De commensaal van mijn grootouders

Verteller: Hannie Storteboom
Wagenaarstraat, Dapperbuurt

Eigenlijk waren er twee deuren, maar de linker konden we niet gebruiken omdat daar de ingang van de 'commensaal' was.

De commensaal van - opa Storteboom.jpg Een tekening van Opa Storteboom, tramconducteur

De commensaal van - opa Storteboom.jpg Een tekening van Opa Storteboom, tramconducteur

Alle rechten voorbehouden

In het trappenhuis rook het vies, een grondlucht. Dat vond ik vervelend en ik hield mijn adem altijd in tot ik boven was. Na twee trappen stond je voor de deur van twee hoog. Eigenlijk waren er twee deuren, maar de linker konden we niet gebruiken omdat daar de ingang van de 'commensaal' was.

Wij namen dus de rechter en kwamen dan via een halletje, met een kast en de wc, in de keuken terecht. De vierkamerwoning was in tweeën gedeeld. Aan de voorkant zat, aan de Wagenaarstraat, het piepkleine zijkamertje van de commensaal meneer de Boer of meneer Stuurman of hoe ze ook heetten én de woonkamer, die wel vier bij vijf gemeten zal hebben. De tussenkamer had mooie glas-in-lood deuren. Er stond een piano en we aten er altijd. Die kamer was, denk ik, zo'n 3 bij 2,5 meter. Daarachter was de slaapkamer, ook aardig groot, die uitkeek op de huizen van de Commelinstraat.

De 'commensaal', een wisselende kostganger, was altijd een tramconducteur, een collega van mijn opa. Hij at mee aan tafel. Mijn zusje en ik vonden dat wel gezellig. Commensaals waren altijd jong, vrolijk en ze praatten met een leuk accent. Stromend water hadden ze niet in dat zijkamertje en de commensaal waste zich met water uit de lampetkan, die oma iedere dag voor hem vulde. Toen mijn opa dood was en oma naar een bejaardenhuis was gegaan, zijn mijn ouders er gaan wonen. Zo'n fijn huis vonden ze het.

Alle rechten voorbehouden

1089 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe