De Bank

Verteller: Pieter Bol
Auteur: Pieter Bol

Op straat kun je de mooiste dingen vinden zoals een bank waar twee studenten veel plezier van gehad hebben

 De Commelinstraat vanaf de Linnaeusstraat, lente 1970

De Commelinstraat vanaf de Linnaeusstraat, lente 1970 Door: Esther van der Veldt

Alle rechten voorbehouden

Een van de leukste medestudenten geneeskunde is Karel Otten. Nu huisarts in het dorpje Zeeland in Noordoost-Brabant. We hebben veel lol, vooral door plots opkomende rollenspelen. Zonder iets af te spreken zijn wij ineens een zeurderige buurtkruidenier en een opgefokte huisvrouw. Of een corrupte autohandelaar en een provinciale ‘loser’ als klant. Of een sexy studente en een oude professor.

Ik woon in de Commelinstraat 40 bij de familie Rijkers. Karel moet als bezoeker vóór 10 uur weg. Ik begeleid hem naar beneden en dan doen we op straat een ontdekking. Een zwarte skai-beklede bank, onder een straatlantaarn. Wat een schat, weggezet voor de vuilniswagen. We plegen, al zittend, overleg. Wat kunnen we ermee doen? Een paar Turkse mannen komen er al begerig naar kijken. We besluiten dat de bank voor onze studievriend Ludo is. Maar die woont helemaal in Osdorp. Dus voorlopig zal hij op mijn zolderkamertje moeten worden ondergebracht.

De klimtocht gaat tot en met driehoog goed. Maar dan komt het gedraaide trapje naar mijn zolderverdieping. Dat blijkt een fatale hindernis. In diepe stilte — want het is na tienen — moeten we zonder kreunen, steunen of vloeken dit kunststuk zien te volvoeren. Na drie kwartier zwijgend lijden is het niet gelukt. We moeten weer naar beneden.

Daar besluiten we om de bank te verbergen in de bosjes tussen het Ontleedkundig Laboratorium, het Tropeninstituut en het Oosterpark. In dat lab lopen we college en doen we practicum. Af en toe gaan we op bezoek bij onze bank en roken er een shagje. Medestudenten vinden het maar raar, ons bezoek aan de bosjes. Lang heeft de bank er nog gestaan, steeds gehavender. Maar uiteindelijk is hij toch nog ruim voor ons afstuderen spoorloos verdwenen. Dè Bank.

Alle rechten voorbehouden

2662 keer bekeken

6 reacties

Voeg je reactie toe
Elizabeth Maltha

Het huis van mijn opa en oma

Wat een verrassing! Na lang zoeken ontdek ik het oude huis van mijn opa en oma: Linnaeusstraat 11’’’. Het is het hoekhuis waar de tram net voorbij rijdt. Het huis is er nu niet meer, dus is het heel leuk om het eindelijk weer terug te vinden op een foto.

Pieter Bol

Re: Lang geleden....

Hoi Wendelien,

Leuk een reactie van je te lezen. Sinds een jaar woon ik niet meer in Amsterdam. Maar aan de oever van het Markermeer vlak bij Enkhuizen. Misschien kunnen we eens bijpraten. Mijn email adres is pbol@xs4all.nl

Groeten, Pieter

Wendeline Ivens:
Dit verhaal komt mij bekend voor, we hebben in die tijd veel lol gehad. Jammer dat ik iedereen uit het oog verloren ben, ik ben bijna 65 en weet dat Karel in dezelfde maand ook 65 wordt. Ik heb geen adres van hem, maar wil je hem feliciteren?! Leuk dit weer eens te lezen.
Vriendelijk groet van Wendeline ( ex van Ludo )

Wendeline Ivens

Lang geleden....

Dit verhaal komt mij bekend voor, we hebben in die tijd veel lol gehad. Jammer dat ik iedereen uit het oog verloren ben, ik ben bijna 65 en weet dat Karel in dezelfde maand ook 65 wordt. Ik heb geen adres van hem, maar wil je hem feliciteren?! Leuk dit weer eens te lezen.
Vriendelijk groet van Wendeline ( ex van Ludo )

Loes Krane Veuger

commelinstraat 43 II

Beste Pieter,
Verder gelezen op deze bladzijdes en ik bedacht mij dat je het misschien wel leuk zou vinden om iets meer te horen over de belevenissen van de Commelinstraat.
Die humeurige kruidenier zat bij jou aan de overkant. Daar deed ik boodschappen als ik het "opschrijven" kon tot de volgende loon zakje. Zijn vrouw was nors maar wel behulpzaam. Op Pinksteren had ik ineens geen borstmelk meer en ik in paniek naar haar toe gegaan, gesloten naturrlijk, maar ze h ielp wel. Ik was 20 jaar en.11 weken moeder.
De melkboer tegen over ons was niet thuis. Later zijn zij met pensioen gegaan en werden kort erna na een uitje door de tram op het plein voor het Tropen museum aangereden en gedood.
De slager op de hoek en de rest in de dapperstraat markt deed ik boodschappen.
Verschillende keren sloot ik mijzelf buiten en leende een trap, klom erop en schoof het raam open en gleed kop vooruit benen omhoog naar binnen, tot grote hilariteit van de buren.
Er woonde een familie ongeveer op de hoogte van nr. 40, zij was een maand of twee eerder dan ik bevallen in September 1958.
De naam Karel Otten komt mij bekend voor. Alhoewel dat uit mijn kindertijd op school geweest is in den Haag. Ik zie de Spijkerstraat voor mijn ogen en een roodharig jongetje met een blauw jasje aan.
Twee huizen naast ons was een fietsen handelaar. Ik heb daar mijn tweede fiets gekocht. Ik heb al sinds 1995 niet meer gefietst, en toch droom ik regelmatig dat ik een nieuwe fiets daar koop.
Beneden ons woonden een familie, naam vergeten, maar ze waren niet erg schoon. Toen wij in dit huis trokken met een baby van 6 weken, maakte ik gauw het bed op en gingen wij slapen, dachten wij, bleek dat mijn man ineens vol bulten zat en had het licht aangedaan en de vlooien sprongen om ons heen.
Vreselijk, geen oog dicht gedaan. De volgende dag op vlooien jacht gegaan en hoorden van de bovenburen dat die vlooien van beneden naar boven kwamen.
Jaren later was ik daar eens binnen geweest en kwam met vlooien thuis. Ik vertelde de kinderen daar niet naar binnen te gaan en waarom.
Op een dag waren de kinderen aan het buiten spelen en mijn jongste zag ineens zijn broertje op een gestoffeerd bankje zitten voor hun raam en schreeuwde, " Nee, sta op, VLOOIEN".
De buurvrouw sprak nooit meer tegen mij.
De schoenmaker woonde ook aan onze kant naast de dierenwinkel.
Mijn jonste was ziek en zijn ledikantje stond in de voorkamer bij het raam.
Ik bracht even gauw mijn man's schoenen weg, hij sliep, nacht dienst. Binnen vijf minuten was ik terug en zag al die mensen naar ons raam kijken, bleek onze oudste was in het bedje gklommen en tegen de ruit aan geleund dat gaf uit en hij bloedde als een rund.
Ik greep hem vloog naar de slaapkamer, mijn man werd wakker van mijn gegil, en keek op, hij zag alleen wat ik niet had gezien een grote open wond onder het kind's arm, hij werd lijkwit en sprong uit bed. Ik riep hem toe om op de baby te letten, holde de trap af en de straat op, met mijn vingers de wonden dicht drukkend naar de Linneus straat en het Burgerziekenhuis. Halverwege de straat was een man aan zijn auto te werken, ik riep werkt die auto, hij zei van wel, ik dook erin en zei, "naar het ziekenhuis". Toen we eraan kwamen en de verpllegster mijn kind overnamen kwam ik tot rust, en begon te beven en te trillen. Het kind is nu 54. Het lidteken is amper 3 cm. en op zijn hand 1 cm.
Als je terug kijkt op jouw tijd, kun je je deze belevenissen indenken?
Jammer dat de Commelinstraat en die hele buurt zo achteruit is gegaan.
Maar dat zijn alle oudere buurten in verschillende grote en kleinere steden hun lot geworden.
Groetjes
Loes Krane-Veuger

Pieter Bol

Re: zusje

Beste Mieke,

Een paar jaar geleden heb ik in Zeeland deze herinnering ook weer herbeleefd bij een bezoek aan Karel en Janne. Ja, wij hadden een hele leuke studietijd, vooral in de preklinische fase. Met Karel en sommige anderen heb ik heel veel gelachen. En dat is, als conclusie na tientallen jaren medische studie, toch het beste voor de gezondheid.

Vriendelijke groet, Pieter Bol

mieke

zusje

Hallo Pieter,

Ik (zusje van Karel) herinner me dit verhaal nog. Gisteren hebben wij (broer en 2 zussen met aanhang) de 60e verjaardag van Karel gevierd.
Ook weer veel herinneringen opgehaald.
Zijn studententijd was denk ik een van de leukste periodes in zijn leven.