Boterkoeken

Verteller: David Verdooner David Verdooner
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht
Transvaalbuurt, Tugelaweg

Elke vrijdag kwamen er huisvrouwen uit de buurt met de door hen zelf gemaakte boterkoeken.

Meijer Verdooner en Jetje Verdooner-de Lara. Afgebeeld zijn Meijer en Jetje Verdooner (na de oorlog). Zij waren de drijvende kracht achter de winkel op de Tugelaweg. De foto is afkomstig uit het foto archief van David Verdooner.

Meijer Verdooner en Jetje Verdooner-de Lara. Afgebeeld zijn Meijer en Jetje Verdooner (na de oorlog). Zij waren de drijvende kracht achter de winkel op de Tugelaweg. De foto is afkomstig uit het foto archief van David Verdooner. Door: Frits Slicht

Alle rechten voorbehouden

Het bakken van boterkoek was voor de oorlog een leuke bijverdienste voor mijn vader. Voor de oorlog was hij filiaalhouder van Bakker Pront (uit de Lepelstraat) op de Tugelaweg 70. Elke vrijdag kwamen er huisvrouwen uit de buurt met de door hen zelf gemaakte boterkoeken. Praktische alle Joodse huisvrouwen klatschten (= van restjes een lekkernij maken) in die tijd iets voor de sjabbesavond. In de meeste gevallen waren dat de beroemde boterkoeken, of wat daar op leek. Je moet wel bedenken dat voor de oorlog menig huisvrouw in de Transvaalbuurt de touwtjes, letterlijk en figuurlijk, aan elkaar moest knopen. Men was soms zo arm dat men geen echte roomboter gebruikte (te duur), maar kippenvet.

Al deze baksels werden op vrijdagmorgen naar de bakkerij gebracht en mijn vader bakte ze dan in zijn oven. Met een lange schieter werden de koeken dan in en uit de oven gedaan. Als een boterkoek te vet was dan wilde het wel eens mis gaan. Bij de minste of geringste stootje, kwam die vette hap over de rand van de vorm. Op den duur kon dat ontzettend gaan stinken.

Zo was er ook een vaste klant, Betje. Zij bracht trouw elke week haar koek. Mijn vader had een beetje haast en lette misschien niet goed op. In ieder geval kwam die koek naast de oven terecht, bovenop de kolen (steenkool voor de oven). Mijn moeder had wel een oplossing voor deze ramp. Ze maakte snel een nieuwe boterkoek, wel van roomboter, die door mijn vader werd afgebakken. Je kon niet zien dat het een andere koek was. Maar Betje wist toch dat het niet haar eigen koek was. Ze zei: "Als ik een boterkoek maak, doe ik altijd een touwtje onder in de vorm. Ik weet dan altijd of ik mijn eigen boterkoek terugkrijg."

Alle rechten voorbehouden

2871 keer bekeken

null

gerda

het is niet mogelijk om de reacties te lezen!!