Groenten, mierik, kippen, melk en vis

Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt, President Brandtstraat

De visman die door de straten kwam heette Groenteman.

De mierikswortel Mierikswortel werd in veel gerechten gebruikt, zeker in de Joodse keuken, bijvoorbeeld tijdens het Pesach-feest. Het wordt dan gegeten als 'maror', het Bittere Kruid dat symbool stond voor de moeilijke tijd die het Joodse volk had tijdens de slavernij in het Oude Egypte.

De mierikswortel Mierikswortel werd in veel gerechten gebruikt, zeker in de Joodse keuken, bijvoorbeeld tijdens het Pesach-feest. Het wordt dan gegeten als 'maror', het Bittere Kruid dat symbool stond voor de moeilijke tijd die het Joodse volk had tijdens de slavernij in het Oude Egypte. Door: Frits Slicht

Alle rechten voorbehouden

De groenteman, ‘Stomme Mozie’ was zijn naam, had een grote handkar. Als hij de straat inkwam riep hij: ‘Komkommers, zes cente maar, komkommers zes cente a mozie’. Hij had natuurlijk ook wel andere groente, maar hij riep alleen over de komkommers. Dat waren trouwens gele komkommers, zes cent de twee deden die.

Op vrijdag stonden er op de Tugelaweg bij het poortje, tegenover de winkel van Verdooner, wel vijf of zes verschillende kippenboeren. Voor drie kippen betaalde je 1,75 gulden. Je liet er één koken, voor de soep. De andere twee werden gebraden.

Het mieriksvrouwtje dat langskwam riep: ‘Mierak, mierak’. Ik moet nu aan de groentesoep van mijn moeder denken. Daar haalde zij het vlees uit, dat heette een dekseltje. Mijn vader at dat altijd met mierik. Mierik is wit spul, aangemaakt met azijn en een beetje suiker. Met een stukje zuur erbij was dat een traktatie. Het mieriksvrouwtje schaafde de mierikswortel, dat schaafsel kreeg je mee in een puntzakje.

Dan had je ook nog een melkman, die kwam elke dag langs. ‘Mello, mello’, riep die. Hij had een soort schep van een liter en een heel grote emmer. Je moest dan met een eigen bak of emmer naar de straat. Zo had je elke dag verse melk in huis. De melkman was een grote man, hij woonde in de buurt van Volendam.

De visman die door de straten kwam heette Groenteman. Hij was een weduwnaar, mijn moeder vond dat verschrikkelijk want al zijn kinderen waren in een weeshuis terecht gekomen. Hij verkocht onder andere schol, vijf pond voor een kwartje. Hij woog de vis af in zo’n grote weegschaal. Ook de vis ging weer in een eigen bak of emmer. Thuis moest de vis nog wel worden schoongemaakt.

Alle rechten voorbehouden

929 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe