Er zijn mensen die beweren dat Amsterdam zichzelf heeft uitgevonden. Dat is onzin. Amsterdam verkoopt zichzelf al jaren met groot enthousiasme en zonder enige schaamte. Grachtenpanden worden verhuurd aan mensen die eigenlijk in een hotel willen wonen. Bruine kroegen worden vervangen door concepten met natuurwijn en een leeg schoolbord waarop staat dat je ook gewoon water kunt bestellen. En elke buurt die ooit gewoon een buurt was, heet nu een neighbourhood en heeft een eigen Instagram-account.
Maar dan is er de Radioweg.
Je rijdt er langs, of je fietst er langs, want dit is Amsterdam, dus je fietst, en dan zie je achter de hekken plotseling iets wat je even doet aarzelen. Ruimte. Groen. Modder. Een man die een bal wegschopt zonder dat iemand hem daarvoor betaalt. Je knippert met je ogen. Je denkt: dit bestaat toch niet meer? Toch wel. Dit is Sportpark Middenmeer, en het bestaat al zo lang dat het er simpelweg niet meer aan denkt om te verdwijnen.
Het park ligt in de Watergraafsmeer, in Amsterdam-Oost, en biedt onderdak aan (voetbal)verenigingen รฉn aan de Jaap Edenbaan , de kunstijsbaan met een 400 meter ovaal in de open lucht. Dat klinkt nuchter, en dat is het ook. Er staat geen woord over beleving, over concepten, over culinaire randprogrammering. Het is een park. Je sport er. Je gaat weer naar huis.
Op een zaterdagochtend in november, grijs, zacht, licht druilerig, kortom: perfect, liep ik met de honden het park in via het ijzeren hek waarop nog altijd in gestanste letters staat: Gemeente Sportpark. Niet sexy. Niet gerebrand. Gewoon een aankondiging. Alsof de gemeente zegt: dit is van ons, en dat zijn we niet vergeten.
Op het eerste veld speelden jongens van een jaar of veertien. Ze speelden serieus, zoals je op die leeftijd serieus speelt, met alles erop en eraan, inclusief de beledigingen aan het adres van de eigen spits. Een kleine jongen met modder op zijn knie miste een kans die hij eigenlijk niet had mogen missen, keek de lucht in, en riep iets wat ik maar niet zal herhalen. Zijn moeder riep langs de lijn dat hij gewoon door moest gaan. Hij ging door.
Langs de lijn stonden vaders. Vaders langs de lijn zijn een eigen genre, een soort levend monument voor de illusie van controle. Ze staan er met de armen over elkaar, of met de handen diep in de zakken, en ze schreeuwen adviezen naar een achttienjarige scheidsrechter alsof die er ooit iets mee gaat doen. De scheidsrechter floot onverstoorbaar verder. Goed zo.
Vlakbij, op de plek waar nu huizen staan, stond ooit het stadion De Meer, geopend in 1934, gesloopt nadat Ajax in 1996 vertrok naar wat nu de Johan Cruyff Arena heet. Er is niets van over. De straten heten er nu naar andere stadions, Anfield, Wembley, Bernabeu enz., alsof de buurt zijn verlies in ere wil houden door het te omringen met nog grotere namen. Maar het sportpark zelf is gebleven. Het heeft de sloop overleefd, de annexatie van de Watergraafsmeer door de gemeente, twee wereldoorlogen en de komst van de deelscooter.
Bij de velden van WV-HEDW staat een monument met de namen van clubleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. Het staat er bescheiden, niet ver van de kleedkamers. Je loopt er zo langs als je niet oplet. Maar het staat er wel. En het is in 1998 meeverhuisd toen de club naar Middenmeer kwam , omdat de leden vonden dat het monument gewoon mee moest. Zo gaat dat hier. Je neemt mee wat je niet kunt achterlaten.
Bij de Jaap Edenbaan schaatsten drie gepensioneerden in keurige rondjes. Niet snel, niet langzaam, in het tempo van mensen die weten dat haast ze niets oplevert. Een van hen droeg een muts met een kwastje. Ze keken recht voor zich uit met de uitdrukking van mensen die ergens anders zijn dan waar je ze ziet.
Ik at een broodje bij het clubhuis van een der verenigingen. Het was een van die broodjes waarvan je achteraf niet meer weet wat erin zat, maar die op het moment zelf precies goed zijn. De koffie was dun en heet en werd geschonken door een vrijwilliger die er al zeker dertig jaar stond, of in elk geval zo keek. We wisselden geen woorden. Dat was ook niet nodig.
De gemeente Amsterdam heeft plannen voor dit park. Renovatie, uitbreiding, duurzaamheid. Er zijn vergevorderde plannen (ook deels al uitgevoerd) voor uitbreiding en renovatie van de ijsbaan. Dat klinkt goed. Dat klinkt ook een beetje als een aankondiging. Ik hoop dat de mensen die de plannen maken, ook wel eens op een zaterdagochtend in november langs de lijn staan. Dat helpt, voor het perspectief.
Want wat hier speelt, is niet zomaar sport. Het is iets wat moeilijker te omschrijven is en daarom ook moeilijker te slopen. Het is het gevoel dat er een plek is waar je gewoon mag zijn, zonder reservering, zonder QR-code, zonder dat iemand je vraagt of je ook de nieuwsbrief wilt ontvangen.
De jongen met de modder op zijn knie scoorde uiteindelijk toch nog. Zijn moeder gooide haar armen in de lucht. Zijn vader knikte, alsof hij dit al die tijd had geweten. De gepensioneerde met de kwastjesmuts schaatste door.
Amsterdam bestaat nog.
Sportpark Middenmeer, Radioweg 76, Amsterdam-Oost. Elke dag open. Geen entree. Geen concept. Gewoon een park.