Er was solidariteit in de buurt. Er woonden veel handarbeiders, in ieder geval mensen die konden klussen. Voor ons was de timmerman meneer Roomers, twee huizen verderop. De behanger woonde in de Gorontalostraat en de schilder was Dorreboom uit de Riouwstraat. Voor al het andere reparatiewerk was opa Ameling, die in ons schuurtje in de tuin aan het Lozingskanaal een โkleine ijzerwinkelโ aan spullen had. Rubberringetjes sneed hij zelf uit lapjes rubber. Zo verrichtte men voor elkaar dingen met gesloten portemonnee.
Mijn vader werkte bij Sociale Zaken. Daar speelde hij met een aantal collegaโs de voetbaltoto. In de jaren zeventig wonnen zij een flinke prijs. Mijn zus dacht 25.000 gulden. Ze weet nog wel dat zij en ik elk 5.000 gulden kregen, waarvan zij een tweedehands Daf en ik een tweede hands Lelijk Eendje kocht. De omaโs en opaโs kregen een kleuren televisie en mijn ouders nodigden ome Willem en tante Marie, de ouders van Jasperina de Jong, uit voor een vakantie naar Sorrento in Italiรซ, in een hotel van de vakbond.ย
Ook ging er een bedrag naar de bouw van het nieuwe clubhuis van korfbalclub Archipel aan de Makassarstraat. In het halletje kwam een steen met daarop de tekst dat deze ter ere was van oprichter Willem Penseel. Bij de afbraak van het clubhuis is die verloren gegaan. Nu staat er aan de kant van de Niasstraat een nieuw wijkgebouw.