Het grafsteentje achter het Tropenmuseum (1/2)

deel I - de Oosterbegraafplaats

Helemaal achterin de kruidentuin tussen het Oosterpark en het Tropenmuseum ligt een kleine grafsteen, verscholen tussen de bleekselderij en de smeerwortel. Niet gemakkelijk leesbaar, maar als je de steen een beetje nat maakt wordt het zichtbaar.
Het Podcast-team Oosterpark ging op onderzoek.

Grafsteentje in de Tropentuin met Jan Dijk  <p><em>- afkomstig van graf van Johannes Kessler (1877-1886), maar zijn naam staat er niet op. Bron: eigen opname, 2023.</em></p>

Grafsteentje in de Tropentuin met Jan Dijk

- afkomstig van graf van Johannes Kessler (1877-1886), maar zijn naam staat er niet op. Bron: eigen opname, 2023.

Alle rechten voorbehouden

De kruidentuin

Verborgen tussen het Tropenmuseum en het Oosterpark ligt de Tropentuin. Sinds 2018 is er hier een pluktuin vol inheemse kruiden, een wormenhotel en twintig moestuinbakken. Het is een initiatief van De Gezonde Stad.

Helemaal achterin die kruidentuin, vaak half overdekt door bladeren en aarde, ligt daar een kleine grafsteen, tussen de bleekselderij en de smeerwortel. Niet gemakkelijk leesbaar, maar als je de steen een beetje nat maakt wordt het zichtbaar. Er staat:

Mijn Zoon
3-augustus-1877                27-mei-1886       
RIP

RIP, Requiscat in Pace, dat hij moge rusten in vrede.

Een jongetje van acht jaar oud. Verder geen naam, geen liefhebbende “afzender”. Een intrigerend monumentje en door zo goed als iedereen vergeten.
In 2001 is het boven de grond gekomen toen oude bomen gerooid moesten worden en er daar een nieuwe beplanting kwam.

Voor de podcast-serie van Geheugen van Oost over het Oosterpark, zijn we gaan speuren naar de geschiedenis van het steentje. Wie was dat jongetje? Uit wat voor gezin kwam hij? Waaraan is hij overleden?
Maar eerst de vraag: wat doet dat grafsteentje in de tuin van het Tropenmuseum, nu onderdeel van het Oosterpark.

De Oude Ooster

Brug over de Singelgracht  <p>- Gezicht vanaf Muiderpoort naar Mauritskade. Op de achtergrond het Muiderbosje met de ingang van de Oude Oosterbegraafplaats.De hamei (voorpoort) is later verplaatst naar de ingang van het Flevopark. Opname door Jacob Olie(1834-1905) op 24 mei 1895, dus al na de sluiting van de begraafplaats. Linksboven is de toren van de Muiderkerk te zien, die in 1892 werd geopend. Van het Muiderbosje is nu nog de rotonde voor het Tropenmuseum over. Bron: Stadsarchief Amsterdam.</p>

Brug over de Singelgracht

- Gezicht vanaf Muiderpoort naar Mauritskade. Op de achtergrond het Muiderbosje met de ingang van de Oude Oosterbegraafplaats.De hamei (voorpoort) is later verplaatst naar de ingang van het Flevopark. Opname door Jacob Olie(1834-1905) op 24 mei 1895, dus al na de sluiting van de begraafplaats. Linksboven is de toren van de Muiderkerk te zien, die in 1892 werd geopend. Van het Muiderbosje is nu nog de rotonde voor het Tropenmuseum over. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

Bijna 150 jaar geleden, stond in het Algemeen Handelsblad van 4 november 1885 onder het kopje Oosterbegraafplaats de volgende ingezonden brief:

Dezen morgen tusschen half acht en acht uur de Oosterbegraafplaats langs gaande, was ik getuige dat fragmenten van lijkkisten op eene schuit (die in de Singelgracht lag) werden geladen.

Uit den toestand dier fragmenten, bleek het duidelijk dat vele kisten nog zoo weinig vergaan waren, dat het noodig moet zijn geweest ze uit elkander te slaan. Dat dit op de omstanders die met mij dit schouwspel zagen, een pijnlijken indruk maakte, behoef ik niet te zeggen.

Gaarne wil ik aannemen dat door de beperkte ruimte der Oosterbegraafplaats een spoediger ontruiming der graven noodig is, doch dan veroorloof ik mij twee vragen.
1°Is het dan niet mogelijk dat de kerkhof-questie die al zoolang- hangende is, eindelijk tot een einde wordt gebracht- opdat de tegenwoordige begraafplaats gelegen, binnen den bebouwden kom der gemeente en omgeven door een sloot wier walgelijke toestand een openbare ergernis is, gesloten kan worden.
2°. Mag die ontruiming in het vervolg niet in vroeger morgenuur geschieden.

Sloot en gemaal  <p>- <em>restant van de oude poldersloot, die ook de zuidelijke begrenzing vormde van de oude Oosterbegraafplaats. Op de achtergrond het gemaaltje dat het Oosterpark droog moet houden.</em></p>

Sloot en gemaal

- restant van de oude poldersloot, die ook de zuidelijke begrenzing vormde van de oude Oosterbegraafplaats. Op de achtergrond het gemaaltje dat het Oosterpark droog moet houden.

Rechts van de ingang van het Oosterpark aan de Linnaeusstraat ligt een stukje sloot met daaraan het gemaal dat het park droog moet houden. Die sloot is het laatste restje van die walgelijke sloot, waar de briefschrijver het over had. Een sloot die rondom een begraafplaats lag: de Oude Oosterbegraafplaats. Die lag ooit op de plek van het Tropenmuseum, aan wat nu de noordkant van het park is.

Amsterdam barst uit zijn voegen

De Oude Oosterbegraafplaats  <p><em>- De kantoren en toegangsgebouwen van de Oude Oosterbegraafplaats ten zuiden van het Muiderbosje (links op de foto). In de achtergrond ontbreekt nog de bebouwing aan de Linnaeusstraat. Opname van Andries Jager (1825-1905). Bron: Stadsarchief Amsterdam.</em></p>

De Oude Oosterbegraafplaats

- De kantoren en toegangsgebouwen van de Oude Oosterbegraafplaats ten zuiden van het Muiderbosje (links op de foto). In de achtergrond ontbreekt nog de bebouwing aan de Linnaeusstraat. Opname van Andries Jager (1825-1905). Bron: Stadsarchief Amsterdam.

Direct na de Franse tijd ging Amsterdam stevig groeien. De Amsterdamse havens breidden zich uit en overal kwam industrie. Dus was er steeds meer werk. Uit het hele land trokken mensen naar Amsterdam. Amsterdam barstte uit zijn voegen..

De stad zat toen nog steeds ingeklemd tussen de wallen en bolwerken. Alles bleef binnen de ring van de Mauritskade, Stadhouderskade, en Nassaukade. In de Jordaan woonden duizenden mensen in bouwvallige krotten die eerst in de binnentuinen werden gebouwd en later zelfs in de stegen. Maar ook de Oostelijke Eilanden raakten overbevolkt. Amsterdam stonk naar pies en poep en naar afval dat overal maar geloosd en gedumpt werd. Pokken, tuberculose, tyfus en cholera waren het gevolg. De sterfte, en zeker de kindersterfte, lag krankzinnig hoog.

Er lag net buiten het bolwerk al wel een begraafplaats voor armen, pestlijders en terdoodveroordeelden, in de Rietlanden langs de Zuiderzee, waar nu het Funenpark ligt. Dat Sint Pieterskerkhof was rond 1800 in het kustmoeras aangelegd door er gewoon een sloot omheen te graven. De plek bleef zo drassig dat af en toe de kisten boven kwamen drijven.
De Joden van de stad hadden hun grote begraafplaats, het Jodenmanussie, aan het Nieuwe Diep, naast het Flevopark.
Voor het overige werden de doden binnen de stadsmuren begraven op kleine, vaak middeleeuwse kerkhofjes. Je ziet nu nog hun toegangspoortjes bij de Westerkerk en de Zuiderkerk.

Ook voor de doden was er eigenlijk geen plaats meer.

Ruimte voor de doden

Boerderij aan Linnaeusstraat  <p><em>- oktober 1891. De “walgelijke” sloot ligt achter het hek in de achtergrond. De hoge bomen staan op de oude Oosterbegraafplaats. Opname: Jacob Olie(1834-1905). Bron: Stadsarchief Amsterdam</em></p>

Boerderij aan Linnaeusstraat

- oktober 1891. De “walgelijke” sloot ligt achter het hek in de achtergrond. De hoge bomen staan op de oude Oosterbegraafplaats. Opname: Jacob Olie(1834-1905). Bron: Stadsarchief Amsterdam

Begraven binnen de stad was al sinds 1824 verboden. Maar ja, onteigening van bouwland was moeilijk, moeilijk, moeilijk en duur! En het kon sowieso maar tot 100 roede (zo’n 350 meter) buiten de stadswal. Nog geen voet verder was je al in één van de buurgemeenten Nieuwer-Amstel (nu Amstelveen) en Diemen.
Er kwamen dus commissies die de kwestie bestudeerden en uitstelden, bestudeerden en uitstelden.

