Anderhalve eeuw geleden hadden veel huizen in arbeidersbuurten geen douche, soms niet eens stromend water. Wassen gebeurde aan een teil in de keuken. En baden deed men in het gemeentebadhuis.ย
In de hele stad stonden in de vorige eeuw tientallen badhuizen. Stevige bakstenen gebouwen waar Amsterdammers voor een paar cent een warm bad konden nemen. Ze waren praktisch รฉn ideologisch. De gemeente wilde de stad schoner maken, ziektes bestrijden en arbeiders opvoeden tot moderne stedelingen. En moderne stedelingen waren schoon. Daarom zat er achter iedere betegelde wand van de badhuizen een idee over hygiรซne, fatsoen en vooruitgang.
Trots
Tegenwoordig zijn veel badhuizen verdwenen of veranderd in appartementen, ateliers en sportscholen. Maar wie goed kijkt, ziet nog altijd de contouren van een tijd waarin schoon badwater een publieke voorziening was waar de stad trots op was. Brouwerij 't IJ is bijvoorbeeld gevestigd in het leegstaande badhuis Funen. De sporen daarvan zijn nog zichtbaar beneden op de toiletten. Het was het eerste gemeentelijke badhuis dat de gemeente zelf bouwde en het werd in 1911 geopend. Maar het zou niet lang het enige badhuis zijn.
Gemeentebadhuis Funen waar tegenwoordig Brouwerij 't IJ zit. [Bron: Stadsarchief]
Zo zag het voormalige gemeentebadhuis er in 2003 van binnen uit. [Bron: Stadsarchief]
Indische Buurt
Aan het Javaplein kon men badderen midden in de Indische Buurt, een wijk die begin 20e eeuw razendsnel volstroomde met arbeidersgezinnen. In veel woningen ontbrak een badkamer. Het badhuis bood uitkomst. Het was de 16e van z'n soort in Amsterdam. Mannen, vrouwen en kinderen konden er afzonderlijk douchen of baden. Op een schild dat bij de opening van het badhuis werd aangeboden, stonden de toepasselijke woorden: "Reinheid is een schone deugd, voor ouderen en voor de jeugd. Houdt daarom ook dit badhuis rein, hetgeen ook uw belang zal zijn."
Campagne voor volksgezondheid
Het gebouw op het Javaplein hoorde bij een bredere gemeentelijke campagne voor volksgezondheid. Amsterdam wilde af van het beeld van ongezonde, overvolle volksbuurten waar tuberculose en andere ziektes zich gemakkelijk verspreidden. Reinheid werd een bestuurlijke missie. In advertenties en gemeentelijke stukken klonk dezelfde boodschap. Een schoon lichaam hoorde bij een moderne stad. Het badhuis aan het Javaplein kon je, een beetje dramatisch wel, een instrument van beschaving noemen.
Het badhuis op het Javaplein. [Bron: Stadsdarchief]
Gevaarlijke vrouwen
Al viel die beschaving ook wel in twijfel te trekken. NRC Handelsblad interviewde in 1979 badmeester Langereis. Houd er rekening mee dat het een andere tijdgeest was. Hij vertelde dat mensen elkaar in de wachtkamer van de gemeentelijke badhuizen weleens in de haren vlogen vanwege politieke meningsverschillen. En, zo zei hij: "Er is in dit werk niets gevaarlijker dan vrouwen." Hij herinnert zich een vrouwelijke bezoeker die zich uitkleedde en vervolgens riep: "Badmeester, de kraan zit vast." De rest kunt u wel invullen.
Niet altijd even beschaafd
Langereis herinnert zich wel meer voorvallen. "De meneer die spiernaakt met doorgesneden polsen de gang kwam opzetten, de 2 zusters waarvan de een in de badkuip buiten bewustzijn raakte omdat ze haar man de vorige avond met een andere vrouw op straat had gezien, de zigeuners die een wild zootje waren en er op de een of andere manier altijd in slaagden om met zโn tienen op 8 kaartjes binnen te komen, de opgeschoten jongens die hem zo treiterden dat hij 2 maanden overspannen was." Niet altijd even beschaafd dus. Mรกรกr, zo verklaarde Langereis tegenover NRC: "Toch heb ik altijd fijn met de mensen kennen werken."
