Hoe mijn Transvaalbuurt veranderde, deel I

Mijn hele familie woonde in de Retiefstraat

Tijdens een bijeenkomst in de Transvaalbuurt ontmoette ik Loek Vlessing. Sinds jaren woont hij prettig in Amsterdam Noord. Maar zijn jeugd en de oorlog speeldenzich af in de Transvaalbuurt, jaren met een grote impact. Met zijn scherpe geest en vriendelijke blik deelt hij zijn herinneringen met mij.

Loek Vlessing met zijn vader, vóór de boekwinkel van Van Cleef (hoek Retiefstraat - Laing’s Nekstraat), ongeveer 1937

Loek Vlessing met zijn vader, vóór de boekwinkel van Van Cleef (hoek Retiefstraat - Laing’s Nekstraat), ongeveer 1937

 


Ik ben geboren in de Transvaalstraat in 1932. Mijn eigenlijke naam is Louis of Levi, maar ik wordt Loek genoemd. Toen ik drie of vier jaar oud was, verhuisden we naar de Retiefstraat 83, 1 hoog. Mijn vader was Joods, mijn moeder niet. Wij werden ook wel half-Joden genoemd, maar eigenlijk hielden wij ons daar niet mee bezig. Mijn hele familie woonde in de Retiefstraat, ooms en tantes, neven en nichten. Mijn vader was bontwerker en communist. Thuis was ik de oudste, ik had een zus en een broer.

Op school en op straat speelde iedereen met elkaar. Tegenover ons huis in de Retiefstraat viel een deel van de huizen wat naar binnen in een halve cirkel, zo was dat gebouwd. Wij noemden het ‘de inham’ en daar troffen wij elkaar om te spelen en te pinkelen op de putten.
Er waren meerdere scholen in onze buurt, ik ging naar de Oranje Vrijstaatschool.

Oranje Vrijstaatschool, omstreeks 1938. Loek is 3e van links op 1e rij

Oranje Vrijstaatschool, omstreeks 1938. Loek is 3e van links op 1e rij


Ik herinner me nog de vele buurtwinkels. Alleen al in de Pretoriusstraat zaten vijf slagers en meerdere groentewinkels. Op een van de hoeken zat een hele dure groenteboer. Henkie, een andere groenteboer kocht daar aan het eind van de dag de restanten op en verkocht het de volgende dag weer door. Aan de Tugelaweg waren loodsen, waar een bekende zuurinleggerij zat, Alego. De geur van gemberbolussen en galle als je langs de bakkerijen liep, dat was heel normaal. Wij hadden geen oven thuis, dus bracht mijn moeder de ingrediënten naar de bakker, die het vervolgens afbakte. Soms kregen we een ‘spatzie’, dat was een rolletje ijs tussen twee biscuitjes.

lees verder:

Hoe mijn Transvaalbuurt veranderde, deel II

30 keer bekeken