Als ze wakker wordt, schijnt de zon door een spleetje van het gordijn. Rita zit rechtop in haar bed zachtjes te zingen: 'Sinterklaasje bonne bonne bonne.' 'Hou op,' zegt Majka. 'Sinterklaas is al lang weer terug naar Spanje. Ze hoort mamma op de gang en doet de deur van de kinderkamer open. Mamma staat in de keuken, aan de andere kant van de gang. Ze heeft haar lange blauwe kamerjas aan en loopt op roze pantoffels.
'Mamma, gaan we opstaan?' roept Rita. 'Ja, mamma, mogen we eruit?' vraagt Majka. Mamma komt aangelopen. Haar pantoffels maken bijna geen geluid. 'Even geduld nog,' zegt ze. 'Het is zondagochtend. Pappa en mamma slapen uit.'
'Maar wat moeten wij dan doen?'
Mamma gaat naar de kamer en komt terug met een stapel tijdschriften en twee kinderschaartjes. 'Hier, ga maar wat knippen.' ย Ze zet het straalkacheltje aan. Nu wordt het gauw lekker warm.
'Wel even jullie kamerjas aantrekken. Rita moet ik je helpen? Blijf uit de buurt van het kacheltje.'
'En krijgen we dan ook wat lekkers?'
Mamma zucht. Ze loopt weer naar de kamer en komt terug met een reep chocola. 'Hier, allebei de helft.'
Rita en Majka bladeren door de tijdschriften en knippen plaatjes uit: een olifant met een grote slurf, een man die heel kwaad kijkt en een vrouw achter het stuur van een auto.
'Weet je wat,' zegt Majka, 'we gaan een plaatje aan de Here God geven. Hier, deze met die olifant.'
'Hoe doen we dat dan?' vraagt Rita.
'We leggen het in de vensterbank achter het gordijn. En dan gaan we bidden.'
Majka legt de olifant op de vensterbank en trekt het gordijn goed dicht. Daarna gaat ze weer op haar bed zitten. Allebei vouwen zij hun handen en sluiten hun ogen.
'Here God, achter het gordijn ligt een plaatje; dat hebben wij voor u uitgezocht. U mag het hebben. Amen.' (Dat hoor je er altijd bij te zeggen als je bidt.)
Rita schiet haar bed uit en kijkt achter het gordijn. Een teleurgestelde kreet: 'Het ligt er nog!'
Vreemd. Nog maar eens een keer proberen.
'Here God, het plaatje achter het gordijn is voor u. Wilt u het alstublieft meenemen? Amen.'
Maar het plaatje blijft achter het gordijn liggen. Zou God het niet willen hebben? Blijkbaar werkt hij anders dan Sinterklaas; die neemt alles mee wat je 's avonds in je schoen stopt en legt er iets lekkers voor in de plaats.
ย
Dan klinkt de bel. Eerst de bel van hun eigen huis en meteen daarna die van de bovenburen. In hun huis gebeurt niets. Maar bovenaan de trap van de bovenburen gaat de deur open. Iemand trekt aan het touw waarmee je de buitendeur opent. Daarna gaat de deur van de bovenburen weer dicht.
Majka hoort gestommel op de trap. Er komen mensen naar boven, twee denkt ze. Inderdaad: het zijn twee mannen met zwarte pakken aan. Eรฉn houdt een leren tas vast. Aarzelend staan ze in de gang. Dan loopt de man met de tas naar hun kamer. 'Zijn je ouders thuis? Waar zijn zij?'
Majka wil net antwoord gaan geven, maar dan vliegt de deur van de achterkamer open. Mamma komt naar buiten in haar blauwe kamerjas. Ze schreeuwt tegen de twee mannen.
'Wat doen jullie hier? Ik heb jullie niet binnengelaten. Laat mijn kinderen met rust! Als je bij de bovenburen moet zijn, loop dan door. En anders: rot op! Gore viezeriken met je wachttorenblaadjes!'
Razendsnel trekt zij een pantoffel uit en begint te meppen.
Majka is van schrik onder de dekens gekropen. De mannen zeggen niets terug. Ze hoort ze snel de trap af lopen. De voordeur slaat dicht. Voorzichtig komt ze overeind.
'Wat wilden die mannen van jullie?' vraagt mamma. Ze heeft haar pantoffel weer aangetrokken en lijkt nu heel gewoon. Rita zegt niets. Angstig gluurt zij onder de dekens vandaan.
'Ze vroegen waar jullie waren,' fluistert Majka. Dat vindt ze eigenlijk een doodnormale vraag. 'Als er weer zoiets gebeurt, moet je ons meteen roepen,' zegt mamma. De bovenburen laten iedereen maar binnen, zonder te kijken wie het is. En er bestaan mensen die kwaad willen. Denk erom, vertrouw niemand zomaar, roep ons erbij.' Ze loopt de kamer uit en gaat de huiskamer weer binnen. Een poosje hoort Majka nog haar mopperende stem en pappa die brommend antwoord geeft.
Ze denkt na. De mannen leken niet onaardig. Kun je je daar zo in vergissen? Misschien wilden ze kwaad. Maar wat betekent dat precies? Wat zouden ze gedaan hebben als mamma niet zo plotseling tevoorschijn gekomen was?
ย