Laatste oorlogsjaren

Verteller: Jaap Meents. Jaap Meents
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Danie Theronstraat, Transvaalbuurt

Moortje lag in de pan van mijn moeder te pruttelen.

Hongerwinter Inwoners lopen in de Hongerwinter met pannen naar een gaarkeuken, Amsterdam (1944-1945). Maker van de foto is Cas Oorthuys, bron: geheugen van Nederland.

Hongerwinter Inwoners lopen in de Hongerwinter met pannen naar een gaarkeuken, Amsterdam (1944-1945). Maker van de foto is Cas Oorthuys, bron: geheugen van Nederland.

Alle rechten voorbehouden

Aan het eind van de oorlog had je de Hongerwinter. Mensen van mijn generatie (of net iets ouder) kunnen zich dat nog wel goed herinneren. De geur van suikerbieten is mij altijd bijgebleven, tot op de dag van vandaag. Mijn moeder bakte die suikerbieten op het noodkacheltje, een soort potkacheltje.
Weet je, vroeger had je bij Halfweg die suikerfabriek. Daar hing ook zo’n zoetige, weeïge lucht. Schillen van aardappelen hebben we ook gegeten.

Het meest bijzondere is toch wel het verhaal van de kat van de buurvrouw. Die hebben we toen ook opgegeten. Mijn moeder had die gepikt. Wat moest ze ook anders, met al die kinderen. Aan het eind van de oorlog, 1945, waren er zeven kinderen. Na de oorlog, in 1946, kwam er nog een broertje bij, Leo. Ik denk dat de buurvrouw wel een vermoeden had. Zij is ook bij ons aan de deur geweest. Ze riep ook telkens van: “Moortje, Moortje”. Maar Moortje lag al in de pan van mijn moeder te pruttelen.

Afrikanerplein. Afgebeeld is het Afrikanerplein, gezien in noordelijke richting.<br />Deze foto is van 20 maart 1938 (ca.). Bron: Beeldbank, SAA.

Afrikanerplein. Afgebeeld is het Afrikanerplein, gezien in noordelijke richting.
Deze foto is van 20 maart 1938 (ca.). Bron: Beeldbank, SAA.

Alle rechten voorbehouden

Hoe we trouwens aan die suikerbieten zijn gekomen, weet ik niet. Die moeten natuurlijk wel ergens vandaan zijn gekomen. Ik denk dat ze ergens van een markt vandaan gekomen moeten zijn. Misschien zijn ze ook wel gepikt, van een vrachtauto ofzo. Ik was toen een jaar of vijf, zes. Zo goed kan ik het mij niet herinneren.
Het is vooral ook mijn broer Gerrit (Jerry) die voor het gezin zorgde. Bij het uitbreken van de Hongerwinter was hij een jaar of veertien. Hij heeft veel voor ons gedaan, voor eten gezorgd bijvoorbeeld. Hij wist altijd wel iets te versieren, die suikerbieten bijvoorbeeld. Maar hij ‘regelde’ ook wel brood bij bakker Ferwerda (hoek Afrikanerplein – Joubertstraat). Hij ging dan naar de bakker om warm water te halen. Aan het eind van de oorlog was er geen warm water meer. Bij sommige winkels kon je voor een cent warm water krijgen. De bakker moest voor het warme water wel naar achteren met ons emmertje of onze pan. Op dat moment pikte Gerrit een paar broden.

-----------------------------------------------

Dit is verhaal nr. 2 uit een serie van 34 verhalen verteld door Jaap Meents.
Voor verhaal nr. 3 ga naar Tompoes voor een paard

Wilt u een overzicht van al zijn verhalen klik dan linksboven op de naam van de verteller Jaap Meents.

Alle rechten voorbehouden

1233 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe