Op Goede Vrijdag 29 maart 1929 stort leidekker Leendert Arkenbout tijdens het werk uit de koepel van de kerk naar beneden en overlijdt ter plekke. Men denkt aan een ongeluk, maar er wordt ook gefluisterd dat er sprake is van moord. Zo blijkt de patroon van de leidekker, de 46-jarige J.G. Maring, een levensverzekering van maar liefst 50.000 gulden te hebben afgesloten op het leven van de werknemer. Dit bedrag wordt ook uitgekeerd. Als Maring op de opvolger van de omgekomen knecht direct een nieuwe levensverzekering wil afsluiten ditmaal van 100.000 gulden, begint men op het kantoor van de verzekeringsfirma ernstige vermoedens te krijgen. Eind 1930 wordt hij gearresteerd.
De verdachte ontkent verontwaardigd. Het lichaam van de omgekomen leidekker wordt daarom opgegraven voor nader onderzoek. De uitslag van dit onderzoek is zeer belastend: de schedel van Arkenbout blijkt met een leidekkershamer te zijn ingeslagen.
Maring blijft ontkennen en schuift de schuld op meesterknecht W.H. Wessendorp. Hij doet dat door een briefje in een stuk brood te verstoppen en dat te overhandigen aan een medegedeยญtineerde, met het verzoek een valse getuigenis af te leggen tegen Wessendorp. Het briefje wordt echter onderschept door een oplettende bewaker.
Behalve het briefje komen nog meer bezwarende feiten boven tafel. Boven in de koepel worden bloedsporen van Arkenbout aangetroffen. De verdachte komt nu met een nieuwe verklaring. Hij is getuige geweest van een gevecht waarbij Wessendorp Arkenbout de hersens ingeslagen zou hebben. Wessendorp zou Maring ernstig bedreigd hebben en daarom durfde hij dit verhaal niet eerder bekend te maken.
De rechtzaak sleept zich voort, het definitief sluitende bewijs ontbreekt en de verdachte blijft heftig ontkennen. Dan maakt Maring een tweede ernstige fout. In een onderschepte brief uit de gevangenis vraagt hij zijn zoon om getuige Wessendorp met een pistoolschot om het leven te brengen en bij zijn lijk een vervalste zelfmoordbrief neer te leggen. Het net sluit zich nu om de verdachte. De Openbaar Aanklager eist eind oktober 1931 levenslang. De straf wordt door de rechtbank toegekend. Terwijl de verdachte roept: โAl eischt de rechtbank duizend jaar, ik ben onschuldig!โ wordt hij door de parketpolitie weggevoerd. De zaak maakt grote indruk in de buurt en men zal er nog vele jaren over napraten.
ย
lees ook: