We lopen in de sneeuw – op het Bella Vista terrein- naar de schilderachtige oude watertoren, die uittorent boven de fraaie sneeuwpoppen. Als we opengedaan worden door Job komen we in een kleine ronde binnen constructie van glas en aluminium. Ooit was dit een kantoortje van de bedrijfspsycholoog.
De verwarming komt van een aluminium straal kacheltje, onderdeel van de verzameling aluminium. Want Job -kunstenaar-uitvinder – wil een flexibel interieur samenstellen dat uit een hard doolhof ( van aluminium) en een zacht doolhof ( van plunjezakken) bestaat. Er is nog een extra verdieping van het vroegere kantoortje wat nu het slaapvertrek is vol plunjezakken, brancards en andere canvas producten. Beneden wordt de ruimte gevuld met kisten en koffers die allemaal vol zitten en allemaal van aluminium zijn. Ze hebben ook allemaal wieltjes, een flexibel interieur inderdaad. Het mooie van dit materiaal vindt Job dat je de gebruikssporen erop ziet, dus de geschiedenis . Tevens is het roestvrij, water werend en ongedierte vrij . Veel vindt Job in militaire dumpshops of op straat .
Job vertelt dat toen hij op het industrie terrein kwam wonen, alles nog leeg was, het was een afgesloten terrein en het had ook geen adres ( wat heel lastig was voor Job vanwege inschrijven bij de gemeente en post ontvangen). Toen de Zuidergasfabriek overbodig werd na de ontdekking van de gasbel in Groningen bleef het gebied in gebruik voor de verdeling van de energie. Het oude treintje en de rails waar de kolen op werden aangevoerd waren toen al verdwenen. Er stonden veel bomen op het gebied en er was een heuvel waar veel konijnen rond dartelden, een idylle. De heuvel bleek het omhulsel van een bunker die tijdens de koude oorlog is gebouwd om de elektriciteit te besturen in geval van een bombardement. Toen de heuvel afgegraven werd bleek de bunker midden in de ring van de voormalige gashouder te staan, een ring die inmiddels met grondwater was volgelopen zodat het wel een slotgracht leek. Met de bunker als een eiland in het midden. Maar langzamerhand werd alles klaargemaakt voor de transitie naar een woonwijk en Job verhuisde naar de watertoren. Dat was tot zijn genoegen want “ik ben graag in lege ruimtes, eigenlijk kampeer ik in een gebouw dat in feite onbewoonbaar is omdat het vocht langs de binnenkant van de muur loopt”.
Tenslotte beklimmen we de trap die naar de bovenste verdieping wentelt, je voelt het steeds kouder worden en de klamme uitstraling van de muur draagt daar aan bij. We passeren nog veel meer van de aluminium collectie, zoals een bamboe bos van tentstokken, kampeerketeltjes, looprekken en nog veel meer wat gesorteerd bijeen staat. Job weet dat hij op termijn uit de toren moet, het is een Rijksmonument en stadsherstel gaat de toren opknappen. Het idee is dat er een horecagelegenheid komt, hopelijk met buurt functie . Maar of dat haalbaar is met het kleine grondoppervlak en étages daarboven die steeds kleiner worden? De toekomst zal het uitwijzen en ook voor Job duidelijk maken wat zijn volgende woon en werk ruimte zal zijn. Dan begint voor hem een nieuw avontuur.