Langzaam sluit de mist haar zachte vingers rond het Java-eiland. Woonboten liggen als bewegingsloze wachters aan de Javakade. Met mijn boodschappen stap ik de Jumbo uit en bedenk hoe ik naar mijn huurhuis aan de Javakade ga. Langs het Azartplein of via het Jakarta Hotel? Vandaag maakt het niet meer uit. Ik kan me weer vrij bewegen. Ik fiets langs het grauwe water, waarin de schaduwen oplossen.
Drie maanden geleden nog koos ik de route langs het Azartplein en de Bogortuin. Het was de dag dat het huis waar ik met mijn gezin had gewoond, aan de nieuwe bewoners werd overgedragen. Ik stopte bij de hoek van de Majanggracht. Bij de vuilnisbakken stond onze zachtgele commode. Het had niet veel gescheeld of ikzelf, afgebeeld op twee levensgrote schilderijen, had daar ook gestaan. Lang geleden had ik deze cadeau gedaan aan mijn ex-man. Op de kleurige panelen keek mijn ikzelf vrolijk opzij naar een bal in de lucht, of was het de zon?
Diezelfde ochtend, een paar uur eerder, was ik als in slow-motion door de blauwgroene met koper beslagen deur gelopen. Door de deur van het bijna verkochte moderne grachtenpand, met een schilderij tegen mij aan gedrukt. De tijd van teleurstelling, van verdriet en boosheid, droeg ik mee naar buiten. Ik had zin het schilderij in het water te gooien. Mijn ex laadde het tweede schilderij in de achterklep van de Greenwheels auto. Op de Sumatrakade zag ik een vrachtschip richting IJmuiden varen, richting de winterzon. Ik reed erachter aan.ย