Zoals ik in voorgaande jaren gesproken heb over Keesje Brijde, weet u allen, dat hij op 13 december 1944 op de Rietlanden is doodgeschoten bij
het zoeken naar kooltjes. De Rietlanden was een rangeerterrein, waar tussen de sintels van de locomotieven nog wel eens een goed kooltje zat,
waarmee er thuis, door deze te verbranden, wat warmte was!
Keesje was daar bezig met 2 vriendjes. In de annalen stond altijd vermeld, dat het 2 jongens waren, maar ik wist zeker, dat het er 3 waren! De eerste kreeg de kogel in zijn zij, die er aan de andere kant weer uit kwam, de tweede was door de knal achterover gevallen en was niet gewond en Keesje kreeg de kogel in zijn halsslagader en is op slag doodgebloed.
In 1958 ben ik lid geworden van de judoschool Lou Spel op de Plantage Middenlaan en daar was Cor Zijlstra ook judoleraar, waarmee ik later ruim 30 jaar een judoschool gehad heb. Vlak voor de Corona tijd zaten hij en ik in de kantine van de sporthal op de Polderweg een kop koffie te drinken, toen het gesprek op Keesje Brijde kwam en ik opmerkte, dat ik nooit geweten heb, wie de 3e was, waarna hij nuchter opmerkte: ''Maar ik wel! Dat was mijn broer Piet, die ons huis binnen kwam rennen met de mededeling, dat Keesje doodgeschoten was!'' Na zoveel jaar was dit voor mij het eerste wonder. Ik heb het aan het Stadsarchief doorgegeven en vanaf die datum staat er vermeld, dat er 3 jongens aan het kolen zoeken waren.
Mijn moeder was de oudste in het gezin Brijde met 13 kinderen. En was alhet huis uit, toen nog mijn oom Jan en tante Flora de 2e geboren werden. Voor alle duidelijkheid: tante Flora de 1e was 13 jaar toen zij in 1939 aan TBC is overleden. Dat was uiteraard de eerste schok in de familie Brijde, waaronder Keesje, die toen een jaar of 8/9 was.
Mijn vader is in de oorlog door de Duitsers gearresteerd voor zijn verzetsdaden, heeft 33 dagen in de cel op de Weteringschans gezeten en is toen naar Kamp Amersfoort gebracht. Mijn moeder heeft mijn vader toen per briefkaart op de hoogte gesteld, dat Keesje doodgeschoten was.
Onlangs heb ik alle correspondentie, ook de briefkaart over Keesje geschonken aan het Verzetsmuseum in Amsterdam, tegen over Artis.
Belangstellenden kunnen deze correspondentie aldaar bezichtigen in dossier: object 19958.
Dan nog het volgende: achter het huis in de Benkoelenstraat was nog een kleine tuin, grenzend aan een grote binnentuin van de wijk naar de Balistraat. Daar heeft Keesje mij geleerd om wormen te zoeken voor het vissen. Met een spade in de grond gestoken, ging hij snel tegen het handvat tikken, zodat de wormen dachten, dat er een mol kwam om hen op te eten en kwamen zo naar boven. Zo konden wij een baarsje vangen om uiteraard in de oorlog op te eten! Het kwam toen niet in ons hoofd op om met brood te vissen, dat hadden we zelf hard nodig.
Het tweede wonder vond plaats op 20 februari 2025, toen ik na 80 jaar het bewijs ontving, dat mijn vader een actief lid van de verzetsgroep''Rijnstraat'' geweest is, waarvan de documentatie nu bij het NIOD ligt.
Mijn vader is op 4 mei 1915 geboren en dat is vandaag 110 jaar geleden. Toen hij op deze datum na de bevrijding zijn verjaardag vierde, waren er
meestal alleen familieleden van moederskant aanwezig en bij de 2 minuten stilte werd er dan altijd wel een traantje gepinkt bij de gedachte aan
Keesje.
Ik ben dankbaar, dat ik ben opgegroeid in zo een liefderijke familie.
Louis Biesbrouck
Keesje Brijde, er komt nog altijd informatie bij
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Op 4 mei 2025 las sprak Louis Biesbrouck de volgende woorden uit tijdens de herdenkingsbijeenkomst ter ere van Keesje Brijde
herdenking 2025 Keesje Brijde, foto Bert Steinmetz 2-25
175 keer bekeken
Bekijk meer afbeeldingen