Begin jaren tachtig woonde ik in โde Blaaskopโ, een kraakpand tussen de Ruischstraat en de Blasiusstraat, ter hoogte van de Wibautstraat. Het hele blok werd gekraakt en op รฉรฉn huis na in dezelfde kleur geschilderd. Aan de achterkant maakten we een grote tuin. Zo hadden we een grote ruimte waar niet alleen geleefd werd, maar vooral ook van alles gebeurde. Er was een doka en een zeefdrukkerij. Op vrijdagavond werd er gezamenlijk gekookt en gegeten. Soms authentieke Italiaanse gerechten als Italianen op visite het idee kregen dat zij een bijdrage moesten leveren. In de gemeenschappelijke tuin werden theaterspektakels gehouden. Mensen konden dan geriefelijk vanaf hun eigen balkon de voorstelling bekijken.
Ik had samen met anderen een grafisch collectief in het pand, โNo Pictures Pleaseโ. Die zat gedeeltelijk boven de bakker zodat de geuren van vers brood naar binnen circuleerde. Met zโn tienen vergaderden we urenlang over wat we wel en niet wilden drukken. Zo drukten we niets voor de Internationale Communistische Stroming omdat die beter op zโn plaats was in 1890, maar wel de kraakkrant, affiches tegen ontruimingen, tegen kernenergie, voor het bevrijdingsfonds Komitee Zuidelijk Afrika, affiches van Zuid-Amerikaanse vluchtelingen en natuurlijk de beroemde en beruchte โAgenda voor Tuig zoals Wijโ van 1980.