal verteld, knap dat ze het na die lange tijd nog zo goed konden reproduceren. En zo hebben we gelukkig toch nog een mooie herinnering...

Anneke Koehof © 18 mei 2020

 

https://inmijnbuurt.org/erfgoeddrager/wende/

 

De promotie van mijn tante Roos

Kind aan huis bij de melkboer 

 

Alle rechten voorbehouden

142 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

De ansichtkaarten die de kinderen sturen brengen troost in de moeilijke Corona-tijd. (Foto : Anneke Koehof)

De ansichtkaarten die de kinderen sturen brengen troost in de moeilijke Corona-tijd. (Foto : Anneke Koehof)

Geen reacties

Voeg je reactie toe