Ze vertelt dat ze op een gegeven moment toch een eigen woning wilde, zich bij veel verschillende woningbouworganisaties had ingeschreven en in 1991- omdat ze een kind had gekregen- een aanbod kreeg van een nieuwbouwwoning in een appartementen gebouw in de Blasiusstraat.
“Ik vond het meteen een bijzondere straat hoewel de straat bepaald sjofel was in het gedeelte waar ik kwam te wonen, tussen de Camperstraat en de Wibautstraat. Op een of andere manier waren er veel werkplaatsen gevestigd die als atelier of garage werden gebruikt, er stonden geen bomen in de straat, veel woningen waren gekraakt en er was al heel veel afgebroken. Omdat de garages meestal geen w.c. hadden werd er veel op het pleintje geplast.
Er was strijd tussen de gemeente en woningbouwcorporaties of oude panden opgeknapt moesten worden of gesloopt. En toch voelde ik dat de straat een ziel had, misschien uit het verleden omdat bijna de hele straat Joods was geweest. Kort nadat ik er kwam te wonen ontstond er een kentering. Er kwamen bomen in de straat en er kwamen ook koopwoningen. Ik wilde geveltuintjes gaan opzetten in de straat, maar daar kwam onverwacht verzet tegen. Twee buurmannen–echte Amsterdammers-wilden daar niets van weten, dat zou maar rommel geven en de straat onoverzichtelijk maken. Een van die mannen ging vrijwel iedere dag naar het stadsdeelkantoor om van ambtenaren te eisen dat zij geen toestemming zouden geven. En hoewel het merendeel van de bewoners graag een geveltuintje wilde, moest de gehele geveltuin met zeker 10 klimop planten en vast planten aan de achterkant van het pleintje er uit. Eén al geplante klimop mocht blijven. Wij namen ons verlies en de betreffende buurman vertrok na een paar jaar naar Purmerend.
In ons gedeelte van de Blasiusstraat was veel verloop en er woonden ook veel mensen van verschillende nationaliteiten die zich vooral in eigen kring begaven. Toch is er een connectie ontstaan met een gedeelte van de bewoners en dat is eigenlijk gekomen doordat het boek van Rogier Schravendeel verscheen ‘Herdenkingsboek Joodse Blasiusstraat’. Met een aantal andere bewoners heb ik toen voor het project ‘namen en nummers’ ook een 4 mei ritueel opgezet op ons kleine pleintje. In het andere gedeelte van de straat , het meer sjiekere gedeelte tussen Wibautstraat en Weesperzijde is een dergelijke herdenking heel succesvol. Ons ritueel uitgevoerd op het pleintje heeft 3 jaar plaats gevonden, onze troefkaart was dat we 1 bewoner hadden die al sinds zijn kindertijd in de Blasiusstraat woonde en uit eerste hand kon vertellen wat hij in de oorlog had meegemaakt. Al met al hebben we 120 gedenkbordjes kunnen maken van de misschien wel 1000 Joodse bewoners in de straat die in concentratiekampen zijn omgekomen.
Het contact met Rogier Schravendeel heeft ook geleid tot het plaatsen van een gedenkbordje voor Leendert Schijveschuurder, op de muur naast ‘fysio Holland’. Daar woonde in de oorlog de jonge communist en verzetsman Schijveschuurder, net getrouwd en met een zoontje van 1 jaar. Hij was één van de mensen die betrokken was bij het organiseren van de Februaristaking. Tijdens het plakken van oproepen voor een vervolgstaking op 8 maart is hij opgepakt. Na vreselijke martelingen is hij als 1e Nederlander zonder proces vermoord. Een jaar geleden kreeg ik een mail van zijn zoon, die de oorlog overleefde, dat hij het bordje had gezien en er blij mee was. “
In 2025 is Joke verhuisd naar een flat voor ouderen in de buurt van het Amstelstation. Terugkijkend op haar tijd in de Blasiusstraat is haar conclusie dat ze er fijn heeft gewoond, maar zich ook vaak alleen heeft gevoeld. ”Het straatje is knus, maar er is niet veel gelijkgestemdheid. De integratie van al die nationaliteiten loopt toch veel langzamer dan ik toen dacht. In tegendeel zie ik de laatste jaren dat mensen zich meer terugtrekken in hun eigen cultuur en dat er een conservatiever wind waait.’