Het eerste jaarverslag dat ik bij het IISG heb gevonden is het verslag over het jaar 1928. Het volgende jaarverslag dat bewaard is gebleven is dat van het jaar 1931. Dat is direct ook een belangwekkend jaarverslag, het begint namelijk met het heuglijke feit dat er een tweede Zwaluwnest is geopend. Het bijzondere is dat er direct al melding wordt gemaakt van het feit dat het nieuwe nest eigenlijk wel erg klein is. Hoe dan ook, men is er toch content mee (voorlopig althans). De belangstelling van de meisjes voor de bijeenkomsten was โbevredigendโ, zeker in het begin. Maar zodra de economische situatie tegenzit, loopt het aantal contribuanten terug. Daartegen verhoogde subsidieverstrekker de Maatschappij tot Nut van Israรซlieten in Nederland hun subsidie met 100 gulden. Een andere instelling โHulp na Onderzoekโ schonk maar liefst 800 gulden voor de meubilering van de nieuwe clubkamertjes. Uitgaande van de Woningkaart zat de Vereniging De Zwaluwnesten alleen op de begane grond. Dat verklaart ook wel de vroege constatering over de beperkte ruimte.
De nieuwe en de oude locatie (= Club I) naast elkaar, bron: NIW van 27 maart 1931
Over het programma van het tweede nest is de nodige informatie dankzij het door โBetz Brandonโ Zo ondertekende zij het geschreven verslag van Club II. Dit verslag zat net als het verslag van Club I opgenomen in het jaarverslag over het jaar 1931. De opkomst is aanvankelijk zo groot dat niet iedereen aangenomen kon worden las lid. Het programma werd begonnen met 15 meisjes.
Transvaalkade 109, 107, 105 enz. (v.r.n.l.). Architect: Jan Gratama. Foto uit de Beeldbank SAA, datering 1934
Terug naar deย INHOUDSOPGAVE