Deze jeugdherberg, met een echte vader en moeder zoals gebruikelijk was toen in
jeugdherbergen, ligt op het hoogste punt van Texel, namelijk de Hoge Berg. Als 13/14 jarige op de fiets helemaal naar Den Helder dat was me een rit, een dikke 100 km, terwijl onze bagage met een vrachtrijder ons vooruit reed. Toen over met het s.s.s Marsdiep naar Oudeschild, wel een uur varen over zee.
Dat was onze tweede belevenis, stadskinderen die nog nooit zee hadden gezien en nu een week lang elke dag in de zee mochten zwemmen, want gezien de foto’s hadden we echt Texels weer, veel zon en een lekker windje.Van te voren hadden onze ouders moeten opgeven waarmee de begeleiders rekening moesten houden zodat men op alles voorbereid was.
Ik was astmatisch en kon niet tegen stro (dat zat vaak in matrassen) en moest dus ‘aangepast’worden. Tezamen met 3 andere jongens (Eddie Hoeboer, Cootje Grevelt en ???) mochten wij bij de openslaande deuren slapen en werden dan s’morgens gewekt door het blaten van de schapen. Jongens en meisjes hadden aparte slaapzalen. Ook werd er een rooster gemaakt wie welke corveedienst moest doen op een bepaalde dag. Deze diensten hielden in : vegen, tafels dekken en afruimen,afwassen, aardappels jassen e.d..
Elke dag klommen we op de fiets en werden bezienswaardigheden van Texel bewonderd. Fietspaden waren toen nog van verharde aarde of schelpenpaden van amper 50 cm breed met om de zoveel meter een paaltje langs het pad, waartegen gewaarschuwd werd met een fluitje of de kreet “Paaltje”. ’s Avonds werden er spelletjes gedaan op het speelveld en er was ook een avond waarop een ieder op het toneel kon staan om iets op te voeren. Zo was er een meisje dat goed kon fluiten en gitaar spelen en ook zongen 2 meisjes liedjes van Doris Day.
Ook de vader en moeder deden mee en speelden op de gitaar en zongen daarbij.Op Donderdagavond werd er door hopman Bos (van de scoutinggroep op de Valentijnkade) een spannend verhaal verteld bij het kampvuur en was er daarna een een spooktocht door het bos van de Hoge Berg. Gegil en gehuil was te horen door de nacht, want onze begeleiders hadden spoken ingehuurd om ons in het donker schrik aan te jagen, wat bij veel van ons dan ook
gebeurde.
En zo kwam het einde van een heerlijke week, over met de boot en weer op de fietsterug naar Amsterdam, wind tegen en maar trappen, alwaar onze ouders met gespannen gezichten op ons stonden te wachten.