Zijn wie je bent in Oost

Verteller: Jeswin Paragh
Auteur: Annelies
Tropenmuseum, Madurastraat, Dapperbuurt, Indische Buurt

In Oost wonen allemaal dezelfde soort mensen; gekke mensen die elkaar afmaken elke dag.

Montessori-vlaggetjes Het leuke van schoolfoto's toen was dat ze werden gemaakt aan je bureautje. Ik mocht vlaggetjes zetten op een landkaart. Daar was ik zo trots op, want ik kon dat gewoon zo goed.

Montessori-vlaggetjes Het leuke van schoolfoto's toen was dat ze werden gemaakt aan je bureautje. Ik mocht vlaggetjes zetten op een landkaart. Daar was ik zo trots op, want ik kon dat gewoon zo goed.

Alle rechten voorbehouden

In Oost, dat was mijn tijd. Van mijn tweede tot mijn achtste heb ik in de Madurastraat gewoond. Alle voordeuren waren rood. Dat vond ik wel grappig, want mijn lievelingskleur is rood. Volgens mij was dat in de hele wijk, maar in ieder geval in de Madurastraat. Tandenpoetsen deden we met mijn moeder in de keuken, want we hadden in de badkamer nog geen wastafel. De mensen waren daar heel open. Zo van: ‘Kom maar bij ons, meid.’ Ik had een leuke vriendin beneden en Turkse vriendinnen aan de overkant. Cultureel heel uiteenlopend. We hadden Hindoestaanse en Nederlandse vrienden. In Oost wonen allemaal dezelfde soort mensen: een stelletje gekke mensen, die elkaar afmaken elke dag. Terwijl in het wijkje waar we naartoe verhuisd zijn, daar is iedereen opgedoft. Daar had ik als kind last van. Ik had het idee dat iedereen op ons neerkeek. Zo heb ik het ervaren. Mijn moeder was ‘sociale-dienst-moeder’. Dat was een trauma, want op school ben je degene die de ‘Nikes’ niet kan betalen. Maar in Oost voelde ik mij prettig. Iedereen was kind van een bijstandmoeder, dus daar was ik niet anders dan de rest. Dan ging mijn moeder stadspassen halen. Daarmee konden we met korting naar binnen bij het Tropenmuseum. Dat vond ik geweldig. Daar gingen we dan verstoppertje spelen. In de vakantie ging ik altijd met mijn vader bij de Febo eten. Mijn vader bracht mij ook altijd naar de Montesorischool. Daar kon je zijn wie je bent. Ik mocht dan bij de hoofdsteden van de provincies vlaggetjes zetten op een landkaart, ook al was dat niet wat bij zes jaar hoort. Ik was daar héél goed in, omdat mijn opa in Dronten woonde en ik wilde snappen waar hij nou precies woonde. Dus ook op school had ik het daar heel erg naar mijn zin. Ja, in Oost, dat was mijn tijd.

Alle rechten voorbehouden

3074 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

De rode deur Jeswin voor de rode deur van het huis in de Madurastraat

De rode deur Jeswin voor de rode deur van het huis in de Madurastraat

Alle rechten voorbehouden

3 reacties

Voeg je reactie toe
Rekha

Wie kent Jeswin

Hoi ,
Ik ben nu al een hele tijd op zoek naar Jeswin Paragh, wij waren vroeger vriendinnen maar ben ik haar uit het oog verloren en haar telnr kwijt geraakt sinds dien zoek ik haar,ze woont nu in Den haag wie kan mij helpen om haar te vinden aub.
reacties mailen: rekhakoesal@hotmail.com. Alsjeblieft wie kent haar

null

Jacqueline Voetel

Jah das echt helemaal waar,
In Oost (kan) kon je echt je zelf zijn.
Heb daar inderdaad nooit geen problemen gehad met de mensen die daar woonde, welke kleur ze ook hadden.
En zoals mijn zusje (glenda brudet)ook schreef.
Heb ik alleen ervaren dat ze er eerst wel raar van op keken,
dat MIJN ZUSJE (halfbloedje) was en de rest van de familie blank. (Maar misschien kan ze dat haar niet herinneren was ook nog zo'n kleinmeisje.
Tja en vroegen het ook aan mij en niet aan haar)
Maar in Oost werdt dat algauw geaccepteerd ik heb daar vriendinen leren kenen die ik voor de rest van mijn leven niet zou vergeten. Cindy Josso, Bianca Heere.Ze woonde net als ons in de tilanusstraat.

Daar! ben ik geworden, wie ik nu!ben, me zelf.
Gewoon !

p.s.

Maar je ziet nog steeds dat het,
een probleem is als mensen het met minder geld moeten doen.
(En kinderen zijn ook eerlijk tegen over elkaar. En dat kan hard zijn)

Visitor

Glenda Brudet (Voetel)

Ik kan mezelf best wel vinden in dit verhaal. Mijn moeder is vlak na mijn geboorte verhuisd naar de Tilanusstraat in Oost. Ik ben een halfbloedje, zoals ze dat noemen (en dat in '76). Ik heb het er altijd naar mijn zin gehad, teminste tot dat we gingen verhuizen, toen kreeg ik in eens met 'racisme' te maken. In Oost heb ik mezelf nooit gezien als iemand met een kleurtje, maar als mens. Mijn zus Jacqueline en mijn broer Peter waren blank en zo ook de rest, maar die woonden niet meer thuis. Ik loop zo nu en dan wel eens te slenteren daar en voel mezelf dan helemaal thuis. Ik voel mezelf daar geen kleur of een buitenstaander, het is alleen zo jammer dat er zoveel onverzorgd uitziet ondanks de nieuwbouw. Ik heb er niet lang gewoond want ik was 5 of 6 toen ik daar weg ging maar, soms mis ik de buurt wel een beetje.