MIjn joodse vriendjes in de Transvaalbuurt.

"Dat vertel ik je later wel" snotterde moeder

Verteller: Wim Degen
Auteur: Wim Degen
Transvaalbuurt, Schalkburgerstraat

Wim Degen stuurde ons een ingekorte versie van een verhaal dat hij schreef voor een buurtgenoot.

schoolfoto Foto van Wim Degen Foto van Wim Degen gemaakt in 1941. Wim zit hier achter een leesplankje in de 1e klas van de President Krugerschool in de Laings Nekstraat.

schoolfoto Foto van Wim Degen Foto van Wim Degen gemaakt in 1941. Wim zit hier achter een leesplankje in de 1e klas van de President Krugerschool in de Laings Nekstraat.

Alle rechten voorbehouden

Wij woonden destijds in de Schalkburgerstraat, vrijwel recht tegenover de Transvaalstraat. Veel buurtbewoners waren in de jaren 1938/1942 joodse families. Als kind speelde ik regelmatig op straat met de joodse kinderen van mijn leeftijd. Zo had ik een joods vriendje Nolly en een vriendinnetje dat ik kende met de naam Sherley Papagaaij. De ouders van Nolly waren zachtaardige lieve mensen die thuis een naaiatelier hadden. Nolly had een electrische trein en daar speelden wij dikwijls mee. Sherley had een blauwe ijzeren trapauto, waarin ik dikwijls mocht rijden na het afgeven van een kusje op de wang van mijn vriendinnetje. Mijn moeder keurde kussen op mijn 6 jarige leeftijd af, dus deden we dat stiekem buiten het zicht.

Op een dag in mei 1940 veranderde ons buurtleven. Ik zag vreemde vliegtuigen in de lucht, hoorde sirenes en geknetter van mitrailleurs. Tijden later hoorde ik de ijzeren “moffenkoppen” op de straatstenen en voor het eerst de namen “Blokhoofd” en “NSB’r”. Vrij snel verdween daarna de “straatzanger”, de joodse ijscoman Van Delft, de fruitventer en schillenboer uit het straatbeeld.
Hele pelotons zingende Duitse militairen liepen door onze straat op weg naar “het gele bruggetje” over de Transvaalkade teneinde hun afweergeschut te bemannen achter het tuinencomplex “Klein Danzig” . Zo nu en dan werd er soms onaangekondigd met die kanonnen geschoten op overvliegende vliegtuigen en ploften de scherven van springende granaten her en der op daken, straten en pleinen in de Transvaalbuurt.

Het zal medio 1942 geweest zijn toen ik op een avond hevig lawaai hoorde op straat en in ons trappenhuis. Er werd gevloekt en geschreeuwd. Ik hoorde tussen het gekraak van versplintert hout gehuil en het blaffen van honden. “Razzia” piepten mijn ouders en ik werd naar bed gestuurd, maar het zelfde geluid was te horen uit de richting Louis Bothastraat. De andere dag, op weg naar school, zag ik overal versplinterde deuren en ramen en was het opmerkelijk stil op straat. Al snel kwam ik tot de ontdekking dat Nolly en Sherley er niet meer waren. Weg, zoek, spoorloos van de aardbodem verdwenen! Je gaat toch niet verhuizen zonder afscheid te nemen van je vriendjes? “Weggehaald” snotterde moeder. Waren ze dan stout? “Dat leg ik je later wel uit”

Nu 73 jaar later, springen mij de tranen in de ogen bij het horen van de naam Papegaaij. Als God bestaat, zijn ze daar. De buurt heeft nu plaats gemaakt voor andere culturen. Er spelen nu bruine, gele en zwarte kindertjes op straat. Ik ben een vreemde in de wijk.
Wim Degen

Alle rechten voorbehouden

668 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe