Het familieverhaal van koordirigent Meijer Smeer, oorlogsjaren (deel 8)

Verteller: Frits Slicht Frits Slicht
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt, Tugelaweg 55 III, Amsterdam

Over het verraad dat Dina fataal zou worden!

Dina en Mario Gabay: huwelijksportret. Bron: collectie Vera Drilsma-Elzas.

Dina en Mario Gabay: huwelijksportret. Bron: collectie Vera Drilsma-Elzas.

Alle rechten voorbehouden

Eva Smeer trouwt met de niet-Joodse Theodorus Lambertus Bernardus (Theo) Molkenboer op 1 februari 1939. Omdat de ouders van Eva geen toestemming geven voor het huwelijk, trouwen ze voor de Politierechtbank. “Grootmoeder Branca is hen na de huwelijksinzegening toch, maar wel op straat, gaan feliciteren. Voor de oorlog werkt Eva als naaister en als bontwerkster. Samen krijgen zij twee kinderen. Eva en haar man zijn aanwezig bij het huwelijk van haar zus Dina met Semaria (Mario) Gabay. Later hoor ik dat Dina en haar man regelmatig op bezoek kwamen bij Eva in Alkmaar. Eva overlijdt in 1984 in Alkmaar, haar man Theo in 1997 in Amsterdam.”(16)

De derde en jongste dochter is Dina (ook wel Bobby genoemd), zij is geboren op 26 juli 1918. Dina zou hebben gewerkt als kantoorbediende. Op 23 april 1942 trouwt zij met Semaria (Mario) Gabay (geboren 16 november 1915 in Istanbul). Zij gaan wonen in de Grote Houtstraat 104-106 in Haarlem. In 1941 staan ze nog ingeschreven op het huisadres van vader Meijer Smeer. Mario had een officieel Turks paspoort en daarom hoefden hij en Dina geen ster te dragen. Turkije wordt beschouwd als neutrale staat, toch overwegen ze een onderduik, zeker ook als op 30 april 1943 hun dochtertje Serica Bianca in Alkmaar wordt geboren.

Het verraad

Dina en haar dochtertje vinden in 1944 een onderduikplek in Hotel Trianon in de Jan Willem Brouwersstraat, Amsterdam. In januari 1944 loopt zij haar nichtje Branca Simons tegen het lijf die betrokken is bij de Joodse verradersgroep van Ans van Dijk. Dina vertrouwt haar nichtje toe dat ze een afspraak heeft met iemand die haar en haar baby aan een nieuw adres zal helpen. Branca Simons neemt daarop direct contact op met haar contactman: Pieter Schaap. Schaap, oorspronkelijk werkzaam bij de Amsterdamse Politie, is in 1944 werkzaam bij ‘Bureau Joodsche Zaken’.
Door dit verraad worden de paspoorten van Dina en haar man als vals beoordeeld. Maar ook de onderduikplannen spelen een rol. Zij worden als ‘strafgeval’ gezien. Zou de situatie anders zijn geweest, dan hadden hun papieren hen kunnen vrijwaren van deportatie.

Terug naar de Inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

448 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe