Als je op een regenachtige dinsdag op het Waterlooplein staat, zie je voornamelijk twee dingen: ambtenaren die spijt hebben van hun loopbaanskeuzes en toeristen die proberen uit te vogelen waarom deze enorme betonnen doos 'de Stopera' heet. Spoiler: het is een samentrekking van Stadhuis en Opera, bedacht door iemand met een schrikbarend gebrek aan verbeeldingskracht.
Maar onder die enorme hoeveelheid gemeentegrind ligt het lijk van Vlooienburg. En dat was ooit de boeiendste wijk van de stad.
Even terug naar 1593. Amsterdam zat overvol. Om de druk van de ketel te halen, gooide de gemeente een paar vrachtwagens zand en vuilnis in de Amstel. Voilรก: een gloednieuw eiland. Ze noemden het Vlooienburg. Niet omdat het er wemelde van de parasieten, al zal de hygiรซne niet geweldig zijn geweest, maar vanwege Vloedenburg. Telkens als de Amstel een slechte bui had, liep de tent namelijk onder water. Een soort Venetiรซ, maar dan met houten huisjes, stank en zonder de romantiek.
Binnen no-time werd het een magneet voor migranten. Portugese Joden, Midden-Europeanen, Engelsen: iedereen die ergens anders werd weggejaagd, trok naar Vlooienburg. Het was een knetterende Smeltkroes 1.0. Baruch Spinoza rende er als kleuter rond en Rembrandt kwam er buurten voor inspiratie en waarschijnlijk ook om te spioneren wat de buren op hun bord hadden liggen.
In 1882 vond het stadsbestuur dat die vieze grachtjes wel eens dicht konden. En huppakee: de Houtgracht ging dicht en het Waterlooplein was geboren. Handel, geschreeuw, tweedehands meuk: heerlijk. Maar Vlooienburg barstte uit zijn voegen. Rond 1900 trokken duizenden bewoners door naar het gloednieuwe Amsterdam-Oost. De Transvaalbuurt en de Indische Buurt werden de 'nieuwe' Jodenbuurt, compleet met eigen markten op het Dappermarkt-terrein. Vlooienburg en Oost werden twee handen op รฉรฉn buik.
Toen kwam de bezetting. Wat er tussen 1940 en 1945 gebeurde, is de inktzwarte kant van het verhaal. Binnen een paar jaar werden Vlooienburg รฉn de volkswijken in Oost vrijwel volledig leeggehaald. De huizen op het eiland stonden leeg en werden in de Hongerwinter letterlijk gesloopt door stadsgenoten die het koud hadden. Binten, spanten, deuren, kozijnen: alles ging in de kachel.
Na de oorlog keek de gemeente naar de ruรฏnes en dacht: weet je wat we hier neerzetten? Heel veel beton! De overgebleven bewoners van het verwoeste eiland werden definitief naar de stadsvernieuwing in Oost gekegeld. De verhuizing uit de verpauperde binnenstad werkte gescheiden. De armere Joodse arbeiders uit Vlooienburg trokken vooral naar Oost (Transvaalbuurt/Indische Buurt). De rijkere Joodse Amsterdammers trokken juist naar Zuid (de Pijp, Rivierenbuurt). Ondanks verwoede pogingen van krakers en boze Amsterdammers om het verleden te redden, ging de slopershamer erin. Het resultaat? De Stopera.
Het eiland is weg, de grachten zijn weg en de mensen verhuisden naar Oost. Maar als je vandaag op het stadhuis een paspoort aanvraagt, doe je dat boven op drie eeuwen opgevroren stadsdrama. Probeer dat maar eens te vergeten bij het loket.
Bekijk eens de documentaire over Vlooienburg van de NPO hieronder of beluister de podcast.
Beluister en bekijk hieronder de plannen en het verhaal.
ย ย ย Klik op de button โฌ๏ธ |
ย ย ย Klik op de button โฌ๏ธ |
ย

