Vergassen!

Verteller: Open Joodse Huizen (2012). F. Richard
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht

Onderstaand verhaal is gebaseerd op een artikel uit Het Volk van 13 oktober 1941. (Een sympathiek werk ten dienste van het lijdende en zwervende dier. Een bezoek aan het dierenasyl).

Dierenasiel ca 1941. Ringvaart, gezien van de Linnaeuskade naar het dierenasiel.<br />Datering juli 1941 ca. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Dierenasiel ca 1941. Ringvaart, gezien van de Linnaeuskade naar het dierenasiel.
Datering juli 1941 ca. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

Het is oktober 1941 als de krant ‘Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij’ verslag doet van de moeilijke omstandigheden waarin het dierenasiel moet werken. In het verhaal: Dierproeven? Nooit! vertelde ik van de dieren die werden en worden opgevangen. Maar het is 1941 en de voedselvoorraden zijn beperkt. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening heeft bepaald dat de dieren niet langer dan twee weken mogen worden aangehouden. Is er na die twee weken niemand geweest om het dier op te halen, dan moet het afgemaakt worden.

Citaat over de vergassing

“Dit geschiedt op een pijnloze manier, door middel van gas. De dieren gaan namelijk in het gashok en zijn binnen enkele ogenblikken door verstikking overleden.
Men moet zich dit gashok niet als iets lugubers voorstellen, want wij hebben met eigen ogen dieren kunnen aanschouwen, die op deze wijze afgemaakt waren. Men ziet duidelijk, dat hun ligging natuurlijk en vredig is. De krampachtige houding, die zo vaak bij natuurlijk gestorven dieren te constateren is, ontbreekt hier geheel.”
Gelukkig, zo wordt in het artikel tenminste gesteld, worden nog steeds vele dieren voor de termijn van twee weken afgehaald. De opzichter Van Althuis meldt ons dat er nog steeds zorgvuldig wordt omgegaan met de dieren en dat ze niet zonder meer worden afgegeven aan de eerste de beste.

Pension

Het artikel eindigt met een kort overzicht van de inkomstenbronnen. Er is een kleine gemeentelijke subsidie, er zijn giften en mensen die contributie betalen. Een belangrijke inkomstenbron is het pension. Voor een kleine vergoeding kan men zijn huisdier (hond, kat of papegaai) gedurende de vakantiedagen aan de hoede van het asiel toevertrouwen. Men is dan verzekerd, dat het dier gedurende de afwezigheid een prima verzorging geniet. Dit alles slechts in het belang van het zwervende en noodlijdende dier.
“Een werk, dat elke waarachtige dierenvriend ten volle moet waarderen en steunen.”

Alle rechten voorbehouden

1185 keer bekeken

joop jansen 32

gered

Het is 1943 en mijn broer Adriaan Jansen zit op de ambachtschool Don Bosco op de Polderweg.
Je koos als leerling met je ouders een toekomstig beroep en kreeg je op die school ook je theorie en practijk lessen.
Hij werdt electriciën.
Aan die polderweg had je ook dat asyl voor de dieren.
Hij komt op een dag thuis,wij woonde nog in de Reaumurstraat,met een hond aan een
touwtje.
Hij had hem stikkem uit zo,n hok gehaald van dat asyl en mijn moeder zij :
Weg daarmee,breng hem terug !
Voor de deur van onze straat zat hij te huilen met die hond tussen zijn benen.
Mijn moeder vond dat zo rot en kreeg zo,n medelijden met hem,dat hij mocht hem houden.
Wij noemde die hond waggeltje,omdat hij een kort staartje had en als hij liep ging dat ding heen en weer.
Wij hebben hem tot de hongerwinter 1945 gehouden en hadden toen geen eten meer voor hem en moest ik hem van mijn moeder naar de aardappelenboer Hoogland in de Schagerlaan brengen,die hem graag wilde hebben, i.v.m ratten in zijn schuur.
Zo heeft mijn broer hem misschien gered om te worden vergast.