Interview met badmeester Langereis in het NRC Handelsblad van dinsdag 4 september 1979 [Bron: Delpher]
Badmeester Langereis, beheerder van het badhuis aan de Zaanstraat, gefotografeerd in de deuropening van de voormalige vrouweningang. [Bron: Stadsarchief]
Spaarndammerbuurt
In de Spaarndammerbuurt kreeg het idee van een โbadhuis der beschavingโ een monumentale vorm in het gemeentebadhuis aan de Zaanstraat en Polanenstraat, geopend in mei 1916. Het gebouw oogde bijna statig, met hoge ramen en sierlijke details die moesten uitstralen dat ook arbeiders recht hadden op waardigheid. Binnen draaide alles om efficiรซntie. Bezoekers kregen een hokje, een stuk zeep en een beperkte tijd onder warm water. De badmeesters hielden toezicht alsof zij machinisten van de publieke hygiรซne waren.
Klassenverschillen
Toch gingen Amsterdammers niet vanzelf naar het badhuis. Veel arbeidersgezinnen vonden baden duur, omslachtig of simpelweg onnodig. Sommige bezoekers schaamden zich om zich publiekelijk te wassen. Het volksbadhuis werd daarmee ook een plek waar klassenverschillen zichtbaar waren. De middenklasse kreeg thuis badkamers, de arbeidersklasse kreeg een loket en een tijdslot.
Interieur van het badhuis in de Zaanstraat. [Bron: Stadsarchief]
Interieur van het badhuis in de Zocherstraat (Amsterdam-West). [Bron: Stadsarchief]
Nieuwe Uilenburgerstraat
In de oude Jodenbuurt had het badhuis nog een extra betekenis. Rond het Waterlooplein woonden grote gezinnen dicht op elkaar in kleine woningen zonder sanitaire voorzieningen. Het badhuis aan de Nieuwe Uilenburgerstraat had een aparte mannenafdeling met 14 douches en 2 kuipbaden, terwijl de vrouwenafdeling bestond uit 6 douches en 3 kuipbaden. Oude panden in de buurt die waren gesloopt, werden in de gevel verwerkt. Zo zaten daar oude stenen in van โDโ Turcksche slaeffโ, โDโ Koffibaalโ en โDโ Vogelstruis 1742โฒ.
Joods badhuis
Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde die omgeving radicaal. Het badhuis werd tijdens de oorlog door de bezetter in eerste instantie aangewezen als Joods badhuis, waardoor niet-Joden er niet meer welkom waren. Het badhuis werd op 1 augustus 1943 gesloten. Daarna doken er nog (minstens) 2 Joden onder: Klara Stodel en Sam de Hond. Inderdaad, de vader van Maurice de Hond. Hij overleefde de oorlog, maar Stodel werd in 1944 in Auschwitz vermoord.
De bouw van het badhuis in de Nieuwe Uilenburgerstraat. [Bron: Stadsarchief]
Het badhuis werd na de sluiting gebruikt als fietsenfabriek. [Bron: Stadsarchief]
Muziekgebouw
De Joodse buurt werd leeggehaald, bewoners gedeporteerd, straten stil. Het badhuis bleef achter als een gebouw dat de verdwijning van een complete gemeenschap had meegemaakt. Het werd eerst een fietsenfabriek, en is nu in gebruik als muziekgebouw Splendor.
Ouderwets
Op het hoogtepunt, in 1956, werden er bijna 2 miljoen badhuisbezoeken geregistreerd in Amsterdam. Maar dat aantal liep in de jaren die volgden snel terug. In 1933 was namelijk in de gemeentelijke bouwverordening bepaald dat elke nieuwe woning een eigen douche moest hebben. Wat ooit een noodzakelijke publieke voorziening was, werd daardoor ouderwets en achterhaald.
Het voormalig gemeentebadhuis in de Zaanstraat in 2017. [Bron: Stadarchief]
Omgebouwd
In de jaren 60 en 70 sloten veel gemeentebadhuizen hun deuren. De laatste 4 werden rond 1987 gesloten. Sommige gebouwen werden gesloopt, andere kregen een nieuwe bestemming. Zo veranderde het badhuis aan de Zaanstraat in een hammam. En uiteindelijk werd het in 2016 tot gemeentelijk monument uitgeroepen badhuis verbouwd tot appartementen. Waar vroeger stoom hing, staan nu planten op vensterbanken.
Een stukje zeep
Wie langs een voormalig badhuis loopt, ziet misschien alleen een oud gebouw. Maar achter die gevels wachtten ooit honderden Amsterdammers op hun beurt voor warm water. Een handdoek onder de arm, een stukje zeep in de jaszak, even ontsnappend aan de kou en de krapte van thuis.
_________________