Luilak, de voorbode van Pinksteren

Quirinus Hoogland gedenkt een verdwenen traditie in dit gedicht

luilakviering op onbekende locatie, foto afkomstig uit beeldbank Stadsarchief Amsterdam

luilakviering op onbekende locatie, foto afkomstig uit beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Van Pinkster heug ik mij uit vroeger jaren

Alleen nog 'luilak' dat ging eraan vooraf

We gedroegen ons toen als halvegaren

En kregen voor onze daden heel geen straf

 

In alle vroegte slopen we uit ons bed

Onze Pa hield niet van dat rare gedoe

Als hij de kans kreeg dan belette hij het

Onze Moe kneep meestal wel een oogje toe

 

's Morgens vóór vieren waren we al op straat

Drukten belletjes en bonden deuren vast

Natuurlijk werden er wel eens mensen kwaad

Maar eigenlijk veroorzaakten we geen last

 

Verder waren we het meest aan het gillen

Want luilak zonder kabaal dat hoort toch niet

Toch moet je hier ook niet te zwaar aan tillen

We hebben het overleefd zoals je ziet

 

 

Tegenwoordig schijnt het anders te wezen

Het vandalisme voert nu de boventoon

En zoals ik in de krant heb gelezen

Houden ze nu de straten ook niet schoon

 

Vroeger gingen we na afloop naar 't zwembad

Of we doken in het Merwedekanaal

Op onze prestaties gingen we toen prat

En als ik eraan terugdenk helemaal

 

 

Quirinus,

mei 2018

Alle rechten voorbehouden

143 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

uitslapen

uitslapen

Geen reacties

Voeg je reactie toe