Pas veertig jaar na het verbod, toen het echt niet langer ging, ontwierp de stadsingenieur Van Niftrik een nieuwe begraafplaats. Die werd in 1866 in gebruik genomen: de Oosterbegraafplaats, net buiten de Muiderpoort. Daar lag al heel lang het Muiderbosje, een klein parkje of meer een plantsoentje. Je kwam erdoorheen als je naar de Watergraafsmeer, Diemen en Muiden wilde, over de Oetewalerweg, nu de Linnaeusstraat. Daarlangs lagen toen nog boerderijtjes, kwekerijen en landgoederen. De rotonde bij het Tropenmuseum is van het Muiderbosje nog een laatste restant.
Van Niftrik plande ook een nieuw park, het Oosterpark. De grond daarvoor werd alvast aangekocht. Het uiteindelijk ontwerp is van de landschapsarchitect Leonard Springer. Dat mooie mooie bruggetje bij de ingang van het park aan de Linnaeusstraat is naar Springer vernoemd.
Maar de uitvoering van dat plan liet nog tot 1891 op zich wachten. Voorlopig stonden daar nog de boerderijtjes en graasden er koeien langs de zuidkant van die “walgelijke” sloot.

De begraafplaats kreeg vijf klassen - van luxe naar heel eenvoudig. Nog geen twintig jaar later zag de schrijver van de ingezonden brief de eerste ruimingen van die goedkope graven. De nieuwe begraafplaats was veel te klein en begon al weer helemaal vol te raken.
De oude Oosterbegraafplaats werd in 1894, nog maar dertig jaar na de opening gesloten. In de Watergraafsmeer werd toen de Nieuwe Ooster geopend.

Ruimte voor de levenden

Tien jaar na de opening van de oude Ooster kwam er eindelijk ook meer ruimte voor de levende Amsterdammers. Het plan van ingenieur Kalff werd aangenomen in de gemeenteraad. Vanaf 1875 werd in no time een nieuwe gordel om Amsterdam heen gebouwd, tot aan de gemeentegrens. In Oost liep die ongeveer tot waar nu de spoorlijn ligt. Het eerst verrees het Muiderpoortkwartier, nu de Dapperbuurt. De 1e van Swindenstraat is een van de oudste straten.

Rond 1910 werd een belangrijk deel van de begraafplaats geruimd. Nabestaanden van de eersteklassers konden hun graf, met steen en al, laten overbrengen naar de Nieuwe Ooster. Op de vrijgekomen ruimte werd begin twintigste eeuw aan de oostkant het Tropenmuseum gebouwd. Langs de Mauritskade kwamen het Anatomisch Laboratorium en de HBS, het latere Metis Lyceum.

Pas in de jaren vijftig werd het overige deel van de oude begraafplaats geruimd. De mensen die betalen voor een eigen graf konden ook toen nog een plekje op de Nieuwe Ooster claimen. De belangstelling bleef beperkt tot enkele tientallen. De vrijgekomen ruimte kwam bij het Oosterpark.

In 2017 werd het Metis Lyceum verbouwd. Bij de aanleg van de fietsenkelder werd duidelijk dat met ruimingsopdrachten uit de jaren 1910 en 1950 was gesjoemeld. Er werden nog tientallen graven gevonden. Er was daar aan de westkant met zijn vijfde klasse graven niet echt geruimd, maar er was gewoon een extra laag zand gestort. De archeologische dienst schat dat er onder het basketbalveld nog zo’n 600 mensen begraven liggen.

De mensen achter het steentje

Overlijdensakte  <p><em>- van Johan Kesler uit 1886. Bron: Stadsarchief Amsterdam</em></p>

Overlijdensakte

- van Johan Kesler uit 1886. Bron: Stadsarchief Amsterdam

De jaartallen op het steentje in de kruidentuin vallen precies in deze periode. We zijn op zoek gegaan in de archieven van de stad Amsterdam en het Koninkrijk der Nederlanden..
In deel twee van dit verhaal nemen we u mee op de zoektocht naar de mensen achter dit steentje. Die tocht leidt van de Utrechtsestraat via Harderwijk naar Banjermassing op Borneo in Nederlands Indië en dan terug via Haarlem naar de 1e Van Swindenstraat.

Alle rechten voorbehouden

450 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Grafsteentje in de Tropentuin   <p><em>- afkomstig van graf van Johannes Kessler (1877-1886), maar zijn naam staat er niet op. Bron: eigen opname, 2023.</em></p>

Grafsteentje in de Tropentuin

- afkomstig van graf van Johannes Kessler (1877-1886), maar zijn naam staat er niet op. Bron: eigen opname, 2023.

2 reacties

Voeg je reactie toe
Els Westphal

Grafsteentje

Heel indrukwekkend en interessant…benieuwd naar deel 2

Marieke Hendriks

Super interessant stuk

Wat een interessant stuk over de geschiedenis rondom het Oosterpark. Ik kijk uit naar het tweede deel.