Het nieuwe Asiel, deel 1

Verteller: Open Joodse Huizen (2012). F. Richard
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Polderweg 36. Ringvaart, gezien van de Linnaeuskade naar het dierenasiel.<br />Datering juli 1941 ca. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam. Asiel noodlijdende dieren. Vervaardiger Polygoon (fotograaf)<br />Datering 1927. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Polderweg 36. Ringvaart, gezien van de Linnaeuskade naar het dierenasiel.
Datering juli 1941 ca. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam. Asiel noodlijdende dieren. Vervaardiger Polygoon (fotograaf)
Datering 1927. Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

Onderstaand verhaal (bestaande uit twee delen) is gebaseerd op een kort artikel uit het Algemeen Handelsblad van 9 juli 1927. Dit is het eerste deel!
Zie ook: Deel 2

Opening

Op 11 juli 1927 wordt het nieuwe dierenasiel (asyl zoals men toen zei) geopend. Het Algemeen Handelsblad wijdt een inleidend artikel aan het nieuwe complex. Het gebouw is dan al enige tijd zichtbaar voor de langsrijdende treinreiziger. Op een groot bord dat aan het dak is bevestigd, staat met grote letters: Dierenasyl.
'Het gebouwtje is de voormalige sulfaatfabriek van de gasfabriek. Het is, onder leiding van den architect Jan de Meyer veranderd in de polikliniek en de administratieve afdeling van de Vereniging “Asyl-Bewaarplaats voor noodlijdende dieren".
De heer J. C. Sommer is ‘de actieve leider’. Voordien zat het asiel overigens aan de Spaarndammerdijk. Het terrein daar is onteigend ten behoeve van de ontworpen Haven-West.

Naar de Polderweg

De nieuwe locatie wordt gevonden op het terrein van de voormalige Oostergasfabriek. Aan het begin van de maand juli is begonnen met het overbrengen van de dieren. De verhuizing betekent voor het „Asyl" een belangrijke verbetering: “Op het oude terrein was het de laatste jaren wel wat behelpen, er was zelfs geen licht, zodat men zich, als 's avonds dieren werden aangebracht, met een zaklantaarn moest behelpen”. Nu is alles volgens de moderne eisen van de jaren twintig ingericht

De ‘paviljoens’

Er zijn twee flinke kattenpaviljoens gebouwd, met behoorlijk licht en zon, tochtvrij. In elk paviljoen is plaats voor 48 katten. Elke kat heeft een ruim hokje met zitbankje bij het raam. Per paviljoen zijn er 14 buitenhokken.
Naast deze paviljoens staan twee ruime hondenkennels, elk met 24 hokken. Er is gezorgd voor een ruime ‘speelplaats’ voor de honden, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat heren en dames streng gescheiden blijven. Ook wordt een scheiding gemaakt tussen “zwervers" en “pensiondieren”.

 

Terug naar alle Polderwegverhalen

Alle rechten voorbehouden

1108 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe