Tugelaweg 65 I – Het gezin van Henrie Schnitseler (14)

Een uitgebreid onderzoek naar de zoon in Enschede, Samuel M. Schnitseler (dl. 2)

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Spitskopstraat
Brief van Samuel Schnitseler van .. juni 1937 aan Het Bureau, bron: dossier Maatschappelijke Steun H. Schnitseler

Brief van Samuel Schnitseler van .. juni 1937 aan Het Bureau, bron: dossier Maatschappelijke Steun H. Schnitseler

 

Het Bureau reageert al op 8 juni 1937. Zij geven aan dat de bijdrage die zij van Samuel verlangen is gebaseerd op het huidige weekloon en van zijn kinderen: ‘zoodat geen ontheffing of vermindering kan worden verleend’. Samuel krijgt ‘tot maandag’ de tijd om te reageren, eigenlijk om aan te geven dat hij gaat bijdragen. Er wordt namelijk op gewezen dat indien: ‘U blijft weigeren aan Uw verplichtingen ten opzichte van Uw vader te voldoen, dan zle ik mij genoodzaakt zien de tussenkomst van den Kantonrechter in te roepen.’

Het antwoord is snel, kort en duidelijk op .. juni 1937. Hij blijft het oneens met de beslissing maar geeft aan de bijdrage te gaan betalen. Hij schrijft dat hij niet begrijpt dat men in Amsterdam bij Het Bureau geen begrip kan opbrengen voor zijn situatie en zijn gegeven uitleg. Zijn laatste zin zegt m.i. genoeg: ‘Ik ben nog nooit met de Justitie in aanraking geweest en wensch geen kennismaking.’

Op 3 juli 1937 schrijft Samuel opnieuw een brief naar Het Bureau. Hij reageert nogmaals op de brief van Het Bureau van 8 juni (die overigens niet in het dossier is terug te vinden).

Brief van Samuel Schnitseler van 3 juli 1937 aan Het Bureau, bron: dossier Maatschappelijke Steun H. Schnitseler

Brief van Samuel Schnitseler van 3 juli 1937 aan Het Bureau, bron: dossier Maatschappelijke Steun H. Schnitseler

Ondanks de bezwaren gaat Samuel bijdragen

Samuel (Meijer) betaalt in ieder geval tot en met februari 1938. In mei 1938 verschijnt dan toch de melding dat hij niet meer kan steunen. Opvallend genoeg wordt er hier verwezen naar het rapport van de Gemeente Enschede. Dit is bijzonder omdat dit rapport in mei 1937 nog voldoende reden was om hem wel te laten bijdragen.

In mei 1941 wordt ‘de correspondentie’ hervat met een nieuw rapport opgemaakt door de Gemeente Enschede. Ook dit rapport is opgemaakt op verzoek van Het Bureau. Uit dit rapport blijkt dat Samuel een betrekking als textielarbeider heeft gevonden bij de NV Spinnerij Roombeek. De werkgever is ook aangeschreven. Deze geeft aan dat Samuel gemiddeld ongeveer f. 16,68 per week verdient. Hij geeft echter aan dat: ‘de arbeidsduur is erg onzeker, gemiddeld 36 uur’. Verder is alleen zoon Henrie nog thuiswonend. Hij werkt als kantoorbediende bij N.J. Menko N.V. met daarbij de aantekening dat hij met ingang van 1 oktober 1941 ontslag krijgt met doorbetaling van salaris tot maart 1942. De werkgever van Henrie geeft aan dat hij al in dienst is vanaf 28 oktober 1936 met een gemiddeld maandinkomen van f. 100,-. De reden voor ontslag: ‘door Treuhänder, per 31 oktober 1941’.

Aanvulling Frits:

Treuhänder of Verwalter zijn Duitse begrippen die staan voor de zaakwaarnemers die de leiding van ondernemingen van Joodse eigenaren overnamen. Vanaf oktober 1940 moesten Joodse eigenaren zich melden bij een bepaalde overheidsdienst (bedrijfscontroledienst). Daarna kregen ze een zaakwaarnemer toegewezen, vanaf dat moment moesten alle belangrijke beslissingen door deze zaakwaarnemer worden goedgekeurd. Nadat de Joodse eigenaren waren gedeporteerd werden de ondernemingen in beslag genomen, geliquideerd of verkocht (bron: Community Joods Monument).

NAAR: VERHAAL 1

OF NAAR: VERHAAL 15 

Alle rechten voorbehouden

14 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe