Riphagen, een begrip in de buurt

Kapsalon Riphagen, Javastraat 36

Verteller: Annegé Riphagen
Javastraat, Indische Buurt

Vanaf 1919 tot 1974 heeft er een Riphagen in de kapperszaak gestaan. Vermoedelijk is Nicolaas Riphagen gestart in de Wagenaarstraat, maar vanaf 1926 was de kapsalon gevestigd aan de Javastraat 36. Annegé Riphagen, kleindochter van de oprichter, heeft er haar jeugd doorgebracht. Dit is een van de verhalen die eerder gepubliceerd zijn op de website "Buurtwinkels" van het Amsterdam Museum. De verhalen die in Oost spelen zullen vanaf 2019 overgeplaatst gaan worden naar het Geheugen van Oost vanwege sluiting van de oorspronkelijke website. Dit is een verhaal uit 2011

winnend-kapsel-1   Prijswinner -   Een foto omstreeks 1926 van een kapsel waarmee de oude mevrouw Riphagen een prijs won. Foto uit privé collectie familie Riphagen

winnend-kapsel-1 Prijswinner -  Een foto omstreeks 1926 van een kapsel waarmee de oude mevrouw Riphagen een prijs won. Foto uit privé collectie familie Riphagen

Op verzoek van haar dochter Inge Jolijn Schoone is Annegé Riphagen in gedachten terug gegaan naar de tijd dat haar ouders - Johan Riphagen (1921) en Alida Hofdijk (1923) - de kapperszaak in de Javastraat dreven.

De Start

"De kapsalon is in 1919 gestart door mijn opa Nicolaas Riphagen (1894) . Mijn oma Gijsje, beter bekend als Gé Riphagen -van der Steen (1896) , heeft altijd naast haar man in de kapsalon gewerkt. Zij heeft vele prijzen gewonnen en stond bekend als een erg goede kapster. Zij leidde de dameskapsalon en mijn opa de herenkapsalon.
Mijn vader, Johan, kwam op een aparte manier in de kapsalon te werken. Tijdens een sneeuwballen gevecht op het schoolplein, kwam zijn sneeuwbal in het gezicht van de directeur terecht ! Hij werd 2 dagen van school gestuurd en opa Nico sprak de legendarische woorden: dan kun je ook wel een witte (kappers) jas aantrekken. En zo geschiedde. Achteraf denk ik dat het niet de beste keus was voor mijn vader, hij kon namelijk fantastisch tekenen en schilderen en had graag de kunstacademie gevolgd. Nadat opa Nico in 1959 overleed heeft mijn vader samen met mijn moeder Alida Hofdijk , met wie hij in 1947 was getrouwd, de zaak overgenomen ".

De winkel in de 60-er jaren

"Bij binnenkomst in de winkel kwam je in de parfumerie terecht, het domein van mijn moeder. Het stond er stampvol met toiletartikelen als : aftershave, scheerzeep, kammen, spelden, nagellak, crèmes, haarlak enzovoort. Daar werd ook het knippen uit de herensalon afgerekend en de (permanent of watergolf) afspraken voor de dames salon gemaakt. Mijn moeders taak was de verkoop in de kleine parfumerie, het afrekenen van het knippen, uitpakken en opbergen van bestellingen en samen met mijn vader; het contact met de vertegenwoordigers en de organisatie van de winkel. Mijn moeder was ook het aanspreekpunt voor het personeel. Er werkte veel personeel; 1 winkelmeisje, 3 dames kapsters en een zaterdag hulp, 2 heren kappers en een haarwerker voor de pruiken. Veel vaste klanten die elke dag of om de dag kwamen om zich te laten scheren. Veel klanten kwamen uit de buurt, maar er waren ook mensen die speciaal voor mijn vader kwamen van buiten de buurt, bijvoorbeeld buitenlanders die een tijdje voor het Instituut voor de Tropen werkten. De kapperszaak van Riphagen was lang een begrip".

Gezinsleven

"Allebei mijn ouders werkten in de winkel, de winkel was ook wel mijn tweede huis. Als je overdag naar beneden ging naar de winkel en via de herensalon naar de damessalon liep moest ik altijd het volgende zeggen: goedemorgen heren, goedemorgen dames ! Als puber vond ik dat vreselijk en liep met een rotvaart en een rood hoofd door de winkel heen. Wat een ramp. Wat ik wel leuk vond was de verkoop en het afrekenen, dat mocht ik op een gegeven moment doen als mijn moeder boven ging koken. Wat ook leuk was: plakband op je nagels en de nagellak kleurtjes uitproberen ! ".

  •  

    Foto ( privé collectie familie Riphagen) uit 1947 waarop de heer Riphagen aan het werk is te zien

Alle rechten voorbehouden

157 keer bekeken

Hennie

Leerlingkapster in 1969

In 1969, ik was 15 jaar, ging ik naar de Kapperschool in Amsterdam. Leerlingstelsel, dus 4 dagen werken en 1 dag naar school. Ik werd aangenomen bij Riphagen in de Javastraat. Ze wilden dat ik 5 dagen kwam ipv 4, mijn loon was  fl 33, 35 (conform cao) en reiskosten werden niet vergoed. Ik woonde in Purmerend en volgens mij waren de reiskosten hoger dan mijn salaris..... Los van de slechte arbeidsvoorwaarden voelde ik me er doodongelukkig....  ik weet niet zo goed meer waarom maar de sfeer was er niet goed. Ik was dan ook heel blij dat ik na een.paar weken al aangenomen werd bij Ton's Coiffures in de Molukkenstraat. Ton Te Slaa was de eigenaar, een superleuke, toen nog jonge, vent. Hij verhoogde mijn salaris naar fl 35,00  vergoedde mijn reiskosten en gaf me een 4-daagse werkweek. Ik heb er heel fijn gewerkt en niet vaak meer aan salon Riphagen gedacht.....tot ik het stukje hierboven las. Ik kan me nu, 51 jaar later voorstellen dat de familie trots was op hun zaak. Als verlegen meisje van 15 paste ik er echter totaal niet tussen.....