Oprichting van een “Joodsche Sociëteit” (9)

Verteller: Poerimfeest in 1925. Nachaliël
Auteur: Frits Slicht Frits Slicht

De spreker had een vooruitziende blik!

Middenweg met Café Oost-Indië Uitgave K. Wille, Amsterdam-Watergraafsmeer<br />Prentbriefkaart uit 1928. Bron: SAA, Beeldbank.

Middenweg met Café Oost-Indië Uitgave K. Wille, Amsterdam-Watergraafsmeer
Prentbriefkaart uit 1928. Bron: SAA, Beeldbank.

Alle rechten voorbehouden

Op 23 juni 1932 wordt een langgekoesterde wens vervuld. In het verenigingslokaal van de Nachaliël vindt namelijk de oprichting plaats van de “Joodsche Sociëteit voor Oud-Watergraafsmeer”. Voor deze nieuwe afdeling wordt staande de vergadering een propagandacommissie in het leven geroepen. Het doel van de afdeling is het organiseren van clubavonden in dit stadsgedeelte. Het gaat dan vooral om lezingen, voordrachten en debatavonden. Om de avonden aantrekkelijk te maken zal er ook voor ‘gepaste ontspanning’ worden gezorgd. Met deze avonden wil de Sociëteit bijdragen aan het saamhorigheidsgevoel van de joodse bewoners van het ‘voormalig’ Watergraafsmeer. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij het bestuurslid en secretaresse der commissie: mejuffrouw R. Groen, Hoogeweg 46a.

De eerste bijeenkomst zal plaatsvinden in Café Oost-Indië, Middenweg 22-24 op zondagavond 18 september 1932. Als spreker heeft men Prof. Dr. D. Cohen bereid gevonden een eerste lezing te verzorgen. De avond zal worden afgesloten met declamatie en zang. Opvallend is het thema dat de professor aanroert. Hij spreekt zeer uitgebreid en uitdrukkelijk over het gevaar dat het Joodse volk bedreigt.
Een enkel citaat:
Vooral de toestand van het Jodendom in Duitschland laat ons niet los, ons te minder, omdat we het wonder beleven, dat wij hier te lande er rustig over kunnen spreken. Wij gevoelen het als een smaad ons aangedaan, wanneer onze broeders en zusters over de grens worden gehoond en bespot. 't Is daarom bijna onbegrijpelijk, dat in het Ned. Jodendom nog niet een kreet is opgegaan om tegen dit alles op te komen. Nog onbegrijpelijker is het, dat dit evenmin door de Duitsche intellectueelen is geschied. Spr. kan daarin niet anders dan een teeken van verwildering zien.”

Nawoord F.S.

De toespraak van de professor is afkomstig uit (terug te vinden in) het NIW van 23 september 1932. Prof. Dr. David Cohen is de latere voorzitter van de Joodse Raad. Hoe dan ook, hij had een vooruitziende blik! De NSDAP van Hitler was nog niet aan de macht in Duitsland.

Een bijzondere oproep! Onderschrift: Postgiro 214500 ten name van Prof. Dr. D. Cohen. Dits een paar weken na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938.<br />Bron: NIW van 09 dec. 1938, Historische kranten, KB.

Een bijzondere oproep! Onderschrift: Postgiro 214500 ten name van Prof. Dr. D. Cohen. Dits een paar weken na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938.
Bron: NIW van 09 dec. 1938, Historische kranten, KB.

Alle rechten voorbehouden

Terug naar de Inhoudsopgave

-------------------------------------------------

Dit is verhaal nr. 9 uit een serie van 23 verhalen van Nachaliël.
Voor verhaal nr. 10 ga naar Hoe het verder ging met de ‘Joodsche Sociëteit’ (10) style="color:brown;"

Alle rechten voorbehouden

177 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe