De A.H.Gerhardschool deel 4 -slot-

In 2016 werd het predicaat 'Excellente school' toegekend!

De A. H. Gerardschool in 2016 (foto: Corrie Groen-Pickhard)

De A. H. Gerardschool in 2016 (foto: Corrie Groen-Pickhard)

Invloed van de onderwijsinspectie; structuur

Het is anno nu bijna niet voor te stellen, maar tot in de jaren negentig van de vorige eeuw was er geen sprake van systematisch onderzoek van de onderwijskwaliteit van een school. Dat gebeurde niet door de Gemeentebesturen, die verantwoordelijk waren voor het Openbaar Onderwijs, ondanks het feit dat in alle grote steden Gemeentelijke Inspecteurs waren benoemd. Het gebeurde ook niet door de besturen van Christelijke-, Rooms-Katholieke of andere bijzondere scholen. Hans Heijning, onderwijzer aan de Gerhardschool en later Gemeentelijk Inspecteur in Amsterdam en tenslotte Rijksinspecteur Speciaal Onderwijs vertelde mij, dat hij als Gemeentelijk Inspecteur in feite een “wethouder te velde” was, die het Gemeentelijk beleid in de praktijk moest realiseren. Ook was hij  op afroep beschikbaar voor de scholen als er problemen waren. Een groot deel van zijn tijd besteedde hij aan het oplossen van conflicten tussen leerkrachten en ouders, tussen leerkrachten onderling en tussen directeuren en leerkrachten. Daar kwamen dan af en toe onderhandelingen met ouders bij, als die de school van hun kinderen hadden bezet. Iets wat in de jaren zeventig –na de Maagdenhuisbezetting door studenten- regelmatig het geval was.

Daar kwam na 1995 snel verandering in door de invoering van het Integraal Schooltoezicht. Sinds 2009 wordt gesproken van het “Toezichtkader” en is er een apart “Toezichtkader” ontwikkeld voor het Speciaal Onderwijs.

Ook het onderwijs op de A.H. Gerhardschool is door de invoering van het  “Toezichtkader” ingrijpend veranderd is. Werd in de periode Van Pareren/ Baartwijk in de eerste plaats aandacht besteed aan het pedagogisch klimaat op school en pas in de tweede plaats aan het onderwijs, nu is er sprake van en-en.

Uit gesprekken met de huidige directeur Erik Scheerder ,de psycholoog Huub van der Lee en de orthopedagoge Anita van Erp werd mij duidelijk, dat geprobeerd wordt om zowel een veilig en stimulerend pedagogisch klimaat op school te realiseren en om onderwijs van hoge kwaliteit aan te bieden, dat voldoende “opbrengt” voor elke leerling. We mogen daarbij wel spreken van grote uitdagingen voor de leraar. Het gaat tenslotte nog altijd om leerlingen, die in de schoolsituatie en daarbuiten ernstig problematisch gedrag vertonen.

Hoe proberen de leerkrachten die dubbele opgave, opvoeding en onderwijs van hoge kwaliteit, te realiseren?

Twee dagen Gerhardschool

In 2014 bracht ik twee lange dagen door op de A.H. Gerhardschool in middengroepen en een eindgroep. Lange dagen want om 8 uur s ’morgens waren alle leraren al present voor een “briefing” over de komende schooldag. Tussen half negen en kwart voor negen kwamen de leerlingen binnen.

De meeste gebracht door taxibusjes, want ze komen vanuit een straal van ruim 30 kilometer rondom Amsterdam.

Hoewel de school open staat voor jongens en meisjes zijn er in elke groep een of twee meisjes. Hooguit 10 procent van de schoolbevolking. De overgrote meerderheid van de leerlingen is van allochtone afkomst. Zij of hun ouders hebben een migratieachtergrond en zijn geboren in Suriname, de Antillen, Turkije, Marokko of andere niet westerse landen. De verhouding allochtoon-autochtoon is 80% allochtoon, 20 procent autochtoon. Gemiddeld in het Amsterdamse onderwijs is de verhouding op het ogenblik 65% allochtoon, 35 % autochtoon. De oorzaken van deze oververtegenwoordiging van allochtone leerlingen worden de laatste jaren steeds beter onderzocht. De oorzaak wordt onder meer gezocht in positie van gezinnen aan de onderkant van de samenleving, onbekendheid van de ouders met het onderwijssysteem , waardoor ze hun kinderen te weinig kunnen steunen en de neiging om problemen met de kinderen lang te negeren en te ontkennen.

Zoals op alle basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs bestaat het team tegenwoordig hoofdzakelijk uit vrouwen. Alleen de directeur en een leerkracht op de A.H. Gerhardschool zijn mannen. Heel anders dan in de jaren zeventig en tachtig, toen er sprake was van evenveel mannen als vrouwen.

Al direct bij het begin van de schooldag wordt voor mij het verschil met de jaren zeventig duidelijk.

Het dagprogramma wordt door de leerkracht op het bord geschreven en met de leerlingen besproken. Daarna gaan de leerlingen aan het werk. Tijdens het maken van opgaven bij rekenen, taal en wereldoriëntatie wordt het GIP model gehanteerd. GIP betekent “van  Groepsgericht naar Individueel gericht Pedagogisch en didactisch handelen”. Kern van deze aanpak is dat de leerlingen zelfstandig leren werken volgens een bepaalde serie afspraken.

Als een stoplicht op het bord op rood staat mag de leerkracht niet gestoord worden en mogen er geen vingers worden opgestoken. De leerkracht loopt dan volgens een vaste route langs alle leerlingen. Leerlingen, die hulp nodig hebben leggen een blokje op hun tafel met de rode stip naar boven.

De leerling werkt dan gewoon door met opdrachten die hij wel kan maken totdat de leerkracht langs komt om hulp te geven. Het verschil met vroeger is overduidelijk. Ik herinner me  maar al te goed, dat leerlingen, die niet verder konden naast mijn tafeltje stonden. Voor ik ‘t  wist leek het wel of ik patat verkocht en stond er een rij tot aan de muur. Als ik zei; niet meer dan drie in de rij werd de groep onrustig want wie rende het eerste naar voren als er plek was?

De vaste GIP afspraken brengen heel wat rust in de groep. Op deze manier wordt er eigenlijk de hele dag door gewerkt. Over alle activiteiten, van een boterham eten tot naar buiten gaan, bestaan duidelijke afspraken. Leerlingen, die hun best doen en zich goed gedragen krijgen een krul naast hun naam op het bord en een beloningskaartje bij een bepaald aantal krullen. Aan het eind van de week krijgt de “leerling van de week” in elke groep een kleine verrassing van de directeur. Dit wordt via de intercom door de hele school omgeroepen. Het is dus duidelijk de bedoeling, dat de leerkracht reageert op positief gedrag en negatief gedrag zoveel mogelijk negeert. Jammer genoeg is dat in de praktijk niet altijd mogelijk. Bij ruzies en vechtpartijen moet de leerkracht wel ingrijpen en zijn haar reacties niet alleen maar positief. Dit komt vooral voor in vrije, ongestructureerde situaties tijdens de pauzes. Zowel in de klas als buiten op de speelplaats. Toch blijft de indruk achter, dat het onderwijs veel beter georganiseerd en gestructureerd is dan vroeger.

Blijft er op de Gerhardschool dan niets meer te wensen over?

Natuurlijk is er nog altijd ruimte voor verbeteringen.

In het inspectierapport van 2012 werd aangegeven, dat het onderwijs per leerling beter gepland,  vastgelegd en geëvalueerd zou kunnen worden. Daar is de school de laatste jaren druk mee geweest. Dit wordt inmiddels ook gewaardeerd door de Rijksinspectie.

Ook het positief bekrachtigen van het gedrag van de leerlingen wordt nog niet door alle leerkrachten consequent toegepast. Regelmatig hoorde ik tijdens mijn twee dagen op de school hoe leerkrachten negatief reageerden op provocerend gedrag van de leerlingen tijdens de pauzes en op de speelplaats. Het is natuurlijk ook wel een uitdaging voor de leerkracht , om dit zoveel mogelijk te negeren.

Een ander aandachtspunt zou volgens mij kunnen zijn om te proberen om meer van de unieke Gerhardsfeer uit de tijd van Van Pareren en Baardwijk terug te brengen in het schoolteam. Nu natuurlijk met behoud van de opgebouwde onderwijsstructuur.  Wat dit betreft zijn er waardevolle lessen uit het verleden te trekken. In de periode Van Pareren/ Baartwijk werd veel aandacht besteed aan elke leerkracht afzonderlijk. Als iemand ziek was ging Aart Baartwijk al gauw op bezoek met een fles wijn of een bloemetje. Als er problemen waren tussen twee leerkrachten probeerde Baartwijk ze weer bij elkaar te brengen. Nu vond ik de sfeer in het team veel zakelijker en minder warm dan ik mij van vroeger herinner.

Tijdens de briefing om 8 uur s ’morgens was er b.v. geen koffie met een koekje voor de leerkrachten. Wat dit betreft bewaar ik goede herinneringen aan de altijd bijgevulde koffiepot van goed gehumeurde conciërge Bennekom. De koffie was nogal waterig maar het ging om het idee. Met meer aandacht voor deze sfeer bevorderende zaken en dus voor het welbevinden van de leerkracht zou de A.H. Gerhardschool van vandaag weer herinneringen oproepen aan de periode Van Pareren/ Baartwijk. Wat betreft de kwaliteit van het onderwijs blijft er weinig te wensen over. In 2016 werd het predicaat “Excellente school” toegekend!

 

Peter Kropveld Mei 2017

 

Met dank aan de teamleden van de A.H. Gerhardschool in 2014, in het bijzonder ;  Erik Scheerder, Huub van der Lee, Anita van Erp, Merel Koers, Martha Tirion, Marisa Vitali en Lydia Falise.

 

 

 

Alle rechten voorbehouden

1036 keer bekeken

2 reacties

Voeg je reactie toe
Alex Veltrop

dankbaar..

Alhoewel ik denk u niet te kennen kende ik Aart Baartwijk.. bij wie ik vanaf zijn aanvang in zijn klas heb gezeten.

Ik heb zeer fijne herrinneringen aan hem en zijn omgangsmanieren; nogal onorthodox.. zijn rugbyverleden leefde hij regematig, als begroeting, op mij uit, daar ik een best stevige jongen was.

Deze artikelen verduidelijken best een hoop dingen die mij overkwamen in mijn jeugd.

 Dank voor deze aartikelen.