Bielzen en ossenlappen

Auteur: Marja Bouman
Eerste van Swindenstraat, Dapperbuurt

Tijdens de hongerwinter kwam onze benedenbuurman altijd bruine bonen bij ons koken, want wij hadden een fornuis.

Bielzen1 April 2005, herinrichting Dapperstraat.<br />Op de hoek van de Dapperstraat en de Eerste van Swindenstraat stond vroeger de bank van de 'Kruisvereniging'.

Bielzen1 April 2005, herinrichting Dapperstraat.
Op de hoek van de Dapperstraat en de Eerste van Swindenstraat stond vroeger de bank van de 'Kruisvereniging'.

Alle rechten voorbehouden

Ik herinner me nog de tijd dat in de Eerste van Swindenstraat voortuintjes waren. Wij woonden op twee hoog. Als kind werd ik vaak aan het tuinhekje van de buren vastgebonden, want ik was een weglopertje. Vroeger was er veel meer contact met de buren dan nu, het was net familie. Tijdens de hongerwinter kwam onze benedenbuurman altijd bruine bonen bij ons koken, want wij hadden een fornuis. Ik heb in die tijd dertien bielzen aangesleept om het warm te stoken. Die waren wel zo'n 1.70 meter hoog. Ik haalde ze in mijn eentje op de fiets bij het spoorweghuisje aan de Ringdijk, uit de omheining. Er was daar ook een mitrailleurnest van de Duitsers. Als ik hout sprokkelde liet ik onderweg altijd wat vallen voor de oude vrouwtjes, dan hadden die ook wat.
De Van Swindenstraat was vroeger heel anders. Op de hoek bij de Dappermarkt, waar nu (in 2005) die meubelzaak zit, stond een bank. Daar zaten altijd een paar oudere vrouwen. Ze zaten wijdbeens zodat je vanaf de overkant onder hun rokken kon kijken. Daarom werden ze de Kruisvereniging genoemd.
In de hongerwinter ging ik twee keer per week op de fiets eten halen. 's Morgens fietste ik dan richting Abcoude en Baambrugge, 's middags richting Den Oever. Wat ik meebracht verschilde per keer. In Baambrugge kreeg ik eens een kilo ossenlappen mee voor een gulden. Dat was bijna voor niks. In de Linnaeusstraat werd ik aangehouden door een paar rechercheurs. Je mocht in die tijd niks hebben of het werd in beslag genomen. Toen ze vroegen wat er in mijn tas zat riep ik heel nonchalant: 'O, een kilo ossenlappen voor een gulden!' Ze begonnen te lachen, want dat geloofden ze natuurlijk niet. En zo kon ik doorrijden, gelukkig.

Alle rechten voorbehouden

2894 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe