Tugelaweg 66 III – Abraham Jas (6)

Abraham werkt telkens bij verschillende bakkerijen die onvindbaar (b)lijken te zijn

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Spitskopstraat
Adv. voor slagerij Meyer in de Utrechtsestraat, bron: Het Volk van 9 april 1940

Adv. voor slagerij Meyer in de Utrechtsestraat, bron: Het Volk van 9 april 1940

Per 16 december 1927 krijgt Abraham een uitkering van 14 gulden per week. Opvallend genoeg blijkt hij dan al aan het werk te zijn. Hij werkt bij bakker W. de Jonge als banketbakker in de Chasséstraat 30. De beslissing van 9 december 1927 kan voorlopig vervallen. Inmiddels is het gezin verhuisd naar de Tugelaweg, eerst naar nummer 66 II, een jaar of twee later naar 66 III.

Woningkaart Tugelaweg 66 twee hoog, bron: indexen SAA

Woningkaart Tugelaweg 66 twee hoog, bron: indexen SAA

In 1933 blijkt dat hij ‘wegens overcompleet’ ontslag heeft gekregen bij Bakker De Jonge. Hij gaat daarna weer voor een korte periode aan de slag als noodhulp (bij Bakker Nijman in de Govert Flinckstraat 116). Tot 15 maart 1933 genoot hij RU (in totaal 76 dagen, hij had ook recht op 76 dagen). Abraham blijkt overigens geen recht te hebben op een verdere uitkering, hij is afgewezen omdat hij ‘boven het tarief’ zit. De kinderen hebben namelijk een gezamenlijk inkomen van 30 gulden. Rozet en Rebecca werken nog bij Troeder, beiden met een inkomen van acht gulden. Joël blijkt aan het werk te zijn bij de Coöperatieve Samenwerking (acht gulden) en Michel werkt bij Meyer (de slagerij?) in de Utrechtsestraat (ook acht gulden). Hoewel niet genoemd op zijn archiefkaart werkte Joël Jas later als bakker (bron: Arolsen Archives).

Paginagrote advertentie van de Coöp. Samenwerking, bron: Het Volk van 8 juli 1931

Paginagrote advertentie van de Coöp. Samenwerking, bron: Het Volk van 8 juli 1931

In september 1940 volgt een nieuw deel van het dossier. Eerst wordt geïnventariseerd wat de vast lasten zijn. Vanzelfsprekend de huur, die is f. 3,25 per week. Verdere uitgaven voor het ziekenfonds AZA (50 cent) en het begrafenisfonds (22 cent). Rozet, Rebecca en ook Joël en Michel zijn inmiddels getrouwd (en deels elders woonachtig). Omdat zij getrouwd zijn, vraagt Abraham om bijsteun. In een kort overzicht schetst de ambtenaar de laatste jaren. Abraham blijkt nog steeds met ijs te venten, verder werkt hij één à twee dagen per week bij W. Jongen op het Hendrik de Keijzerplein. Bij W. Jongen zou hij tussen de f. 6,50 en f. 7,50 per week verdienen. De inkomsten uit de ijsverkoop zijn zo rond de 15 gulden per week.

Garageboxen achter de woningen (groene cirkel) Kaart L6, 1:1000, met Kraaipanstraat en Vaalrivierstraat, bron: Dienst Openbare Werken, SAA 1912 – 1931

Garageboxen achter de woningen (groene cirkel) Kaart L6, 1:1000, met Kraaipanstraat en Vaalrivierstraat, bron: Dienst Openbare Werken, SAA 1912 – 1931

Voor zijn ijskar en toebehoren had Abraham twee ‘onderstukken’ (opslagruimte onder de ‘gewone’ bebouwing, maar ik sluit niet uit dat het gaat om een soort van garageboxen achter de woningen) in de Kraaipanstraat gehuurd van de Gemeentelijke Woningdienst (GWD). Per 23 september 1940 zou hij de huur hebben opgezegd. Het Bureau besluit om een bijsteun te verlenen van f. 12,50 (lopend tot eind april 1941).

Daarna alleen nog de opmerking dat er op 26 februari 1942 een controle is uitgevoerd, dat de gezinssituatie niet is verandert en dat de kaart van het Gemeentelijk Arbeidsbureau akkoord is.

NAAR: VERHAAL 1

OF NAAR: VERHAAL 7

Alle rechten voorbehouden

42 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Afbeeldingen Kraaipanstraat 1924, bron: Het Bouwbedrijf, maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 1, 1924, no. 3

Afbeeldingen Kraaipanstraat 1924, bron: Het Bouwbedrijf, maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 1, 1924, no. 3

Geen reacties

Voeg je reactie toe