Armoede, maar toch gelukkig!

Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt

Als er geen geld was voor koekjes dan deed mijn vader zijn uiterste best om iets lekkers op tafel te zetten.

Ies, in visgraatpak, op bezoek in de Bollenstreek. De foto is van 1937, de familie is op bezoek bij bollenboer Leendert Oudshoorn. In Engeland werkte de familie Oudhoorn in het huishouden van de familie Jacobs. Ies en zijn moeder zijn gekleed 'in visgraatmotief'. De foto komt uit het persoonlijk archief van Ies Jacobs.

Ies, in visgraatpak, op bezoek in de Bollenstreek. De foto is van 1937, de familie is op bezoek bij bollenboer Leendert Oudshoorn. In Engeland werkte de familie Oudhoorn in het huishouden van de familie Jacobs. Ies en zijn moeder zijn gekleed 'in visgraatmotief'. De foto komt uit het persoonlijk archief van Ies Jacobs. Door: Frits Slicht

Alle rechten voorbehouden

Voor de oorlog hadden we maatschappelijke steun. Elke dag moest er op het stempel kantoor worden gestempeld voor een minimum aan inkomsten. Toch waren wij best een gelukkig gezin. Als er geen geld was voor koekjes dan deed mijn vader zijn uiterste best om iets lekkers op tafel te zetten. Pa ging, op zijn manier, aan het bakken. Rauw gebakken koekjes noemden we die. Hij deed echt zijn best, maar ze waren niet om te eten. Gelukkig kon er altijd om gelachen worden.

Echte koekjes hadden we ook wel eens. Bijvoorbeeld een soort schuitjes, dat waren hele droge koekjes, die mijn broer en ik niet erg lekker vonden. Zo zaten we een keer rond de tafel met ons vieren. Vroeg mijn moeder aan mijn broertje: “heb jij nog geen koekje?” “Ja hoor, kijk maar eens omhoog”. Boven de tafel hing zo’n ouderwetse schemerlamp met een touwtje. Had hij zijn lekkernij aan het strikje in de lamp gehangen.

Als mijn ouders op het Waterlooplein hadden gestaan kregen we soms vanuit hun armoedje een munt van tweeënhalve cent. We gingen dan bij de lever- en zuurkraam een portie leverworst kopen. Die doopten we dan in een bakje met zout en genoten van die traktatie.

Gelukkig stonden werklozen elkaar in die tijd bij en was het sociale contact in de buurt goed. Zo lukte het ons, mijn vader, Jack en mij, met hulp van andere steun trekkers voor drie gulden een fiets in elkaar te zetten.

In 1937 werkte ik bij reclamebedrijf Felix, zij bouwden stands. Via hen kreeg ik eens een rol grijze stof met een zwart visgraatmotief. Bij het afbreken van een stand mocht ik een baal meenemen. Mijn moeder was een creatieve vrouw, kort daarna liepen Jacky en ik in een visgraatpofbroek en mijn moeder flaneerde in een zelfgemaakt visgraatmantelpak.

Alle rechten voorbehouden

1512 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Marktkaart van Wolf Jacobs. Marktkaarten waren verplicht voor een ieder die 'op de markt' wilde staan. Daarnaast bestonden er ook ventvergunningen.<br />zie voor meer informatie: Marktkaarten. <br />Bron: Marktkaarten, Gemeentearchief Amsterdam.

Marktkaart van Wolf Jacobs. Marktkaarten waren verplicht voor een ieder die 'op de markt' wilde staan. Daarnaast bestonden er ook ventvergunningen.
zie voor meer informatie: Marktkaarten.
Bron: Marktkaarten, Gemeentearchief Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

Geen reacties

Voeg je reactie toe