Boletjes en chasseetjes!

Vooral de Joden, die van zoetigheid hielden, stonden menigmaal op vrijdagmiddag in het kleine winkeltje tot aan de deur.

Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Retiefstraat 99, Maritzstraat 27 huis, Amsterdam

Mooie verhalen over zoetige heerlijkheden.

Laing's Nekstraat Deze afbeelding dateert uit ongeveer 1937. <br />Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Laing's Nekstraat Deze afbeelding dateert uit ongeveer 1937.
Bron: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

Veel van onze levensmiddelen kochten we bij kruidenier Winnik op de hoek van de Maritz- en Retiefstraat of bij Katoen op de hoek van de Retief- en de Smitstraat. De beide Winniks, man en vrouw op leeftijd, verkochten de gebruikelijk waren, maar daarnaast de wijd en zijd bekendstaande orgeade- en gemberboletjes van tien cent per stuk. Deze zaten gekleefd in ijzeren geribbelde vormpjes. Om het boletje los te krijgen brandde op de toonbank een klein vlammetje uit een gasleiding, waarboven het vormpje werd verwarmd. Na enige seconden liet het boletje los en werd het ingepakt in een vetvrij papiertje. Vooral de Joden, die van zoetigheid hielden, stonden menigmaal op vrijdagmiddag in het kleine winkeltje tot aan de deur.

Van Voolen, op de hoek van de Retief- en de Laing’s Nekstraat, had een andere specialiteit, het chasseetje van zes cent, dat nu amandelbroodje wordt genoemd. Ze werden letterlijk en figuurlijk als zoete broodjes verkocht. Soms kochten wij op zondag, want Van Voolen was die dag als Joodse zaak na één uur open, wel eens vier chassjeetjes. In vergelijking met de boletjes van Winnik scheelde dat zestien cent.

Over het chasseetje deed thuis het volgende verhaal de ronde. Eerst moet gezegd worden dat er in sommige armoedebuurten vaak kinderen met een in de volksmond zogenoemde parg rondliepen. Dat hield in dat ze een vorm van schurft hadden, veroorzaakt door hoofdluizen. Als deze kinderen thuis aan tafel boven een krant door hun moeder werden gestofkamd en geborsteld, vielen daar niet alleen huidschilfertjes op; soms viel er ook wel eens een luis op de krant. Het verhaal deed de ronde dat eens in een arm gezin hoofdschilfertjes van een kind met een paar luizen op de krant lagen. Toen een van de andere kinderen thuiskwam en op de krant restjes van een chasseetje meende te zien, riep ze, terwijl ze met haar bevochtigde vinger de resten in haar mond stak: ‘Ha, lekker, die chasseetjes’.

Lees ook het verhaal: Kruidenier Winnik

Alle rechten voorbehouden

736 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Titelblad van het boek: Een jeugd in Amsterdam. In dit boek beschrijft Jules Schelvis zijn jeugd in onder andere de Retiefstraat.<br />Geplaatst met toestemming van uitgever en auteur.

Titelblad van het boek: Een jeugd in Amsterdam. In dit boek beschrijft Jules Schelvis zijn jeugd in onder andere de Retiefstraat.
Geplaatst met toestemming van uitgever en auteur.

Alle rechten voorbehouden

Geen reacties

Voeg je reactie toe