Vliegtuigen

Dit verhaal is onderdeel van een serie: verhalen uit de Zacharias Janssestraat. Ze beschrijven een gezin in de jaren zestig dat in een gesplitst bovenhuis woont. De verhalen zijn min of meer autobiografisch: ik ben opgegroeid in de Zacharias Janssestraat.

Vliegtuig boven de Watergraafsmeer

Vliegtuig boven de Watergraafsmeer

Majka zit op de grond in de voorkamer. Ze probeert haar babypop een luier om te doen. De luier is een driehoekig lapje. Ze legt de pop met de billen op de luier en vouwt twee punten om de heupen naar de buik. De derde punt vouwt ze tussen de benen van de pop naar boven. De drie punten komen net niet goed bij elkaar. Lastig! De luier is te klein. Ze probeert het nog een keer. Het mรณet lukken; anders kan er iets ergs gebeuren.

Zo ingespannen is ze aan het werk, dat ze het zachte gebrom in de verte niet hoort. Het wordt luider. Met een ruk heft ze haar hoofd op en luistert. Nee, dat niet! Niet weer die vliegtuigen. Ze weet dat ze moet vluchten, maar ze kan niet bewegen. Dan rent pappa de kamer binnen. Hij trekt haar overeind. โ€˜Schiet op, we moeten hier weg. Kom, snel de trap af.'

Ze kijkt achterom naar haar pop, die ze eigenlijk niet wil laten liggen. De vliegtuigen zijn nu heel dichtbij; ze kan hun zwarte schaduwen al zien door het raam. Samen met pappa rent ze de trap af. Pappa pakt haar op en gooit haar over zijn schouder. Dieper en dieper rennen ze. Er lijkt geen einde aan te komen. En bovenaan de trap: daar verschijnt de neus van het eerste vliegtuig. Ze hebben haar ontdekt. Ze kan niet meer ontkomen.

Maja wordt wakker. Het gebrom is nog in haar hoofd. Het lijkt of ze niet helemaal wakker is. Dan hoort ze in de verte de bel van de tram op de Middenweg. Een brommer rijdt knetterend door de straat. Toch durft Majka haar ogen niet open te doen. Misschien staat de zwarte man uit de gang naast haar bed. Heel stil blijven liggen is het beste. En proberen wakker te blijven. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze twee keer in รฉรฉn nacht komen: de vliegtuigen.

's Morgens bij het ontbijt vertelt ze van haar droom. Pappa en mamma hebben alle tijd om naar haar te luisteren: het is kerstvakantie. Mamma heeft zich zelfs nog niet aangekleed; ze zit in haar kamerjas aan tafel.

'Je droomde vorige week ook al dat je achtervolgd werd door vliegtuigen,' zegt pappa. 'Wat kan daar toch achter zitten?' 'Ik denk dat het komt door jouw verhalen over de oorlog,' veronderstelt mamma. Er gaat een klein schokje door pappa heen. 'Dat kan toch niet: in de oorlog waren we niet bang voor vliegtuigen. We waren juist blij als we ze hoorden overvliegen. Dan gingen ze bombarderen bij de Moffen.'

Majka ziet Rita oplettend luisteren. Ze opent haar mond. Nee, denkt Majka, niet vragen!

'Wat is dat, pappa, bombarderen bij de Moffen?'

Pappa schuift zijn stoel een beetje achteruit en trekt een ernstig gezicht. 'Ik heb het al eens aan Majka verteld, maar ik zal het jou ook vertellen, Rita. Toen jullie nog niet geboren waren, was het oorlog. De Duitsers - wij noemden ze Moffen - kwamen ons land binnen met tanks en soldaten. Jarenlang waren zij de baas. Zij waren slecht.' Nu stoppen, denkt Majka. Zij kent het verhaal al; ze weet hoe het verder gaat. 'De Moffen maakten zomaar mensen dood. Bijvoorbeeld omdat ze Joods waren - die mensen werden in een trein gestopt en naar Duitsland gereden. Daar werden ze vermoord.' Majka huivert. Ligt Duitsland eigenlijk ver weg? Zouden die Moffen weer kunnen komen?

Opeens ziet ze het gezicht van mamma. Ze schrikt. Gaat mamma huilen? 'Mijn beste vriendin was Joods, ' zegt mamma. Haar stem klinkt hoog, alsof haar keel dichtgeknepen wordt. 'Op een dag kwamen de Duitsers haar halen. Ze hadden geweren bij zich. De hele familie moest mee. Ook haar kleine zusje, dat net geboren was. Ik heb niemand ooit teruggezien.'

Majka klemt haar handen om de tafelrand. Ze ziet voor zich hoe de moeder met het babyโ€™tje door de mannen met geweren uit huis werd gehaald. Wat gaan pappa en mamma nog meer vertellen? Zijn er nog ergere verhalen? Kon ze maar weg.

Rita lijkt nergens last van te hebben. 'Wat is Joods? Dat zijn toch mensen uit de Bijbel?' 'Ze woonden ook in Nederland, maar heel veel Joden zijn nu dood. Jij kent geen Joodse mensen.' 'Ik ken wel een Duitser,' zegt Rita. 'Een meisje in mijn klas, Birgit. Ze is heel aardig. Ze praat alleen een beetje raar.

'Je moet ook geen hekel aan Duitsers krijgen,' zegt mamma snel. Haar stem klinkt weer gewoon. 'Het is een hele poos geleden gebeurd.' Ze kijkt naar pappa, alsof ze hulp zoekt. Maar pappa zegt niets.

'En wat hebben vliegtuigen ermee te maken?' vraagt Rita. Nee, denkt Majka. Houdt het dan nooit op? 'Vliegtuigen werden in de oorlog gebruikt om bommen te gooien,' vertelt mamma. 'Boven Rotterdam...' Ze stopt en kijkt naar Majka. 'Je hoeft in deze tijd niet bang te zijn voor vliegtuigen. De vliegtuigen die wij zien vliegen, gooien geen bommen.'

'Mag ik van tafel?' vraagt Majka. Het mag gelukkig.

Ze zoekt in de speelgoedkast naar de babypop met de luier. De luier past precies. Ze kan hem vastmaken met twee drukknoppen. Ze maakt de luier los en daarna weer vast. Dan hoort ze een zacht gegons. Ze kijkt omhoog door het raam: daar gaat een vliegtuig, een gewoon vliegtuig, niet zoโ€™n straaljager.

โ€˜Kijk je naar dat vliegtuig?' hoort ze mamma naast zich vragen. โ€˜Waarschijnlijk zitten er mensen in. Die gaan naar een ander land. Ik zou ook wel eens in een vliegtuig willen zitten.' 'Waar gaan we dan naartoe vliegen?' vraagt Majka. 'Nou, misschien naar Spanje. Daar is het altijd lekker warm en er is veel strand.'

'Wat!' klinkt pappa's stem uit de achterkamer. 'Wil jij naar Spanje, zo'n fascistisch land, waar een dictator de baas is? Nou ik niet!' Majka voelt weer een akelig verhaal aankomen. Ze buigt zich snel over haar pop. Ze hoeft niet te weten wat 'fascistisch' en wat 'een dictator' is. Rita is net de kamer uitgelopen. Zij kan het gelukkig niet vragen.

ย 

28 keer bekeken