Boodschappen doen in de Indische Buurt.

Herinneringen aan de winkels in mijn buurtje

Indische Buurt
Sumatrastraat  tussen Riouwstraat en Atjehplein

Sumatrastraat tussen Riouwstraat en Atjehplein

Al heel jong ging ik boodschappen halen voor mijn moeder. Gewapend met een briefje en klein portemonneetje werd ik dan naar de winkel in de buurt gestuurd.
Alle winkels uit mijn jeugd zijn ondertussen verdwenen, maar in mijn herinneringen zijn ze er nog altijd.
Zo had je Jun de groenteboer, de winkel zat in de Sumatrastraat tussen het pleintje en de Riouwstraat. Ik kan me de man nog zo voor de geest halen. En helemaal dat hij altijd op een racefiets naar de winkel kwam. De toonbank liep van voor naar achter en het was er altijd druk. Ik weet ook dat vriendjes wel appeltjes pikten. Meest werd er een muts ofzo in de uitgestalde bak gegooid en werd die er met appel er weer uitgehaald.

Naast Jun zat een winkeltje waar je spijkerbroeken en andere kleding kon kopen. Elke keer keek ik wel in de etalage, want ik wilde ook wel zo een broek met wijde pijpen en spiegeltjes. Helaas vond mijn moeder die niets en de winkel (ook al was dat niet zo) te duur. Uiteindelijk kreeg ik wel een spijkerbroek maar een van een winkeltje aan de overkant. Daar zat naast een snackbar en een slager, een winkel in bedrijfskleding en andere kledingwaren. Mijn eerste spijkerbroek was feitelijk een timmermansbroek met heel veel zakjes. Ik werd er wel mee gepest die eerste tijd, maar lang duurde het niet gelukkig.

Maar goed even verder met het stukje tussen Riouwstraat en Atjehplein. Naast de broekenwinkel zat Luberti. Zij verkochten voornamelijk kaas en vleeswaren. Later kwamen er ook andere producten in de winkel. Er waren 2 toonbanken. De eerste liep van de ingang tot halverwege de zaak. Daar lagen de diverse kazen. Haaks erop stond dan een kleiner toonbank met de vleeswaren. Ik weet nog dat je als het druk was en kaas en vleeswaren wilde hebben, je eerst het ene haalde en dan het andere. Zo stond je als kind uren in die winkel. Want je werd vaak over het hoofd gezien.

Op de hoek was Welzenbach, dat was een slijter. Hij woonde naast de winkel, maar had een deur met opstapje naar het woongedeelte. Nadat de winkel sloot verhuisde hij naar de Insulindeweg.

Onze bakker zat op de hoek van de 1e Atjehstraat en de Celebesstraat, in mijn herinnering was dat bakker Blank, maar ik kan me ook vergissen. Ze hadden ook een zaak in de Molukkenstraat. De bakker zelf vond ik aardig, zijn vrouw niet zo. Gelukkig voor mij, was ze niet vaak in de winkel. Wel een buurvrouw die er werkte, tante Wil noemde ik haar. Mijn favo broodjes waren busbroodjes. Broodjes zo groot als een puntje ongeveer, maar die de vorm hadden van een knipbrood. Als mijn moeder een goede bui had, kreeg ik twee van die broodjes die ik netjes in plakken sneer en dan op elke mini boterham een andere soort beleg. Dan was het even feest.

Feest was het ook als de buurvrouw, waar mijn moeder mantelzorger voor was (al bestond die term toen niet), me geld gaf met de woorden ga even taartjes halen.
Zes stuks altijd, voor ieder twee, want zo zei ze dan, op een been kun je niet lopen. Dan rende ik naar bakker Niermans op de Sumatrstraat naast het postkantoor. Ik wist al wat ik moest halen. 3 vruchtenvlaaitjes met slagroom en 2 omelets (dat waren een soort taco’s van vake gevuld met slagroom en een stukje ananas). En dan mocht ik voor mezelf een kiezen die ik dan wilde. Meest werd dat een mocca eclair. Dan een kopje koffie erbij (voor mij meer melk dan koffie ) en smullen maar. Natuurlijk deelde ik slagroom en koek met hun hond Beertje, mijn beste vriend toen. Dat beest was moddervet want alles wat de buurvrouw at, kreeg hij ook. Maar het was een schat van een langharige keeshond.

Zoals een net buurmeisje betaamde, deed ik ook regelmatig boodschappen voor buren die slecht ter been waren of al op leeftijd. Dat was destijds niet meer dan normaal. Net als het normaal was, dat bijvoorbeeld de melkboer aan de deur kwam, ook al had hij een winkel in dezelfde straat of net om de hoek. Met glazen flessen melk, ieder met een eigen kleur dop, en dan de dubbel gestoomde melk in een aparte fles. Ik vond die melk echt vies, maar moest het altijd drinken als we bij de buurvrouw aten tussen de middag.

Al die herinneringen zijn al 50 haar oud. Soms als ik door de buurt loop ben ik aan het bedenken waar al die winkels nou zaten. Sommige panden bestaan nog, maar zit er nu een andere winkel in. Andere panden zijn gesloopt en daar ziet het er nu heel anders uit.
Over 50 jaar zijn er weer andere winkel, zo gaar dat nu eenmaal. De stad leeft.

Foto's komen van Beeldbank

Alle rechten voorbehouden

327 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Sumatrastraat De snackbar, de slager en het winkeltje met oa bedrijfskleding

Sumatrastraat De snackbar, de slager en het winkeltje met oa bedrijfskleding

Sumatrastraat bij de kruising met de Insulindeweg. Banketbakker Niermans en het postkantoor waren hier

Sumatrastraat bij de kruising met de Insulindeweg. Banketbakker Niermans en het postkantoor waren hier

Eerste Atjehstraat met Bakker van Dam en Cambach's sportwinkel op de hoeken

Eerste Atjehstraat met Bakker van Dam en Cambach's sportwinkel op de hoeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe