Kinderangsten in oorlogsjaren

Verteller: Bertie Braeken


Avondklok. Het begrip is bekend als synoniem voor avondklok, de uren waarin de bevolking ('s nachts) niet op straat mag zijn.
Tijdens de bezetting in Nederland (1940-1945) werd er een spertijd ingesteld die liep van 20.00 uur tot 07.00 uur in de ochtend.

bekendmaking

bekendmaking

Mijn moeder nam het niet zo nauw met die avondklok, ze was nooit bang, ging 's nachts bielzen jatten van de tramrails in de Linnaeusstraat. Dat deed ze met een groep mannen, ze was de enige vrouw. Stukken bielzen werden gebruikt voor het noodkacheltje waar op - dat wat er was om te eten-  te koken. Suikerbieten en aardappelschillen.
Helaas kwam de Grüne Polizei langs en iedereen rende weg. (Om de bevolking in het gareel te houden was er allereerst de Ordnungspolizei, vanwege de groene uniformen Grüne Polizei genoemd ).
Mijn moeder vluchtte naar een portiek van een café in de van Swindenstraat, het was uiteraard pikkedonker op straat, alleen had mijn moeder geen erg in de witte zak waarin ze een en ander vervoerde. Gelukkig reden de Grüne Polizei voorbij, mijn moeder was zo bang geworden, dat ze het daarna nooit meer deed.
Waarom mijn moeder dat deed ? Omdat mijn vader een tijd in werkkampen heeft gezeten in Polen.
Op een keer, mijn moeder was even gaan buurten bij kennisjes in de 2e van Swindenstraat, riepen de mensen  steeds ‘Rietje let op je tijd, het is al bijna 8 uur’.
Maar mijn moeder was zelden bang en zei ‘ja ik ga zo’. Maar het was toch over achten toen mijn moeder met mij aan de hand langs de huizen liep, het was pikkedonker buiten, en ineens hoorde wij roepen, HALT....het was een mof met geweer, en mijn moeder riep tegen mij HOLLEN.....
Ik had geen schoenen meer, maar houten plankjes met een touwtje door mijn vader gemaakt, dat maakte een hoop herrie. We waren vlak bij de deur en gingen snel naar binnen, en die mof bleef maar op de deur bonken, wij zijn snel naar boven 3 hoog gerend. 'Gered 'zei mijn dappere moeder.

Later toen mijn vader weer terug was uit Polen, werkte hij bij De Roomkan, waar nu Febo zit, mijn moeder werkte iedere dag bij een gezin in de Riouwstraat, en dan nam ze me soms mee. Ik mocht daar dan een bordje pap eten, mijn moeder vertelde aan mij waarom zij wel volop te eten hadden, omdat ze heulden met de moffen. Ik snapte dat toen nog niet. Op een keer was ik weer mee, en werd er verteld : 'mevrouw Braeken, Bertie mag hier niet meer eten, want we hebben nu een hond en dat eten is nu voor de hond.'
Mijn moeder was toen zo woedend. Die middag zag ik mijn moeder een stuk vlees afsnijden in de keuken, ik stond te kijken, ze deed haar vinger op haar mond, dat ik niets mocht zeggen, en pakte dat stuk vlees en deed het onder haar jurk op haar borst. Ze pikte nog een paar aardappelen uit een kast die vol lag met aardappelen, en die avond hadden we eten, mocht bij de buren op de kolenkachel gebakken worden en dat werd dan gedeeld met de buren.

Na de oorlog hoorden wij dat bij de buren een Joodse vrouw een aantal jaren had gewoond, ik was er zo vaak binnen, maar nooit gezien. Toen zij naar Palestina ging, kreeg ik een zakje sinaasappelen door haar opgestuurd: voor Bertie.

Op een keer dat ik niet mee mocht werd ik bij een oma/ opoe op 1 hoog gestald.Die oude dame was heel oud en doof, en we hingen samen uit het raam te kijken,tot er een troep soldaten met geweren door de van Swindenstraat marcheerden. Ineens stond mijn vader met zijn witte jasje van de ijswinkel te schreeuwen en te gebaren dat we naar binnen moesten, vanwege het gevaar. Opoe begreep het niet, maar ik was bang en trok haar aan haar kleren, naar binnen.

Ik heb afgelopen zaterdag de film gezien JOJO Rabit, over een Duits jongetje in de oorlog. Ik heb zo zitten huilen, de angsten kwamen gelijk weer terug voor even, want ondertussen heb ik mijn oorlogsverleden wel verwerkt.

bertie braeken






Alle rechten voorbehouden

121 keer bekeken

bertie braeken

Hollandse Schouwburg

Net terug van de Hollandse Schouwburg,

zo ontzettend verdrietig maar ook zo mooi dat deze

beelden er nog zijn.

Wij mogen dit nooit meer vergeten,

we moeten allerd blijven

het kan zo weer gebeuren.

bertie