De Koningskerk

Wat een moderne kerk kwam daar te staan midden in de nieuwgebouwde wijk Jeruzalem!

Auteur: Jan Dijk
1 Fan
Jeruzalem, Van 't Hofflaan
Koningskerk - 1972 .<br />Foto: Beeldbank Amsterdam

Koningskerk - 1972 .
Foto: Beeldbank Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

Ik was 9 toen de kerk afkwam. Het was 1956. Het was de tweede kerk van de Gereformeerde Gemeente Watergraafsmeer - de Rehobothkerk was te klein geworden. Er waren geregeld kerkdiensten geweest in de gymzaal van de Prinses Julianaschool aan de Fahrenheitstraat, vader preekte er wel eens, ik ben er een keer bij geweest. Vader was betrokken bij het begin van de bouw van de nieuwe kerk. Hij was al jong met emeritaat gegaan wegens astma; trappen lopen, vooral in de Transvaalbuurt, dat toen bij de kerkelijke gemeente Watergraafsmeer behoorde en dat zijn wijk was, lukte hem niet meer.

Wat een moderne kerk kwam daar te staan midden in de nieuwgebouwde wijk Jeruzalem! Nog moderner dan de beroemde Kolenkit in West. Ik liep wel eens door de nieuwe wijk vanuit ons huis boven het postkantoor aan de Middenweg; weet nog dat er op de hoek van de Middenweg en de Hugo de Vrieslaan, waar later het wijkcentrum was, een boerderij stond. Je kunt nog zien dat de huizen daar van later datum zijn. Verder was de wijk al klaar. Ik vond het leuk naar de nieuwe straatnamen te kijken. Mijn oudere broers kunnen vast wat meer over de bouw van de kerk vertellen.

Vader overleed jong, de kerk was net klaar; het prachtige orgel van Mense Ruiter moest er nog komen. De begrafenis van vader was de allereerste dienst in de kerk; hij was nog niet eens officieel in gebruik genomen. Natuurlijk was de kerk afgeladen. Dominee Gilhuis, zijn opvolger, leidde de dienst. Ik voelde me timide.

Ik zag nu ook de bijzondere, wel heel erg moderne ramen en het ruime verder vrij sobere interieur. Gekleurde dikglazen ruitjes in bijzondere patronen. Een zon. Een engel die een draak verslaat. De vier evangelisten als symbolen weergegeven, leerde ik al snel.
De preek was moeilijk te horen. De akoestiek was te hol en er was nog geen geluidsinstallatie. Uiteindelijk kwamen er tapijten tegen de achtermuur te hangen. Dat scheelde aanzienlijk. Toen mijn oudste broer er een keer preekte, nog zonder geluidsinstallatie naar ik mij meen te herinneren, was hij goed te verstaan, en ook te volgen voor mij. Als je maar voor-midden in de kerk zat.

Voor concerten bleek de akoestiek weergaloos. Die Jahreszeiten en Die Schöpfung heb ik er allebei gehoord. Onder leiding van Peter Dogger de dirigent van het Rehobothkoor. Ik hoorde een keer een bekende van mij viool spelen in de Koningskerk, solo. Prachtig klonk dat. Zo'n concert moet toch eens mogelijk zijn, met een beroemde violist.

Uiteindelijk heb ik er in mijn jeugd vaak gekerkt. Toen later de Rehoboth-kerk wegens bouwvalligheid werd afgebroken was de Koningskerk inmiddels groot genoeg voor de gemeente.

Alle rechten voorbehouden

1692 keer bekeken

2 reacties

Voeg je reactie toe
Wim Hoogenboom

Eerste steen legging

In de jaren dat de wijk 'Jeruzalem' gebouwd werd gingen wij daar na schooltijd vaak spelen. We zaten op de Frauenhoferschool ,een lagere school aan de overkant van de Middenweg. De eerste steenlegging kan ik mij goed herinneren. In de zijmuur werd een oorkonde gemetseld door ds. J.C.Gilhuis. Later heb ik daar de catechisatie gevolgd bij ds. Rijper. In 1956 verhuisden wij naar Ermelo waar wij opnieuw te maken kregen met de nieuwbouw van een kerk.

Ria Smith

Koningskerk

Als kind woonde ik aan het Ingenhouszhof, boven de Viswinkel van Snoek. Wij hadden een fantastisch uitzicht over het Robert Kochplantsoen en op de Koningskerk aan de van ’t Hofflaan. Toen op een gegeven moment de penduleklok thuis de geest gaf is die ook nooit meer gerepareerd. Wij hadden immers toch de torenklok! Ik kan mij nog goed herinneren dat de Koningskerk gebouwd werd. Ik was toen een jaar of zes/zeven en we zwalkten veel rond op de bouw en verzamelden stukjes pijp om pijltjes mee te schieten. Mijn mooiste herinnering aan die bouwperiode was met de jaarwisseling van 1955/1956. De bouw was al vergevorderd en op de een of andere manier had een stel jonge gasten kans gezien halverwege de toren te klimmen, tot het galmgat van de klok en vandaar hun vuurwerk af te steken. Ik vond het prachtig.
In mijn herinnering spraken de ooms en tantes en buurvrouwen in die tijd vaak negatief over de nieuwe kerk in aanbouw, waarvoor ze zelf met allerlei acties ijverig geld voor hadden ingezameld. Het was in hun ogen maar een modernistisch blok beton met een rare losstaande toren.
Die losstaande toren van de kerk bleek later trouwens vaak een leuke speelplek waar omheen we vaak ‘stilstaan krijgertje’ speelden. De bedoeling was een rondje om de toren te lopen zonder dat degene die de beurt had je zag bewegen.
Ik heb het zelf altijd een mooi gebouw gevonden, waar veel aan te bekijken was. We speelden veel in het aangrenzende speeltuintje van waar je een vrij zicht had op het intrigerende beeld aan de Glauberweg kant van de kerk. Een samenvoeging van een leeuw en een adelaar. Pas veel later leerde ik dat zoiets een griffioen heet en een symbolische aanduiding is van Christus’ koningschap over alles.
Binnen in de kerk heb ik als kind ook heel wat uren op zondag doorgebracht, waarbij ik meer bezig was met het bedenken wat er precies in de glas-in-beton wanden voor afbeeldingen te zien waren, dan met het luisteren naar de dominee. Het zijn overigens afbeeldingen uit Openbaringen. Feestelijk was het altijd als het Interkerkelijk Jeugdkoor optrad, olv Peter Dogger.
De kerk werd begin 1956 in gebruik genomen. Op 1 april 1956 was mijn zusje Willeke het eerste kind dat er gedoopt werd. Ik kan mij nog goed herinneren dat de dominee zei dat zij het eerste Koningskind was. Reuzetrots was ik. Later realiseerde ik me pas dat rond het doopvont de tekst Koningskinderen was gebeiteld en dat mijn zusje niet echt van koninklijke bloede was (…).