September 1943 (deel 1)

Verteller: Jacob (Jaap) Zwaaf Jacob Zwaaf
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt
Verduistering. Verduisterd en dichtgetimmerd raam van een zaaltje met tekst "deze zaal is open" en "verduisteringspapier alhier verkrijgbaar". Nederland, 1940 (fotograaf onbekend). Bron: Het Leven, Spaarnestad Photo

Verduistering. Verduisterd en dichtgetimmerd raam van een zaaltje met tekst "deze zaal is open" en "verduisteringspapier alhier verkrijgbaar". Nederland, 1940 (fotograaf onbekend). Bron: Het Leven, Spaarnestad Photo

Alle rechten voorbehouden

De nacht van 30 september was een nacht om nooit te vergeten.
Lees hierna: deel 2 en deel 3.

Genadeslag?

De zomer van 1943 ging langzaam voorbij, er gebeurde tot eind september niet veel bijzonders. Toen kwam de nacht van 30 september, als een monster een aanval doen op alle joden die daarvoor in aanmerking kwamen. Deze slag was bedoeld als de genadeslag om iedere jood die tot dan toe de dans was ontsprongen nu te grijpen en te deporteren. Genadeloos werden de mensen van hun bed gelicht, deuren werden kapot getrapt, mensen in overvalwagens geschopt en weggevoerd. Het aantal weggevoerden in deze nacht schatte men op ongeveer 1500. Radio Oranje sprak later dat het gordijn van het joodse leven in Nederland in elkaar was gezakt en dat men het ergste vreesde.

Nachtelijke overval!

Martha en ik hebben die nacht nooit vergeten. In gedachten horen wij die bel, waarmee de duitsers ons wekten. Het zal zo rond een uur of drie in de nacht zijn geweest toen wij die bewuste bel hoorden. Martha en ik hadden ons echter voorgenomen nooit de deur open te maken wanneer er ’s nachts gebeld zou worden. We besloten die voornemens waar te maken. De bel werd al luider en luider, maar we bleven doodstil in bed liggen. Toen begonnen de duitsers te bonzen en ik dacht stellig dat de deur nu wel ingetrapt zou worden. Dit gebeurde gelukkig niet. Wij hadden ’s nachts altijd een klein verduisteringslampje branden. Om elk risico uit te schakelen, kroop ik uit het bed en deed het lampje uit. Om onze huisdeur te bereiken, moest men eerst door de straatdeur. Daarna kwam je in een gang, waar voor onze woning twee ingangen waren. Eén ervan was een deur die goed dicht kon, de andere kon je als het ware openblazen. Daarom was ik erg bang dat de duitsers dit zouden merken en dan waren we er zeker bij.

Alle rechten voorbehouden

1517 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe